Elektroforese
Elektroforese wordt gebruikt om een infectie goed te kunnen inschatten aan de hand van de bepaling van de aanwezigheid van albumine, alfa-, beta- en gammaglobulinen. Ieder eiwit (en dus ook de globulines) heeft bij een bepaalde pH een zogenoemd iso-electrisch punt. Bij dit punt heeft de eiwitmolecule geen overschotlading omdat de positieve en de negatieve ladingen van de zijketens (COO¯ H+ en NH3+ OH¯) elkaar opheffen. Verandert men de pH van de oplossing naar de alkalische kant van het iso-electrisch punt, dan wordt de basische dissociatie NH3+ OH¯ teruggedrongen en blijft er COO¯ H+ over. Het eiwitmolecule heeft dus een negatieve overschotlading (COO¯) en zal zich, als men in deze oplossing twee electroden met een spanningsverschil aanbrengt, naar de positieve pool (de anode) begeven. Afhankelijk van de pH van de bufferoplossing, het iso-electrisch punt van het eiwit en de stroomsterkte in het systeem zal elk deeltje een bepaalde snelheid krijgen en een overeenkomstige afstand afleggen: het albumine zal zich het verst verplaatsen, de gammaglobulinen het minst ver. De alfa- en de betaglobulinen zullen tussenin liggen.







