Identificatie & Registratie (I&R)
 
Rundvee
Varkens
Schapen, Geiten en Hertachtigen
Pluimvee
 
Veeportaal
Login aanvragen
Meest gestelde vragen
Folder
Handleidingen
Opleidingen
Nieuwigheden
 
VRS
Handleidingen

SANITEL-SGH (schapen, geiten en hertachtigen)


Op 29 juni 2007 werd het nieuw Koninklijk Besluit gepubliceerd waarmee de Europese regelgeving (Verordening 21/2004) i.v.m. de identificatie en registratie van schapen, geiten en hertachtigen werd omgezet in Belgische wetgeving. Dit Koninklijk Besluit handelt over de identificatieverplichtingen voor schapen, geiten en hertachtigen. Daarnaast handelt het KB over de verplicht in te vullen gegevens in het bedrijfsregister en de opmaak van het vervoersdocument voor schapen, geiten en hertachtigen. Het KB bepaalt ook dat de kosten die voortvloeien uit de identificatie en registratie van schapen, geiten en hertachtigen ten laste zijn van de verantwoordelijke.

koninklijk besluit identificatie en registratie jaarlijkse bijdrage sgh

Een samenvatting van de regelgeving vind je hieronder

Registratie van ieder beslag van schapen, geiten of hertachtigen en de verantwoordelijke

Iedere houder van één of meerdere schapen, geiten of hertachtigen, ook elke particuliere houder, dient zicht te
laten registreren. De melding van een nieuw beslag voor schapen ,geiten of hertachtigen gebeurt door middel van
het registratieformulier.
DGZ registreert de gegevens in Sanitel. Het beslag krijgt dan een beslagnummer toegekend.

Identificatie van elk dier.

DIEREN GEBOREN VÓÓR 10 JULI 2005

IDENTIFICATIE
De dieren behouden hun “oude” enkelvoudig oormerk
in het linkeroor.

IDENTIFICATIE EN REGISTRATIE BIJ HERMERKEN
  1. Bij verlies van het enige oormerk, kan de verantwoordelijke één van volgende mogelijkheden toepassen:
    • hermerken met het identiek oormerk – na bestelling bij DGZ-Vlaanderen. In het register schrijft men het nieuwe nummer in met de link naar het oude nummer;
    • hermerken met het eerstvolgend enkelvoudig oormerk uit de voorraad aanwezig op het beslag; (oud type oormerk)
    • hermerken met het eerstvolgend dubbel oormerk uit de voorraad aanwezig op het beslag. (nieuw type oormerk) In het register schrijft men het nieuwe nummer in met de link naar het oude nummer
  1. Verkeer :
    Invoer : Dieren uit andere EU-Lidstaten en geboren voor 10 juli 2005 zijn toelaatbaar in België met één officieel oormerk. Ze worden niet hermerkt als het oormerk uit de lidstaat voldoet aan de Verordening 21/2004 (ISO-code van het land gevolgd door een volgnummer van maximaal 13 cijfers). Voor dieren uit derde landen contacteer de Provinciale Controle-eenheid (PCE) of DGZ-Vlaanderen.
    Uitvoer : De dieren kunnen alsdusdanig verhandeld en geëxporteerd worden.
    Voor verdere informatie m.b.t. in- en uitvoer contacteer uw PCE of DGZ-Vlaanderen.

IDENTIFICATIE VAN DE DIEREN GEBOREN NÁ 9 JULI 2005

IDENTIFICATIE BIJ HET HERMERKEN VAN DIEREN GEBOREN NÁ 9 JULI 2005

SCHAPEN/GEITEN GEMERKT
MET 2 IDENTIEKE PLASTIC OORMERKEN
A. VERLIES VAN 1 OORMERK
 
IDENTIFICATIE
ALGEMENE REGEL :
1ste mogelijkheid :
  • bij vaststelling : onmiddelijke bijbestelling van het identiek oormerk
  • bij ontvangst : onmiddellijke plaatsing van het identiek oormerk
2e mogelijkheid :
  • bij vaststelling : onmiddellijke bijbestelling van het identiek oormerk en plaatsing van het eerstvolgende beslagoormerk (blauw), aanwezig in de beslagvoorraad, in het oor zonder oormerk.
  • binnen de 2 maand na ontvangst : verwijdering van het beslagoormerk (blauw) en plaatsing van het identiek oormerk.
UITZONDERINGEN :
Dier bestemd voor directe afvoer richting binnenlands slachthuis

