Certificatie PRRSv-vrij KI-centrum
In het licht van de evolutie naar een hogere gezondheidsstatus op varkensbedrijven en de opkomst van SPF-bedrijven heeft DGZ - onder impuls van de Vlaamse vereniging voor KI-centra (VVKIC) - een certificatie ‘PRRSv-vrij KI-centrum’ uitgewerkt.
Het protocol bestaat uit drie belangrijke peilers: infrastructuur, aankoopbeleid en opvolging.
1. Infrastructuur
De infrastructurele voorwaarden voor het bekomen van een certificaat ‘PRRSv-vrij KI-centrum’ zijn voornamelijk gericht op de preventie van PRRSv-insleep door vreemde materialen en bezoekers. Bovendien dient het vervoer van herkomstbedrijf naar een erkende quarantainestal (bij voorkeur op een ander beslag dan het KI-centrum) te gebeuren met een strikt PRRSv-vrij transport.
2. Aankoopbeleid
Het aankoopbeleid dient consequent en streng opgevolgd te worden. Hiervoor dienen de beren 3 maal met 4 weken interval bemonsterd te worden. Een eerste staalname vindt plaats op het bedrijf van herkomst, vervolgens wordt de beer onderzocht binnen het kader van het verplichte aankooponderzoek op 14 dagen na aankomst in de quarantaine. Een derde onderzoek wordt uitgevoerd op 4 weken na het aankooponderzoek. Enkel beren met een S/P-ratio < 0.10 in alle onderzoeken krijgen toegang tot het erkende KI-centrum.
3. Opvolging
De strategie voor het opvolgen van de PRRSv-vrije status is gebaseerd op bloedstaalname met een interval van 4 tot 5 weken. Hierbij worden telkens minimum 5 beren bemonsterd; op grotere stations zal 10% van de aanwezige populatie bemonsterd worden. De afkapwaarde bij het opvolgingsonderzoek is eveneens S/P < 0.10. Indien beren een S/P tussen 0.10 en 0.20 hebben, wordt hetzelfde staal automatisch hertest met ELISA en vervolgens ook met IPMA. Bij een negatief resultaat in deze beide testen wordt de beer verder als PRRSv-negatief beschouwd.
Algemene voorwaarden
Bijzondere voorwaarden aankoop en quarantaine
Bijzondere voorwaarden screening voor quarantainestal en opvolging PRRSv-vrije status KI-centrum
Algemene voorwaarden
1. Hygiënesluis - minimale voorwaarden
- de hygiënesluis mag slechts éénrichtingsverkeer (vuil à proper) toelaten
- kruising van verschillende wegen (vuil/proper) is ontoelaatbaar
- de grens tussen beide zones dient te worden aangegeven via een fysische scheiding: overstapbare bank of doucheruimte
- alle risicomateriaal (schoenen, bovenkledij) moet in de 'vuile zone' achtergelaten worden
- voor werknemers/bezoekers moet alle noodzakelijke propere bedrijfseigen kledij beschikbaar zijn
2. Hygiëneprotocol werknemers
- Contacten met andere bedrijven (eigen/vreemd) moeten vermeden worden.
- Personeelsleden mogen geen eigen varkens hebben of andere varkens verzorgen.
- Personeelsleden mogen geen contacten hebben met andere varkens of varkensbedrijven in het algemeen in de laatste 48 uren.
- De verantwoordelijke van het KI-centrum dient van mogelijke risico-bedrijfscontacten van zijn werknemers op de hoogte gebracht te worden om de nodige maatregelen te kunnen nemen.
- Alle werknemers dienen voor het betreden van de stal te douchen en bedrijfseigen kledij aan te trekken.
- De handen dienen bijkomend met zeep gewassen en ontsmet te worden.
3. Hygiëneprotocol bezoekers
- Bezoekers dienen minstens 24 h geen contact met varkens te hebben gehad, tenzij het gaat om dieren met dezelfde gezondheidsstatus.
- Namen en coördinaten van alle bezoekers dienen in een bezoekersregister genoteerd te worden.
- De bezoekers dienen een document te ondertekenen waarin ze verklaren kennis te hebben genomen van de vereiste bedrijfsprocedures verbonden aan het PRRSv-vrij statuut.
- Alle bezoekers dienen voor het betreden van de stal te douchen en bedrijfseigen kledij aan te trekken.
- De handen dienen bijkomend met zeep gewassen en ontsmet te worden.
4. Hygiëneprotocol inbreng van bedrijfsvreemde materialen
- Alle materiaal dat in de stal gebracht wordt dient vooraf ontsmet te worden via een aangepaste ontstmettingsprocedure: bv. UV-bestraling of desinfectiebad (afhankelijk van het type materiaal).
