Identificatie van het varken
Identificatie van het varken
Bij de speenleeftijd dient elk varken gemerkt te worden met een beslagoormerk van het geboortebeslag. Telkens het varken een beslag verlaat, dient het geïdentificeerd te worden met een beslagoormerk van het desbetreffend beslag. Een varken kan dus meerdere oormerken dragen. Bij het verlaten van het beslag voor rechtstreekse afvoer naar het slachthuis worden geen beslagoormerken aangebracht. De beslagcode wordt dan aangebracht door middel van de klophamer.
beslagoormerken
Elk slachtvarken moet, binnen de 5 dagen vóór vertrek naar het slachthuis, geïdentificeerd worden door het aanbrengen van een tatoeage van de beslagcode op beide flanken. Hiertoe gebruikt de varkenshouder de klophamerstempel van het beslag.

klophamerstempel
Elk ingevoerd varken moet binnen de 48u na aankomst op een beslag geïdentificeerd worden door een verbondsoormerk. Bij invoer neemt u contact op met de Provinciale Controle-eenheid (PCE) van het FAVV. Zij informeren vervolgens DGZ, dat zorgt voor de aflevering van de verbondsoormerken.

verbondsoormerk
Elk varken voor export wordt, bij de gezondheidscontrole door de PCE, bijkomend geïdentificeerd door één metalen exportoormerk.

exportoormerk
Hoe ga je te werk bij het plaatsen van een oormerk?
Een oormerk bestaat uit een mannelijk en een vrouwelijk deel. Het mannelijk deel draagt het nummer en wordt dus aan de buitenzijde van de oorschelp geplaatst zodat het goed zichtbaar is. De twee delen worden met behulp van een merktang aan elkaar vastgepind op het oor. Opdat het oormerk niet zou uitscheuren plaats je het in het midden van de oorschelp.









