Blauwtong (BTV)
Blauwtong is een virusbesmetting die voorkomt bij herkauwers en die overgedragen wordt door knutten. Er zijn wereldwijd 24 serotypes van het blauwtongvirus bekend, waarvan de meeste vooral voorkomen in tropische en subtropische streken. De meeste types blauwtong geven hoofdzakelijk ziektetekens bij schapen. Het type 8 dat in ons land en de rest van Europa sinds 2006 is opgedoken, veroorzaakt niet alleen ziektesymptomen bij schapen, maar ook bij runderen.
Ziektetekens bij schapen
4 tot 12 dagen na besmetting heeft het dier hoge koorts, de kop en de lippen zijn gezwollen. De oogleden zijn rood gestuwd. De longen kunnen aangetast worden. Sommige schapen hebben pijnlijke klauwranden en manken. Geleidelijk worden de wondjes korstig. De schapen die de ziekte overleven zijn na drie weken hersteld. Het sterftepercentage kan hoog oplopen. Dit ligt tussen 5 en 20 %. Bij drachtige ooien kunnen de lammeren in de baarmoeder besmet worden met een mogelijke verwerping tot gevolg. Bij rammen kan het sperma een tijd lang (ongeveer een maand) besmet zijn.
Ziektetekens bij runderen
Bij runderen (en geiten) zijn de ziektesymptomen veel milder en niet altijd aanwezig. De ziektetekens zijn vergelijkbaar met deze bij het schaap. Koorts, een rode neusspiegel, rode oogleden, en klauwrand ontsteking. Soms zijn er rode vlekken op de uier. Na een week verkorsten de wonden. Het sterftepercentage bij runderen ligt laag. De kalveren in de baarmoeder kunnen besmet worden wat kan leiden tot een ernstige hersenaantasting als gevolg of abortus. Ook het sperma van stieren kan besmet zijn. Koeien die dan gedekt worden hebben een hoger aantal verwerpingen.
Antistoffen kunnen aangetoond worden met een ELISA-test op serum. Standaard wordt een ELISA-test gebruikt die alle serotypes kan aantonen. Bij aanwezigheid van antistoffen tegen blauwtong wordt het serotype bepaald met een serotypespecifieke ELISA-test. Zowel DGZ als het CODA voeren deze analyse uit.
Het virus zelf wordt aangetoond met een PCR-test. Dit kan in ongestold EDTA-bloed en organen zoals milt en wondmateriaal. Afhankelijk van de reden van onderzoek kan men hiervoor terecht bij DGZ of het CODA.
Bij de differentiaaldiagnose moet gedacht worden aan boosaardige catarrhaalkoorts, fotosensibilisatie, mond- en klauwzeer, BVD en Ecthyma.
Er zijn efficiënte dode vaccins ter beschikking voor runderen, schapen en geiten. De basisenting bestaat uit twee entingen met enkele weken tussentijd. Jaarlijks moeten de dieren een herhalingsenting krijgen.
Een vaccin is serotypespecifiek, d.w.z. dat het gericht is tegen één van de 24 bekende types. De dieren zijn dan ook enkel immuun voor het type waarmee geënt is. Combinatie van enkele serotypes in één vaccin is mogelijk.
Van 2008 tot 2010 was de vaccinatie in België verplicht voor alle runderen en schapen. Sinds 2011 mag op vrijwillige basis verder gevaccineerd worden.
Het FAVV organiseert reeds meerdere jaren een bewakingsprogramma in de veestapel om de besmetting op te volgen. Indien België twee jaar na elkaar kan aantonen dat er geen blauwtongvirus gevonden is, dan wordt ons land terug officiëel vrij van blauwtong.
De actuele maatregelen en procedures en de wetgeving zijn te vinden op de website van het FAVV: www.favv.be/dierengezondheid/bluetongue/







