Bestrijding Salmonella bij braadkippen en kalkoenen
Om Salmonellabesmettingen in het algemeen te bestrijden en te voorkomen, is een goede hygiëne van het grootste belang.
De aanpak van Salmonella berust op drie pijlers:
- Algemene hygiënemaatregelen
- Biosecurity
- Ongediertebestrijding
Alle informatie hierover en meer vindt u in de brochure het Salmonella Actieplan (NL en FR versie beschikbaar):
Het nationale bestrijdingsprogramma voor braadkippen en kalkoenen omvat drie onderdelen: de bemonstering, gebaseerd op Verordeningen (EG) nrs. 646/2007 en 584/2008, de preventieve maatregelen, gebaseerd op de reeds bestaande gezondheidskwalificatie, en de maatregelen in geval van een positieve toom, opgenomen in het koninklijk besluit van 14 januari 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 2007 betreffende de bestrijding van Salmonella bij pluimvee.
Het bestrijdingsprogramma bij braadkippen en vleeskalkoenen is van toepassing voor alle bedrijven met minstens 200 braadkippen of vleeskalkoenen. Ook bedrijven met een capaciteit van minder dan 5000 stuks braadkippen of vleeskalkoenen, die onder gezondheidskwalificatie C vallen, moeten deelnemen aan het bestrijdingsprogramma. Een uitzondering hierop vormen de bedrijven die enkel en alleen kleine hoeveelheden vers vlees direct leveren aan de eindverbruiker (zonder tussenkomst van het slachthuis).
Bemonstering (= uitgangscontrole)
Op 1 januari 2009 trad Verordening (EG) nr. 646/2007 in werking voor de braadkippen, op 1 januari 2010 Verordening (EG) nr. 584/2008 voor de vleeskalkoenen. Deze verordeningen harmoniseren de bemonstering die moet worden uitgevoerd in het kader van de Salmonellabestrijding bij braadkippen en vleeskalkoenen voor alle Europese lidstaten.
Concreet gelden voor de bemonstering volgende richtlijnen:
- Er gebeurt één bemonstering per stal, dit in de laatste drie weken vóór de slacht.
- Er worden twee paar overschoentjes genomen die worden samengevoegd tot één monster (gepooled).
- De bemonstering dient te gebeuren door de verantwoordelijke, bedrijfsdierenarts of technici van DGZ of ARSIA.
Meer informatie over de bemonstering (presentatie).
Monsters (voor alle categorieën pluimvee, namelijk fokpluimvee, leghennen, braadkippen of vleeskalkoenen) die aan een laboratorium worden aangeboden voor analyse, kunnen geweigerd worden in volgende gevallen:
- Het aantal of het type (overschoentjes, mengmest enz.) monsters stemt niet overeen met de voorschriften van het Salmonella-bewakingsprogramma.
- Er zijn overschoentjes gebruikt die niet bestaan uit absorberend materiaal.
Als een bemonstering gebeurt met behulp van overschoentjes, dan dienen deze te zijn vervaardigd uit goed absorberend materiaal, bij voorkeur type geweven haarnetjes. De overschoentjes mogen in geen geval geplastificeerd zijn.
Wanneer monsters geweigerd worden voor analyse dan zal DGZ de verantwoordelijke telefonisch op de hoogte brengen.
Maatregelen
Naargelang de situatie gelden verschillende maatregelen:
- Toom voor de eerste keer positief voor Salmonella
- Toom voor een tweede opeenvolgende keer positief voor hetzelfde serotype Salmonella
- Toom voor een derde opeenvolgende keer positief voor hetzelfde serotype Salmonella
Toom voor de eerste keer positief voor Salmonella
- De toom wordt bestemd om logistiek geslacht te worden op het einde van de productie.
- Vóór de opzet van een nieuwe toom pluimvee wordt de stal grondig gereinigd en ontsmet. De nodige sanitaire leegstand (minstens tot de stal volledig droog is) wordt gerespecteerd.
- Na de nodige sanitaire leegstand en vóór de opzet van een nieuwe toom wordt een hygiënogram uitgevoerd door DGZ of ARSIA volgens de instructies van het FAVV.
- Na de nodige sanitaire leegstand en vóór de opzet van een nieuwe toom wordt een swabonderzoek naar Salmonella uitgevoerd door de bedrijfsdierenarts of door DGZ of ARSIA.
