Nieuw, vereenvoudigd paratuberculoseprogramma voor melkvee
13 december 2011
Op 1 december 2011 is het nieuwe, vereenvoudigde paratuberculoseprogramma voor melkvee van start gegaan. De richtlijnen zijn versoepeld zodat het voor de melkveehouder aantrekkelijker wordt om deel te nemen.
Paratuberculose is een erg besmettelijke ziekte voor runderen. De ziekte is moeilijk te bestrijden en heeft grote economische gevolgen voor de getroffen bedrijven. Daarom werd in 2007 een paratuberculosebestrijdingsprogramma ontwikkeld door en voor de Belgische melkveehouders. Na 5 jaar wordt het programma – op vraag van de sector – grondig gewijzigd (*). Vanaf deze winter gelden er nieuwe richtlijnen en nieuwe benamingen die zorgen voor een vereenvoudiging van het programma. Verwacht wordt dat dit vereenvoudigde programma een extra stimulans zal bieden aan de veehouders om zich in te schrijven en dat het aantal nieuwe deelnemers bijgevolg sterk zal stijgen.
Nieuwe richtlijnen
- Het verplichte onderzoek bestaat uit een serologisch onderzoek (bloed of melk) van enkel de melkgevende runderen. Droogstaande of mannelijke dieren kunnen eventueel vrijwillig en aan hetzelfde tarief in het onderzoek betrokken worden. Alle onderzochte dieren worden evenwel in rekening gebracht bij de toekenning van het opvolgingsniveau.
- Bij aanvang van elke bemonsteringsperiode kan de deelnemende veehouder aangeven of de onderzoeken via zijn bedrijfsdierenarts (bloed of melk) of via de MPR-melkmonsters zullen gebeuren. Alle stalen dienen echter gelijktijdig bij DGZ aangeboden te worden.
- De bemonsteringsperiode in het huidige werkjaar loopt van 1 december 2011 tot eind april 2012. Maar: hoe vroeger men screent, hoe meer tijd men heeft om de positieve dieren op te ruimen (zie verder).
- Bij een lage besmettingsgraad (maximum 2 dieren of 2% van de dieren positief), bestaat nu de mogelijkheid om de positieve dieren bijkomend te onderzoeken via een PCR-test op een meststaal. Er wordt nagegaan of het dier de kiem al of niet uitscheidt. Indien dit onderzoek geen uitscheiding kan aantonen, dan wordt het dier als negatief beschouwd en wordt het dus vrijgesteld van opruiming. Dit PCR-onderzoek gebeurt op kosten van de veehouder en moet tijdig plaatsvinden, zodat eventueel positieve dieren nog tijdig – namelijk binnen de 2 maanden na het aanbieden van de stalen voor het serologisch onderzoek – opgeruimd kunnen worden.
- Een bedrijf met een lage besmettingsgraad (maximum 2 dieren of 2% positief) kan – door het versneld opruimen van de positieve dieren (binnen de 2 maanden na het aanbieden van de stalen voor serologisch onderzoek) – nog steeds het hoogste opvolgingsniveau verwerven.
- De uiterlijke opruimingsdatum is een vaste datum voor alle deelnemende bedrijven. In 2012 valt deze op 30 juni. Wil de veehouder het volgende jaar nog recht hebben op subsidies, dan moeten alle positieve dieren vóór deze datum opgeruimd worden, .
Nieuwe benamingen
De huidige P-opvolginsniveaus worden verlaten. In het nieuwe programma spreken we over A-, B- en C-niveaus.
Het niveau wordt bepaald aan de hand van:
- De besmettingsgraad:
- Maximum 2 of 2% positieve dieren: A of B
- Meer dan 2% positieve dieren: B - De snelheid waarmee de positieve en/of uitscheidende dieren worden opgeruimd:
- Om het A-niveau te bekomen, is opruiming vereist binnen de 2 maanden na het aanbieden van de stalen voor het serologisch laboratoriumonderzoek.
- Om het B-niveau te bekomen, is de opruiming van de positieve dieren vereist vóór de uiterlijke opruimingsdatum; in 2012 is dit 30 juni.
| Niveau | Definitie | Voorwaarden | Acties | Korting |
|---|---|---|---|---|
| A | Laag risico | • Alle melkgevende (+ eventueel extra onderzochte) dieren zijn negatief. • Max. 2 positieve dieren of 2% (max. 6 dieren), maar PCR-negatief of opgeruimd binnen de 2 maanden na aanbieden stalen voor serologisch onderzoek. | • 2-jaarlijkse bemonstering melkgevende dieren • onmiddellijke (binnen 2 maanden na aanbieden van de stalen voor serologisch onderzoek) opruiming van uitscheidende dieren | ja |
| B | Gematigd risico | • Aantal positieve dieren >2 of 2%. • Aantal positieve dieren max. 2 of 2% en PCR-positief, maar opgeruimd vóór de uiterlijke opruimingsdatum. | • jaarlijkse bemonstering melkgevende dieren • opruiming positieve dieren voor 30 juni 2012 | ja |
| C | Risico | • Verplicht op te ruimen dieren worden niet of niet rechtstreeks naar het slachthuis/Rendac afgevoerd. | • jaarlijkse bemonstering melkgevende dieren | neen |
Praktisch
- Nieuwe deelnemers kunnen zich inschrijven door het inschrijvingsformulier voor het paratuberculoseprogramma in te vullen.
- Inschrijven is enkel mogelijk voor melkleverende bedrijven. Vandaag neemt 24% van de melkveebedrijven deel. Met het vereenvoudigde programma mikt de werkgroep paratbc op een deelnamegraad van bijna 50% tegen 2014. Hiertoe is het nodige budget voorzien. Tijdig inschrijven is de boodschap.
- De bemonstering gebeurt op initiatief van de veehouder binnen de bemonsteringsperiode. In 2012 dienen de stalen uiterlijk op 30 april bij DGZ aangeboden te worden. Hoe vroeger men start, hoe meer tijd men heeft om de eventueel positieve dieren op te ruimen.
- De stalen genomen door de dierenarts, worden gebundeld in één dossier aangeboden bij DGZ.
- De toekenning van de niveaus gebeurt op het einde van het werkjaar (in 2012 vanaf juli).
- Bedrijven die binnen het initiële paratuberculosebestrijdingsprogramma het P4-niveau behaalden, behouden hun eventuele vrijstelling van de jaarlijkse screening en zullen worden aangeschreven wanneer zij opnieuw moeten bemonsteren.
- Zwaar besmette bedrijven hebben steeds de mogelijkheid zich bijkomend te laten begeleiden door een dierenarts van DGZ.
(*) Dit nieuwe programma kwam tot stand na gezamenlijk overleg tussen de landbouworganisaties (BB, ABS, FWA), de Belgische Confederatie van de zuivel (BCZ), DGZ/ARSIA en FAVV/FOD Volksgezondheid.