Bij vertrek plaatsing van het eerstvolgende beslagoormerk (blauw), aanwezig in de beslagvoorraad, in het oor zonder oormerk.
Dier bestemd voor directe afvoer naar Rendac

Geen verdere identificatie. Dieren met 1 oormerk mogen afgevoerd worden naar Rendac.
B. VERLIES VAN BEIDE OORMERKEN
 
IDENTIFICATIE
ALGEMENE REGEL :
  • Bij vaststelling : onmiddellijke melding aan uw PCE en DGZ-Vlaanderen en opstalling van het dier.
  • Wachten op instructies van uw PCE
UITZONDERING :
Dier bestemd voor directe afvoer naar Rendac
Bij vertrek plaatsing van het eerstvolgende beslagoormerk (blauw) aanwezig in de beslagvoorraad.
! De verwijdering van oormerken op een zodanige wijze uitvoeren dat ze niet herbruikbaar zijn.

SLACHTDIEREN (SCHAPEN EN GEITEN) GEMERKT
MET 1 BESLAGOORMERK
A. VERLIES VAN BESLAGOORMERK
  • onmiddellijk hermerken met een nieuw eerstvolgend beslagoormerk (blauw) aanwezig in de beslagvoorraad
B. LEEFTIJD SLACHTDIER > 12 MAAND
  • beslagoormerk (blauw) verwijderen
  • hermerken met het eerstvolgende paar identiek oormerken aanwezig in de beslagvoorraad
! De verwijdering van oormerken op een zodanige wijze uitvoeren dat ze niet herbruikbaar zijn.

HERTACHTIGEN GEMERKT
MET 2 IDENTIEKE PLASTIC OORMERKEN
A. VERLIES VAN 1 OORMERK
 
IDENTIFICATIE
ALGEMENE REGEL :

Op het ogenblik van vangen : resterend oormerk verwijderen en hermerken met het eerstvolgende paar identieke oormerken aanwezig in de beslagvoorraad.
UITZONDERING :
Dier bestemd voor directe afvoer naar Rendac

Geen verdere identificatie. Dieren met 1 oormerk mogen afgevoerd worden naar Rendac!
B. VERLIES VAN BEIDE OORMERKEN
 
IDENTIFICATIE
ALGEMENE REGEL :

Op het ogenblik van vangen : hermerken met het eerstvolgende paar identieke oormerken aanwezig in de beslagvoorraad.
UITZONDERING :
Omwille sterfte directe afvoer Rendac Omwille slachting directe afvoer erkende inrichting

Bij vertrek plaatsing van het eerstvolgende beslagoormerk (blauw) in het linker oor
! De verwijdering van oormerken op een zodanige wijze uitvoeren dat ze niet herbruikbaar zijn.

Schapen, geiten of hertachtigen die niet gemerkt zijn overeenkomstig de wetgeving, mogen zich niet op de openbare weg bevinden, niet vervoerd worden via de openbare weg, niet worden aangeboden in het slachthuis of aan het destructiebedrijf, niet tentoongesteld worden, niet deelnemen aan wedstrijden, prijskampen, jaarmarkten of veilingen, niet toegelaten worden tot een verzameling, niet gratis of onder bezwarende titel overgedragen of overgenomen worden en niet in het handelsverkeer gebracht worden, noch uitgevoerd.

“HOE OORMERK PLAATSEN”

Plaats het oormerk halverwege het oor tussen de nerven. Plaats het vrouwelijk deel (het deel met de knop) in de binnenzijde van het oor. De tang met 1 soepele beweging dichtknijpen en vervolgens rustig openen. Draai het oormerk een kwartslag naar links en een kwartslag naar rechts.

