Import en export van schapen en geiten
Invoer van schapen of geiten uit lidstaten van de Europese unie
Wenst u schapen of geiten te importeren uit een lidstaat van de Europese Unie, dan doet u het volgende:
- Minstens 24 uur voor de import informeert u de PCE (contactgegevens PCE).
- Bij aankomst van het dier kijkt u na of het dier beschikt over een geldig gezondheidscertificaat (zo’n certificaat is maximum 10 dagen geldig) en of het dier geïdentificeerd is conform de reglementering.
- Binnen de 3 dagen schrijft u het dier in in het beslagregister fokdieren (R3).
- U maakt het gezondheidscertificaat over aan DGZ en u bewaart zelf gedurende vijf jaar een kopie bij het register.
Export van schapen of geiten naar lidstaten van de Europese unie
Schapen en geiten die geëxporteerd worden naar een lidstaat van de Europese Unie, dienen vergezeld te zijn van een gezondheidscertificaat.
- Om dit certificaat tijdig te verwerven, is het raadzaam om enkele weken voor de geplande exportdatum contact op te nemen met de PCE (contactgegevens PCE). Zij kunnen u correct adviseren m.b.t. de voorwaarden waaraan het te exporteren dier dient te voldoen.
- Vervolgens neemt u contact op met uw dierenarts, die stalen neemt voor de laboratoriumanalyses die nodig zijn om het gezondheidscertificaat te verwerven (zie voorschriften met betrekking tot specifieke ziekten verder op deze pagina).
- Minimum 24 uur voor de export contacteert u opnieuw de PCE. Een afgevaardigde komt dan bij u langs voor keuring en maakt het gezondheidscertificaat op.
- Het te exporteren dier moet het beslag verlaten hebben binnen de 48 uur na de keuring.
Voorwaarden waaraan schapen en geiten bij export binnen lidstaten van de EU moeten voldoen:
- De te exporteren dieren hebben op datum van export minstens 30 dagen op het beslag verbleven of zijn er geboren.
- Er zijn gedurende 21 dagen voor datum van export geen schapen/geiten van een ander beslag toegevoegd.
- Er zijn gedurende 30 dagen voor datum van export geen herkauwers uit niet-EU-landen aan het beslag toegevoegd.
- De tijd tussen vertrek en aankomst mag maximaal 6 dagen bedragen, evenwel te verlengen met de duur van een zeereis indien van toepassing.
Bovendien gelden er een aantal specifieke voorschriften met betrekking tot enkele ziekten:
- Brucellose:
Fokrammen ouder dan 6 maanden moeten binnen de 30 dagen voor het vertrek een bloedonderzoek ondergaan op antistoffen voor Brucella ovis (besmettelijke epidydimitis). Voor Brucella melitensis, hoeft er geen bloedonderzoek te gebeuren, aangezien België hiervan officieel vrij is van. - Scrapie OSE schapen en geiten:
Wenst u fokschapen te exporteren, dan volstaat een bloedonderzoek van het te exporteren dier:
- Hiertoe neemt de dierenarts een ongestold bloedmonster en hij bezorgt dit aan DGZ.
- DGZ zorgt ervoor dat het onderzoek, namelijk de genotypering voor Scrapie OSE resistentie, plaatsvindt bij CODA.
- Dieren met een ARR/ARR-genotype kunnen geëxporteerd worden.
Voor de overige dieren (met name geiten) is de situatie complexer. De geitenhouder moet gedurende minstens 3 jaar alle dieren die op het bedrijf sterven en ouder zijn dan 18 maanden, laten onderzoeken op Scrapie OSE (onderzoek van de hersenen). Dit onderzoek vervangt het vroegere koppenonderzoek.
Concreet betekent dit het volgende:
- Bij sterfte (of euthanasie van zieke dieren) verwittigt u de PCE.
- De PCE regelt de ophaling van het kadaver door het CODA en CODA doet het onderzoek. De overheid draagt de onderzoeks- en vervoerskosten.
- Indien er schapen of geiten aan het beslag zijn toegevoegd, dienen die ofwel het ARR/ARR-genotype te hebben (enkel voor schapen), ofwel afkomstig te zijn van een beslag dat deelneemt aan het Scrapie OSE-bewakingsprogramma voor schapen en geiten. - Zwoegerziekte voor schapen / CAE voor geiten:
De verantwoordelijke ondertekent een eigenaarsverklaring waarin vermeld staat dat er de laatste 3 jaar geen gevallen van zwoegerziekte of CAE geweest zijn op het beslag en de dieren er niet mee in contact geweest zijn.
Deze periode wordt beperkt tot 12 maanden op voorwaarde dat alle besmette dieren zijn opgeruimd en er bij de overgebleven dieren in de laatste 12 maanden telkens 2 bloedanalyses zijn uitgevoerd met negatief resultaat. - Paratuberculose en kaasachtige lymfadenitis:
De verantwoordelijke ondertekent een eigenaarsverklaring waarin vermeld staat dat er de laatste 12 maanden geen klinische gevallen van paratuberculose en kaasachtige lymfadenitis geweest zijn op het beslag en dat de dieren er niet mee in contact geweest zijn.
Indien u dieren wenst te importeren of exporteren naar niet EU-lidstaten, neem dan contact op met de PCE.