- Materiaal voor bloedstaalname (strop, spuiten, buisjes, …) dienen in voldoende voorraad op het bedrijf aanwezig te zijn.
- Verdachte materialen dienen voor inbreng in de stal gedurende 14 dagen in quarantaine geplaatst worden (na grondige reiniging en desinfectie).
- Stro of zaagsel dient voor inbreng in de stal gedurende 30 dagen in quarantaine geplaatst te worden.
Bijzondere voorwaarden aankoop en quarantaine
1. Aankoopvoorwaarden
- Enkel niet-gevaccineerde beren die binnen de 14 dagen voor aankoop serologisch werden gescreend en PRRSv-negatief bevonden werden, komen in aanmerking voor aankoop en overbrengen naar de quarantaine-faciliteiten van het KI-station.
- Aangekochte beren zijn bij voorkeur afkomstig van volledig PRRSv-negatieve bedrijven.
- Bij onvoldoende garantie naar PRRSv-status van het herkomstbedrijf is de supplementaire uitvoering van een PCR op bloed aanbevolen.
- Transport van het herkomstbedrijf naar de quarantaine dient te gebeuren met eigen vervoer, vooraf grondig gereinigd, gedesinfecteerd en min. 48 uren varkensvrij.
- Het transport dient zonder tussenstop (= direct) tussen beide bedrijven te geschieden.
- Op één en hetzelfde transport dienen alle dieren tot éénzelfde gezondheidsstatus te behoren (= alle PRRSv-negatieve dieren).
2. Quarantainevoorwaarden
- De quarantainefaciliteit dient zich op een andere locatie (ander beslag) te bevinden en dient de status 'erkende quarantaine' te bezitten.
- Aangekochte dieren die voldoen aan de aankoopvoorwaarden dienen tenminste 7 weken in quarantaine te verblijven om een voldoende garantie op efficiënte serologische opvolging van de aangekochte dieren te bieden vooraleer deze in de negatieve populatie van het KI-station worden binnengebracht.
- De quarantainestal dient volledig afgezonderd (zowel fysisch als qua materiaal als (boven)kledij en schoeisel) te zijn van de hoofdactiviteiten van het bedrijf.
- De quarantaine-infrastructuur zal jaarlijks aan een inspectie door DGZ onderworpen worden.
- In de quarantainestal mag slechts 1 diergroep gehuisvest worden; pas na ledigen, reiniging, desinfectie en een leegstandsperiode van min. 7 dagen kan een nieuwe groep dieren aangevoerd worden.
- De quarantaineperiode begint op de dag van aanvoer van het laatste dier in de betreffende groep (indien dieren uit meerdere beslagen niet gelijktijdig aangevoerd worden).
3. Serologische screening na aankoop
- Aangekochte beren dienen tijdens de quarantaineperiode 2 x serologisch onderzocht te worden met een interval van min. 4 volle weken.
- Dieren die PRRSv-positief worden bevonden, dienen ONVERWIJLD van het varkensbeslag verwijderd te worden.
- Bij een positief resultaat dient de quarantaineperiode verlengd te worden met de tijdsduur (min. 4 volle weken) nodig voor het opnieuw uitvoeren van de serologische screening bij de overgebleven dieren.
- Contactdieren van een PRRSv-positief dier dienen een bijkomende PCR-test op bloed te ondergaan (detectie viremie tijdens acute fase PRRSv-infectie; zowel EU als US-stam) en min. 2 weken later opnieuw een ELISA te ondergaan.
Bijzondere voorwaarden screening voor quarantainestal en opvolging PRRSv-vrije status KI-centrum
1. Serologische screening & PCR
- Opvolging van de PRRSv-vrije status zal uitgevoerd worden via regelmatige serologische screening.
- De serologische screening van bloedstalen zal gebeuren met een ELISA-test.
- Analyse van de bloedstalen voor bekomen of behoud van PRRSv-vrij certificaat dient te gebeuren door DGZ-Vlaanderen of ARSIA.
- De PCR wordt uitgevoerd met de RT-PCR techniek waarbij zowel de EU als US stam van het PRRSv opgespoord kunnen worden.
2. Aantal dieren screening
- Elke serologische screening dient te gebeuren op 10% van de aanwezige dieren, met een min. van 5.
- Bij elke opeenvolgende serologische screening dienen andere dieren bemonsterd te worden - alle aanwezige dieren dienen minstens 1 x per jaar bemonsterd te worden.