KWALITEIT VAN PLAATSING
IS O.A. BELANGRIJK
VOOR DE HOUDBAARHEID IN HET OOR

  • IDENTIFICATIE BIJ INVOER
    • Invoer uit derde landen : de verantwoordelijke meldt binnen 3 werkdagen de invoer aan DGZ-Vlaanderen voor het hermerken van deze dieren. Het register wordt binnen de 3 dagen aangevuld.
    • Invoer uit een lidstaat : Het dier behoudt zijn oorspronkelijke identificatie. Bij verlies gelden de maatregelen zoals hierboven vermeld. Het register wordt binnen de 3 dagen aangevuld.
  • IDENTIFICATIE BIJ UITVOER
    • Ieder dier moet steeds geïdentificeerd zijn met 2 identieke oormerken; bij verlies gelden de maatregelen hiervoor vermeld.
    • Slachtdieren (geïdentificeerd met 1 beslagoormerk) mogen niet gexporteerd worden!
    • Bij uitvoer steeds het register binnen de 3 dagen na afvoer aanvullen.

Registratie van alle bewegingen: bijhouden van een permanent register.

  • Het bijhouden van het REGISTER is verplicht en is de verantwoordelijkheid van de houder
  • Per diersoort dient één register bij gehouden te worden
  • Het formaat en de inhoud van het register is vastgelegd.
  • Iedere wijziging dient binnen de 3 dagen na het plaatsgrijpen van de gebeurtenis vermeld te worden.
  • Het register dient de verantwoordelijke gedurende minimum 5 jaar te bewaren op het beslag
  • Voor de dieren die voor 10 juli zijn geboren, heeft de verantwoordelijke de keuze:
    • ofwel schrijft hij het “oude” register over in het nieuwe register;
    • ofwel behoudt hij naast het “nieuwe” ook het oude register en houdt hij dit verder bij voor de daarop vermelde “oude” dieren, geboren voor 10 juli 2005.

  • Dieren die geboren zijn na 9 juli 2005 dienen zeker in het nieuwe register ingeschreven te worden.

Het register bestaat uit verschillende onderdelen:
  • R1: administratieve gegevens
  • R2: 15 december telling
  • R3: Register dieren gemerkt met 2 plastieken oormerken
  • R4: Register bij gebruik van beslagoormerken
  • Invulinstructies voor het register

Uit het register moet op elk moment kunnen opgemaakt worden wat de oorsprong en/of bestemming is van de dieren, de datum van de beweging, alsook het oormerk dat de dieren dragen.

In het computersysteem wordt per beslag een register bijgehouden door het door de houder jaarlijks verplicht terug te sturen ‘Document 15 december-telling’ te registreren. Elke geregistreerde houder krijgt begin december zo een in te vullen register toegestuurd. Dit register wordt dan opgestuurd of doorgegeven via internet naar DGZ vóór 15 januari van het jaar volgend op de inventarisopname.

  • BIJKOMENDE REGISTRATIE BIJ UITVOER
    • De verantwoordelijke verwittigt minstens 24 uur vóór het inladen van de dieren het FAVV – in hoedanigheid van de PCE voor opmaak van het certificaat.
    • Kopie van het certificaat blijft op het beslag.
    • De verantwoordelijke vult binnen de 3 dagen het register aan.
  • BIJKOMENDE REGISTRATIE BIJ INVOER
    • De verantwoordelijke verifiëert het certificaat en maakt een kopie van het certificaat;
    • Het origineel certificaat wordt overhandigd aan DGZ-Vlaanderen en dit :
      • Invoer derde landen : op het moment van hermerken
      • Invoer uit een lidstaat : binnen de 3 dagen na invoer
    • Kopie van het certificaat blijft op het beslag;
    • De verantwoordelijke vult het register binnen de 3 dagen aan.

Registratie van de verplaatsingen.

Dieren dienen bij het vervoer steeds vergezeld te zijn van een verplaatsingsdocument. Met uitzondering in geval van vervoer binnen de eigen bedrijfsvoering (vb. naar de weide). Voor meer info klik hier.

Terug

  ©ORBID
Home - Diergeneeskundige Ondersteuning - Disclaimer - Sitemap - Vacatures