Het verplaatsingsdocument
Wanneer moet men een verplaatsingsdocument opmaken?
Hoe wordt het verplaatsingsdocument ingevuld en door wie?
Merking bij verlies van een primo-oormerk vóór het vertrek naar een slachthuis
Wie houdt het verplaatsingsdocument bij?
Hoe worden de vervoersgegevens overgemaakt aan DGZ?
Wanneer moet men een verplaatsingsdocument opmaken?
Bij elke verplaatsing van schapen en geiten wordt er een verplaatsingsdocument opgemaakt. Dit gebeurt steeds in drievoud, ook indien de vervoerder en de verantwoordelijke dezelfde zijn. Het gaat om één document per beweging en per bestemming.
Indien er sprake is van verschillende laad- en of losplaatsen, dan dienen er evenveel verplaatsingsdocumenten (in drievoud) opgemaakt te worden als het aantal los- en/of laadplaatsen.
Uitzondering: Een particulier zonder beslagnummer hoeft geen verplaatsingsdocument in te vullen indien hij maximum twee schapen, geiten of herten vervoert voor particulier slachting.
Transport ‘heen en terug’ naar een verzamelcentrum:
Ook indien dieren van het beslag naar een erkend verzamelcentrum worden gevoerd dan wordt er – net als bij elke andere verplaatsing – een verplaatsingsdocument ingevuld. Dit gebeurt normaal gezien voor elke bestemming en voor elke beweging.
Indien echter alle dieren die naar het erkende verzamelcentrum vervoerd worden, terugkeren naar het beslag (en er geen enkele aan- of verkoop van dieren plaatsgevonden heeft) dan moet er voor de terugreis geen nieuw verplaatsingsdocument opgemaakt te worden. Het volstaat dat de verantwoordelijke van het verzamelcentrum op het document een stempel zet met zijn identificatiegegevens en de vermelding ‘HEEN en TERUG’.
Hoe wordt het verplaatsingsdocument ingevuld en door wie?
De verantwoordelijke van de laadplaats vult volgende gegevens aan:
- Het documentnummer, dat de verantwoordelijke samenstelt als volgt:
het beslagnummer + jaartal (2 cijfers) + volgnummer verplaatsingsdocument (2 cijfers, elk kalenderjaar te starten bij 01).
bv. beslagnummer “BE12345678-0501” + jaartal „11‟ + volgnummer „01‟ - De rubriek B: Laden.
- De rubriek D: Verplaatste dieren:
Voor dieren geïdentificeerd met primo-oormerken noteert u de individuele oormerknummers op het verplaatsingsdocument (zie ook: Speciale merking bij verlies van een oormerk!).
Dieren geïdentificeerd met één beslagoormerk, mogen per groep ingeschreven worden. Het volstaat dan om het aantal dieren te noteren, zonder vermelding van de individuele nummers. Deze dieren moeten dan wel rechtstreeks van het geboortebeslag afgevoerd worden naar het slachthuis. Een handelaar mag dit transport uitvoeren, maar een tussenstop bij de handelaar mag niet. - Datum en uur van laden
- Handtekening in het daartoe voorziene vak
- De verantwoordelijke van de laadplaats vult zijn register binnen de 3 dagen aan en bewaart het ontvangen exemplaar in zijn register.
De vervoerder vult de rubrieken A ‘vervoerder’ en C ‘lossen’ in, en de geschatte reistijd. Hij plaatst zijn handtekening in het daartoe bestemde vak. Na het vervoer klasseert de vervoerder het verplaatsingsdocument in zijn register.
De verantwoordelijke van de losplaats vult datum en uur van lossen in, verifieert de gegevens in rubrieken C en D en plaatst zijn handtekening in het daartoe voorziene vak.
Indien de losplaats een wedstrijd is, dan is de organisator van de wedstrijd de verantwoordelijke van de losplaats. Deze laatste is ook verantwoordelijk voor het verkrijgen van een tijdelijk erkenningsnummer voor de wedstrijd.
Hij vult binnen de 3 dagen het register aan en bewaart het ontvangen exemplaar in zijn register.
Merking bij verlies van een primo-oormerk vóór het vertrek naar een slachthuis
Wanneer een schaap of geit bestemd is voor de onmiddellijke overbrenging naar een binnenlands slachthuis en een primo-oormerk heeft verloren, dan brengt de verantwoordelijke vóór het vertrek een beslagoormerk aan in het oor zonder oormerk. Hiermee is enkel de rechtstreekse overbrenging van het schaap of de geit naar een binnenlands slachthuis toegestaan. Het dier mag niet passeren via een ander beslag, halteplaats, verzamelcentrum of bedrijfsruimten van een handelaar.
Deze speciale merking en de bestemming worden op het verplaatsingsdocument en in het bedrijfsregister vermeld.
Bij vervanging van een oormerk door een beslagoormerk , wordt het oormerknummer op het verplaatsingsdocument genoteerd als volgt:
- uniek oormerknummer, gevolgd door het volgnummer van het geplaatste beslagoormerk, voorafgegaan door code H (staat voor hermerking)
bv. oormerknummer “BE8765 4321” (H000543)
Wie houdt het verplaatsingsdocument bij?
Het verplaatsingsdocument wordt steeds ingevuld in drievoud. Dit geldt ook indien de vervoerder en de verantwoordelijke dezelfde persoon zijn. De verschillende exemplaren worden bijgehouden als volgt:
- Het eerste exemplaar blijft op de laadplaats. De verantwoordelijke houdt dit document bij in het beslagregister en bewaart dit minstens 5 jaar. (zie ook Administratieve verplichtingen voor houders van schapen, geiten en herten).
- Het tweede exemplaar is bestemd voor de vervoerder, die alle verplaatsingsdocumenten en ook de registers reiniging en ontsmetting bijhoudt gedurende minstens 5 jaar.
- Het derde exemplaar wordt bijgehouden op de losplaats (ook hier is de bewaartermijn minstens 5 jaar)
Hoe worden de vervoersgegevens overgemaakt aan DGZ?
De vervoerder registreert elk transport van schapen engeiten via Veeportaal. Alternatief kan hij via post of per fax ook een kopie van het verplaatsingsdocument bezorgen aan DGZ. Mits betaling van een kleine vergoeding, registreert een medewerker van DGZ de gegevens dan in Veeportaal.
Voor de transporten in het kader van de bedrijfsvoering (zoals het naar de weide brengen) zijn deze maatregelen niet van toepassing.