3. Procedure serologische screening
- Na bekomen van een certificaat PRRSv-vrij KI-centrum dient een serologische screening uitgevoerd te worden door bloedstaalname op regelmatige tijdstippen.
- Bloedstalen voor opvolgingstest dienen maandelijks (4-5 weken interval) genomen te worden (³ 10 x / jaar)
Procedure certificatie
1. Toelatingstest
2. Aannemingstest
3. Opvolgingstest
4. Certificatie
5. Heraannemingstest
6. Verlies certificaat
7. Bijzondere bepalingen
8. KI-centrum in overgangsfase naar PRRSv-vrij statuut
- aantal beren: ALLE AANWEZIGE BEREN
- aantal staalnames: min. 1; indien PRRSv-dubieus positief bij 1ste bemonstering: dan 2de bemonstering
- interval staalnames: 4 VOLLE WEKEN (indien 2de bemonstering noodzakelijk)
- Tussen 1ste en 2de staalname dienen alle PRRSv-positieve dieren van het bedrijf verwijderd te worden.
- Dieren die PRRSv-dubieus positief reageren dienen een bijkomende ELISA- & IPMA-test te ondergaan vooraleer een definitieve beslissing wordt genomen (blijven/verwijderen).
- Bij een negatieve IPMA-test wordt het dier als PRRSv-negatief beschouwd en kan het op het beslag blijven.
- aantal beren: ALLE AANWEZIGE BEREN
- aantal staalnames: 1
- interval met laatste staalname toelatingstest: 4 VOLLE WEKEN
- voorwaarde voor aanneming: alle beren PRRSv-negatief
- Dieren die PRRSv-dubieus positief reageren dienen een bijkomende ELISA- & IPMA-test te ondergaan vooraleer een definitieve beslissing wordt genomen (blijven/verwijderen).
- aantal beren: 10%, met min. van 5
- aantal staalnames per jaar: >= 10
- interval tussen opeenvolgende staalnames: min. 4 w - max. 5 w
- voorwaarde voor behoud certificatie: alle individuele beren PRRSv-negatief
- Dieren die dubieus PRRSv-positief reageren dienen een bijkomende ELISA- & IPMA-test te ondergaan vooraleer een definitieve beslissing tot afvoer wordt genomen à in afwachting dient het dier afgezonderd te worden (geen neus-neus contact met andere dieren).
- Alle dieren moeten minstens 1 x per jaar getest worden.
Procedure certificatie
- Na doorlopen van toelatingstest(en) en daaropvolgende aannemingstest wordt een certificaat PRRSv-vrij KI-centrum uitgereikt voor onbepaalde duur.
- Indien alle aankooponderzoeken en opvolgingstesten verder een gunstig verloop kennen blijft het certificaat behouden.
- Alle bioveiligheidmaatregelen zullen jaarlijks aan een controle door DGZ onderworpen worden met het oog op behoud van het PRRSv-vrij certificaat.
Voorwaarden behoud certificaat
- Het certificaat blijft behouden mits aan volgende voorwaarden voldaan wordt:
- alle aankooponderzoeken werden correct uitgevoerd en de desbetreffende resultaten zijn gunstig (= negatief);
- de resultaten van de opvolgingstesten zijn ALLEN gunstig (= negatief);
- alle biosecurity-maatregelen worden permanent gehandhaafd (jaarlijks controlebezoek). - Alle KI-centra die aan de certificatie-voorwaarden PRRSv-negatief voldoen zullen via de website van DGZ-Vlaanderen (www.dgz.be) kenbaar gemaakt worden.
- Bij positieve resultaten dienen desbetreffende dieren ONVERWIJLD van het bedrijf verwijderd te worden.
- Het certificaat PRRSv-vrij KI-centrum wordt met ONMIDDELLIJKE INGANG opgeschort.
- De procedure voor hernieuwen van het certificaat start opnieuw bij de toelatingstest.
Positieve serologie aankoop
- Dieren die tijdens de quarantaine positief worden bevonden dienen ONMIDDELLIJK uit de quarantainestal verwijderd te worden.
- Alle contactdieren van PRRSv-positieve dieren dienen naast een serologisch onderzoek ook aan een PCR-analyse op bloed onderzocht te worden (opsporing viremie tijdens acute fase van PRRSv-infectie).
- Een bijkomende screening met een ELISA-test en IPMA-test dient uitgevoerd te worden.
Positieve serologie aanwezig dier
- Bij PRRSv-dubieus positief resultaat zal een bijkomend onderzoek met een andere ELISA-test en IPMA-test uitgevoerd worden vooraleer al dan niet tot verwijdering van het dier van het bedrijf beslist wordt à in afwachting afzondering van verdachte dier (= geen onmiddellijk neus-neus contact).