- Afhankelijk van het resultaat van het hygiënogram en het swabonderzoek worden de maatregelen opgelegd zoals weergegeven in onderstaande tabel.
| Resultaat hygiënogram | Resultaat swabcontrole | Maatregelen |
|---|---|---|
| x ≤ 1,5 | negatief voor Salmonella spp. | geen |
| x ≤ 1,5 | positief voor Salmonella spp. | na volgende leegstand swabcontrole |
| 1,5 < x ≤ 3,0 | negatief voor Salmonella spp. | na volgende leegstand swabcontrole |
| 1,5 < x ≤ 3,0 | positief voor Salmonella spp. | na volgende leegstand hygiënogram en swabcontrole |
| x > 3,0 | negatief of positief voor Salmonella spp. | na volgende leegstand: - laten ontsmetten door externe firma - hygiënogram - swabcontrole |
- De bemonstering wordt uitgevoerd door DGZ of ARSIA. Per plaatje wordt een score toegekend afhankelijk van het aantal kolonievormende eenheden (kve) op het plaatje. X is het gemiddelde van alle scores toegekend aan de individuele plaatjes:
* 0 kve/plaatje: score 0
* 1 t/m 40 kve/plaatje: score 1
* 41 t/m 120 kve/plaatje: score 2
* 121 t/m 400 kve/plaatje : score 3
* meer dan 400 kve/plaatje : score 4
* ontelbaar: score 5
Toom voor een tweede opeenvolgende keer positief voor hetzelfde serotype Salmonella
Indien een toom voor een tweede opeenvolgende keer positief is voor hetzelfde serotype Salmonella worden dezelfde maatregelen opgelegd als hierboven beschreven en worden eveneens volgende maatregelen opgelegd:
- De stal wordt grondig gereinigd. De ontsmetting van de stal wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. De nodige sanitaire leegstand (minstens tot de stal volledig droog is) wordt gerespecteerd;
- Indien gebruik gemaakt wordt van een extern bedrijf voor het laden, gebeurt het laden als laatste activiteit van de dag.
Toom voor een derde opeenvolgende keer positief voor hetzelfde serotype Salmonella
Bij een derde opeenvolgende keer worden alle maatregelen zoals hierboven beschreven opgelegd en moet de verantwoordelijke zijn bedrijf laten begeleiden door de bedrijfsdierenarts. De begeleiding bestaat minimaal uit:
- een epidemiologisch onderzoek om de contaminatiebron te identificeren;
- een optimalisatie van de bioveiligheid en de hygiëne.
De bedrijfsdierenarts kan hierbij een beroep doen op de expertise van de Salmonelladierenarts van DGZ.
Telkens een toom positief is voor Salmonella wordt u hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht door het FAVV. Deze brief bevat ook nog eens een overzicht van de maatregelen. Om zo weinig mogelijk invloed te hebben op het productieproces werd geopteerd om maatregelen te nemen die de opzet van een nieuwe toom niet in het gedrang brengen. Gezien de korte tijdspanne tussen de bekendmaking van het resultaat en de opzet van de volgende toom is het mogelijk dat de brief van het FAVV u pas bereikt op het ogenblik dat de volgende toom al opgezet is. Het is aan u om bij de opzet van een volgende toom uw verantwoordelijkheid op te nemen en de hierboven vermelde maatregelen uit te voeren. Het FAVV zal steekproefsgewijs de opvolging van de maatregelen controleren
Als er een officiële uitgangscontrole bij braadkippen of kalkoenen is uitgevoerd, dan wordt het resultaat automatisch geregistreerd bij het desbetreffend bevoegd laboratorium. Maandelijks worden de resultaten van deze officiële uitgangscontroles doorgestuurd naar de Salmonelladierenarts. Wanneer drie opeenvolgende uitgangscontroles/tomen positief zijn voor Salmonella, wordt het bedrijf met deze opeenvolgende positieve tomen aangeduid als probleembedrijf.
DGZ informeert de bedrijfsdierenarts van het probleembedrijf en maakt een afspraak met de bedrijfsdierenarts voor een bedrijfsbezoek.
Alle kosten die voortvloeien uit de begeleiding door de Salmonelladierenarts, met uitzondering van bijkomende Salmonella-analyses, worden gedragen door het FAVV.
Verder vragen we uw aandacht voor het volgende:
- Bij de uitgangscontrole voor braadkippen en vleeskalkoenen moeten de 2 paar overschoentjes onmiddellijk na de bemonstering (dus voor aflevering aan het laboratorium) samengevoegd worden tot één staal.
- Alle monsters moeten in het laboratorium aankomen binnen 48 uur nadat zij zijn genomen.
- Gelieve steeds het correcte materiaal voor staalname en verpakking te gebruiken. Dergelijke pakketten kunt u verkrijgen bij DGZ.
- Samen met de stalen bezorgt u aan het laboratorium een correct ingevuld aanvraagformulier (1 inzendformulier per toom). Gelieve op dit aanvraagformulier volgende gegevens in te vullen:
- beslagnummer;
- hoknummer (gelieve hiervoor Arabische cijfers te gebruiken (1, 2, 3 enz.) en geen letters of andere kenmerken);
- geboortedatum;
- reden van de analyse (eendagskuikens, ingangscontrole, week X of uitgangscontrole);
- pluimveesoort (kippen, kalkoenen, ...);
- categorie pluimvee (fok, gebruik);
- type pluimvee (vlees, leg of gemengd);
- aard van het materiaal (inlegvellen, samengevoegd meststaal, overschoentjes, stof);
- identificatie bedrijfsdierenarts;
- monsternemer (verantwoordelijke, DGZ, bedrijfsdierenarts of vervangend dierenarts);
- datum bemonstering;
- handtekening van de verantwoordelijke.

Lees ook








