Schmallenbergvirus in opmars
3 februari 2012
Het aantal Belgische schapenbedrijven dat positief werd bevonden voor het Schmallenbergvirus is ondertussen opgeklommen tot meer dan 65. De laatste 2 weken is bovendien het aantal meldingen van kalveren met aangeboren afwijkingen toegenomen en ook hier is reeds een aantal dieren positief bevonden. Dit alles wijst erop dat het virus zowel bij schapen als runderen voorkomt en ook over heel België verspreid is. Ook andere West-Europese landen (Duitsland, Nederland, Frankrijk, Engeland) blijken in mindere of meerdere mate getroffen te zijn door het Schmallenbergvirus.
DGZ vraagt – zoals in vorige nieuwsbrieven – heel alert te zijn, verdachte gevallen te melden en stalen van afwijkende lammeren of kalveren (serum moederdier, nageboorte en foetus) te laten onderzoeken.
In overleg met FAVV en CODA worden volgende procedures aangehouden:
- Verworpen of doodgeboren lammeren/kalveren MET macroscopische afwijkingen op lijkschouwing worden getest op Schmallenbergvirus (via PCR). Daarnaast wordt ook onderzoek gedaan op Q-koorts, blauwtongvirus, brucellose, en in het geval van kalveren BVD-Ag.
- Verworpen of doodgeboren lammeren/kalveren ZONDER macroscopische afwijkingen op lijkschouwing worden verwerkt volgens het standaard abortusprotocol.
- Bij jonge lammeren of kalveren die levend geboren worden met gedragsafwijkingen of die macroscopische afwijkingen op lijkschouwing vertonen, zal er naast een autopsie ook onderzoek op Schmallenbergvirus gebeuren.
- Zowel de ophaling, de autopsie en de analyses van deze lammeren/kalveren worden vergoed door het FAVV.
In het kader van routinediagnostiek (autopsie ooien, organen, kalveren, lammeren, …) kan het onderzoek naar Schmallenbergvirus aangevraagd worden. De PCR-test voor Schmallenbergvirus gebeurt in het CODA en de kostprijs hiervoor bedraagt 49,90 euro (+ 6,30 euro facturatiekosten) bovenop de prijs van autopsie en ophaling.
Daarnaast wordt het Schmallenbergvirus gelinkt aan milde algemene symptomen bij runderen zoals milkdrop, koorts, neusvloei, hoest en diarree. Aangezien vermoed wordt dat het virus – naar analogie met het genetisch verwante Akabane-virus – wordt overgebracht via knutten (kriebelmuggen) en aangezien deze knutten in onze gebieden vooral actief zijn van juli tot oktober, is het weinig waarschijnlijk dat acute gevallen van diarree (of andere symptomen) momenteel kunnen toegeschreven worden aan het Schmallenbergvirus. Andere besmettingswegen kunnen echter niet uitgesloten worden, maar zijn tot nu toe niet gekend. Daarom wordt gevraagd om bij volwassen runderen met de hoger beschreven algemene symptomen eerst andere mogelijke oorzaken (IBR, BVD, Salmonella, winterdiarree, …) uit te sluiten. Indien er geen andere oorzaak gevonden kan worden, wordt gevraagd dit te registeren via MOSS (www.moss.be) en dit te melden aan DGZ. In overleg met een dierenarts van het herkauwersteam van DGZ kan dan besloten worden om de aangeboden stalen te laten analyseren voor Schmallenbergvirus. De volgende stalen dienen daarvoor aangeboden te worden:
- ongestold bloed,
- serum,
- een neusswab,
- een meststaal.
Deze stalen moeten vergezeld zijn van een goede identificatie, een duidelijke anamnese en de vermelding “verdenking Schmallenbergvirus” dragen.
Via de website www.boerenbond.be kunnen schapenbedrijven de opgelopen schade ten gevolge van het Schmallenbergvirus registeren.









