Salmonella Actieplan
Salmonella is één van de belangrijkste oorzaken van voedselinfecties bij de mens. Tien tot twintig procent van de besmettingen bij mensen zou het gevolg zijn van het eten van besmet varkensvlees. Vroeger was het meest voorkomende type S. Enteritidis, voornamelijk van belang bij pluimvee en eieren. Door een intensieve vaccinatiecampagne bij pluimvee is er een sterke daling geweest van het aantal humane besmettingen te wijten aan S. Enteritidis. S. Typhimurium is op dit ogenblik het meest voorkomende serotype bij humane infecties.
Dit is ook het meest voorkomende serotype bij het varken. Daarom heeft men een bestrijdingsprogramma bij varkens in werking gesteld. De doelstelling van dit programma is om een zo laag mogelijk aantal Salmonella-positieve varkens in het slachthuis aan te voeren, om uiteindelijk het aantal Salmonella-positieve karkassen te verminderen. De verplichte uitvoering van het programma is opgenomen in het koninklijk en ministerieel besluit betreffende de bewaking van Salmonella bij varkens (beide van kracht sinds 15 juli 2007).
De bestrijding is verplicht voor alle varkensbedrijven met een capaciteit van 31 of meer geregistreerde vleesvarkensplaatsen. Op de officiële bloedstalen, genomen voor de ziekte van Aujezsky wordt de gemiddelde S/P-ratio voor Salmonella bepaald voor de vleesvarkens. Afhankelijk van de uitslag zal een bedrijf al dan niet aangeduid worden als Salmonella-risicobedrijf of hervaller.
De bloedstalen die genomen worden in het kader van het Aujeszkyprogramma worden ook onderzocht op Salmonella-antistoffen. Indien het gemiddelde van de individuele S/P-ratio’s van de laatste drie bemonsteringen telkens groter is dan 0,6 krijgt het bedrijf de status van Salmonella-risicobedrijf.
Wanneer een bedrijf deze status krijgt, zal de provinciale controle-eenheid (PCE) de bedrijfsverantwoordelijke hierover informeren. DGZ brengt de bedrijfsdierenarts op de hoogte.
De risicobedrijven moeten volgende maatregelen nemen:
- De bedrijfsdierenarts vult een checklist in samen met de varkenshouder. Deze checklist laat toe om problemen op het gebied van hygiëne, bioveiligheid, … op het bedrijf te detecteren.
- De bedrijfsdierenarts stelt samen met de verantwoordelijke een Bedrijfsspecifiek Salmonella Actieplan (BSAP) op voor een periode van 12 maanden. Hierin worden de maatregelen opgenomen die zullen toegepast worden op het bedrijf om de Salmonella-situatie te verbeteren. Een kopie van de checklist en het actieplan moeten doorgestuurd worden naar DGZ. De checklist en het actieplan moeten 5 jaar aanwezig blijven op het beslag.
- De bedrijfsdierenarts neemt stalen voor bacteriologisch onderzoek voor Salmonella. Per beslag zijn er minimum vier stalen, die telkens bestaan uit één paar overschoenen. Van elk van volgende leeftijdsgroepen wordt minimum één staal genomen:
(a) gespeende biggen; (b) vleesvarkens in het begin van de mestperiode; (c) vleesvarkens halverwege de mestperiode; (d) vleesvarkens op het einde van de mestperiode. - Indien er geen vier leeftijdsgroepen aanwezig zijn, worden de vier stalen verdeeld over de aanwezige leeftijdsgroepen. Per leeftijdsgroep worden minstens twee hokken per compartiment bemonsterd (één vooraan en één achteraan in het compartiment) en de gang tussen de twee hokken. De stalen worden opgestuurd naar DGZ voor analyse.
- De bedrijfsdierenarts bezorgt de stalen voor bacteriologisch onderzoek aan DGZ , samen met een kopie van de ingevulde checklist en het BSAP, en dit binnen de wettelijke termijn van twee maanden na het verkrijgen van de status van risicobedrijf.
- De varkenshouder voert het actieplan uit gedurende de periode van aanduiding en de bedrijfsdierenarts volgt de begeleiding op.
- De status van risicobedrijf wordt opgeheven ten vroegste 12 maanden na de bekendmaking van de status van risicobedrijf. Dit kan na drie officiële bloedstaalnames, waarbij één van de stalen een negatief resultaat heeft.
Indien het bedrijf op dat ogenblik of op een later tijdstip nog eens drie opeenvolgende gemiddelde S/P-ratio’s van meer dan 0,6 heeft, behoudt het of krijgt het opnieuw de status van risicobedrijf (= hervallen).
Dan moet het bedrijf zich verplicht laten begeleiden door DGZ. Deze begeleiding houdt een verplicht bedrijfsbezoek in, waarbij de checklist en het actieplan worden overlopen, en er een bedrijfsrondgang plaatsvindt. Er worden bijkomende adviezen gegeven om de Salmonella-situatie te verbeteren.
Als er een officiële bloedstaalname is uitgevoerd, dan wordt de gemiddelde S/P-ratio van de vleesvarkens automatisch geregistreerd in een computerprogramma. Wanneer drie opeenvolgende bloednames positief (>0,6) zijn, wordt het beslag aangeduid als Salmonella-risicobedrijf of hervaller. De aangeduide bedrijven worden wekelijks doorgestuurd naar de PCE’s, die op hun beurt de varkenshouder verwittigen.
DGZ informeert de bedrijfsdierenarts van het beslag en stuurt de nodige documenten op. Als het beslag voor de eerste keer aangeduid wordt als Salmonella-risicobedrijf, dan wordt samen met de nodige documenten, een SAP-pakket opgestuurd om het bacteriologisch onderzoek uit te voeren. Wanneer een beslag hervalt als Salmonella-risicobedrijf, dan zal een dierenarts van DGZ de bedrijfsdierenarts contacteren om een afspraak vast te leggen voor het verplicht bedrijfsbezoek.
Alle kosten die voortvloeien uit de begeleiding, zowel door de bedrijfsdierenarts als door DGZ, worden gedragen door de varkenshouder.
Formulieren:
- Checklist risicofactoren
- Bedrijfsspecifiek actieplan
- Werkvoorschrift staalname
- Aanvraagformulier laboratoriumonderoeken

Lees ook