- Sperma van dieren met een dubieus positief resultaat kan tijdelijk niet geleverd worden tot het resultaat van de verdere onderzoeken bekend is.
- Alle contactdieren van PRRSv-positieve dieren dienen naast een serologisch onderzoek (andere ELISA + IPMA) ook aan een PCR-analyse op bloed onderworpen te worden (opsporing viremie tijdens acute fase van PRRSv-infectie).
- Bijkomende bloedstalen dienen genomen te worden om met zekerheid uit te sluiten dat het om een PRRSv-uitbraak gaat.
- Het certificaat PRRSv-vrij KI-centrum wordt met ONMIDDELLIJKE INGANG opgeschort tot de resultaten van verdere onderzoeken/hercontrole van het verdachte dier en diens contactdieren bekend is.
- Bij gunstige resultaten (= negatief) wordt de opschorting opgeheven.
- Bij ongunstige resultaten (= positief) wordt de opschorting omgezet in een schorsing van het certificaat.
- De procedure voor hernieuwen van het certificaat start opnieuw bij de aannemingstest.
- De toelatingstest kan pas min. 8 weken na een PRRSv-doorbraak gestart worden.
Klinische uitbraak op KI-centrum
- Elke beer met klinische symptomen die op een PRRSv-infectie kunnen wijzen (anorexie, koorts …) dient ONVERWIJLD met PCR getest worden op bloed.
- Indien de PCR-test negatief is dient na 2 w een bijkomende serologische screening van het betrokken dier uitgevoerd te worden.
- Het dier dient in afwachting van de resultaten van de overige dieren afgezonderd te worden.
- Het sperma van de verdachte dieren kan niet voor verkoop gebruikt worden.
- Bij positieve resultaten dient de beer ONVERWIJLD van het bedrijf verwijderd te worden.
- DGZ draagt geen verantwoordelijkheid voor mogelijke schade die kan optreden bij een doorbraak van het PRRSv-virus op een PRRSv-vrij KI-centrum.
- DGZ kan, afhankelijk van de epidemiologische gegevens, maatregelen buiten het protocol opleggen of uitzonderingen toestaan.
- DGZ behoudt het recht om, indien noodzakelijk, voorstellen in te dienen bij de PRRSv-werkgroep en het VVKIC om het protocol te wijzigen wanneer bijkomende wetenschappelijke of praktische informatie daarvoor indicaties mochten geven.
8. KI-centrum in overgangsfase naar PRRSv-vrij statuut
- KI-centra waar de beren in verschillende GESCHEIDEN afdelingen gehuisvest zijn, kunnen via een 'uitdovings'-techniek binnen een vooropgestelde termijn van max. 2 jaar het PRRSv-vrij certificaat bekomen.
- Specifieke modaliteiten van het 'B-certificaat PRRSv-vrije afdeling/KI-centrum in overgangsfase' zijn:
- Aankoopbeleid dient te gebeuren conform de normen voorgeschreven in het protocol 'PRRSv-vrij KI-centrum';
- Quarantainefaciliteiten en -voorschriften dienen uitgevoerd te worden zoals beschreven in het protocol;
- Hygiënemaatregelen zijn onderworpen aan dezelfde criteria als in het protocol. - Extra maatregelen voor de monitoring van potentiële PRRSv-viruscirculatie op het bedrijf:
- Serologische screening van de PRRSv-vrije afdeling is onderworpen aan de voorschriften beschreven in het protocol;
- De bloedstalen voor serologische screening worden tevens onderworpen aan een PCR-test om een mogelijke acute viremie in de laatste 14 d voor staalname op te sporen;
- Bijkomend dient maandelijks een onderzoek van 3 gepoolde spermastalen van de PRRSv-vrije stapel te gebeuren via PCR-techniek;
- Een bijkomende maandelijkse screening van de PRRSv-positieve afdelingen dient uitgevoerd te worden:
- 15% van de aanwezige beren
- interval: 4-5 w (min. 10 x / jaar)
- elke bemonstering andere dieren
- alle dieren min. 2x / jaar - Bijzondere bepalingen:
- Het 'B-certificaat PRRSv-vrije afdeling / KI-centrum in overgangsfase' is slechts een tijdelijk toegestaan overgangscertificaat dat finaal dient uit te monden in het behalen van het certificaat 'PRRSv-vrij KI-centrum'.
- DGZ is niet verantwoordelijk voor een eventuele doorbraak van het PRRSv-virus in de gecertificeerde PRRSv-vrije afdeling door circulatie van het virus op het bedrijf.









