Paraturberculose
Paratuberculose (ook wel ziekte van Johne genoemd) wordt veroorzaakt door een zuurvaste bacterie Mycobacterium avium subspecies Paratuberculosis, afgekort MAP. De bacterie is omgeven door een beschermende waslaag. Hierdoor kan ze lang overleven in de leefomgeving van de runderen. Een jaar in mest en grasland, in kuilgras tot het einde van de bewaarperiode. Hooi is veilig omdat de UV-stralen van de zon de bacterie doden.
Paratuberculose komt wereldwijd voor bij herkauwers en is vooral een probleem in de intensieve veehouderij.
De infectie slaat enkel aan bij jonge kalveren tot de leeftijd van zes maanden. Hoe jonger het kalf, hoe gevoeliger het is om een infectie op te lopen. Ze nemen de bacterie op door het drinken van biest of melk van een besmette koe. Anderzijds kunnen ze besmet raken door opname van de bacterie uit de stalomgeving; mest, bedding, voederbakjes etc. De stalomgeving wordt besmet door mest van volwassen dieren die de bacterie in de mest kunnen uitscheiden.
Na opname door het kalf gaat de bacterie voor enkele jaren in een rustfase over. Ten vroegste op de leeftijd van twee jaar en meestal bij extra belasting van de darm (bv. overschakeling droogstand naar lactatierantsoen na kalving, omweiden…) kunnen de eerste ziektetekens zichtbaar worden. Niet elk besmet kalf zal de ziekte effectief doormaken.
Ziektetekens zijn een waterige diarree die kan komen en gaan. Behandeling heeft geen effect op de diarree. De eetlust blijft goed, maar de melkproductie daalt en het dier vermagert. Door het voortdurende eiwitverlies langs de darm kan er oedeem onder de kin ontstaan.
Antistoffenonderzoek
Met een ELISA-test zowel in bloed als in melk van individuele dieren kunnen de antistoffen aangetoond worden.
Een positieve uitslag betekent dat het dier besmet is. Ook een ‘niet-interpreteerbare (NI)’ uitslag moet als verdacht voor MAP beoordeeld worden. Vals-positieve uitslagen zijn uiterst zeldzaam.
Ook een negatieve uitslag moet met veel reserve beoordeeld worden. De ELISA-test is niet erg gevoelig. Dit betekent dat er heel wat vals-negatieve resultaten voorkomen, d.w. z. dat besmette dieren niet gevonden worden. Bovendien duurt het lang (2 tot 3 jaar) vooraleer een rund antistoffen gaat opbouwen. Zo kunnen aanvankelijk negatieve dieren later toch nog positief worden.
Bacteriekweek en kleuring
Cultuur van mest geeft aan dat het dier bacteriën uitscheidt in de mest. De volledige kweekperiode duurt 16 weken; een positief resultaat wordt meestal na 8 weken bekomen. Kleuring van mest met de Ziehl-Neelsenkleuring is enkel bruikbaar bij dieren met ziektesymptomen door de geringe gevoeligheid van deze methode
PCR
Aantonen van de kiem in mest of organen. Mestmonsters mogen per 2 gepoold worden. PCR is een snelle en gevoelige methode Bij DGZ wordt het onderzoek minstens eenmaal per week ingezet.
Gevoeligheid van PCR en bacteriekweek liggen dicht bij elkaar. PCR is echter veel duurder dan bacteriekweek. Beide methodes kunnen gebruikt worden in het opruimbeleid om uitscheiders vervroegd van het bedrijf te verwijderen en als aanvulling bij de serologische screening.
Er bestaat geen behandeling. De enige manier om paratuberculose te bestrijden is voorkomen dat jonge dieren besmet worden. Daarnaast zal men met behulp van laboratoriumonderzoek de aangetaste dieren proberen op te sporen vóór ze ziek worden. Dit helpt de enorme infectiedruk te verminderen.
Om besmetting van jonge kalven te voorkomen, gelden volgende adviezen voor bedrijven waar de besmetting nog aanwezig is:
- Afkalven in een aparte, proper ingestrooide box.
- Het kalf snel na de geboorte naar een gereinigde kalverbox brengen.
- Kalveren krijgen enkel biest van hun eigen moeder. Mengbiest kan MAP sterk verspreiden. Indien de moeder MAP-drager is, dan kan biest gegeven worden van een MAP-vrije moeder.
- Nadien wordt het kalf opgefokt met kunstmelk. Koemelk van dragers/uitscheiders is een sterke bron van MAP.
- Kalveren mogen geen ruwvoer krijgen dat mogelijk met MAP-besmette mest bevuild is. Ook via weidebemesting kan MAP in de kuil terechtkomen.
- Kalveren jonger dan 6 maanden worden apart gehuisvest. Alle contacten met mest van volwassen dieren moet vermeden worden; laarzen, werkgerief, emmers, enz.
- Eens bekend is dat een koe drager is van MAP, dient dit dier zo snel mogelijk van het bedrijf verwijderd te worden om besmetting van de stalomgeving laag te houden. We gaan ervan uit dat het kalf van een drager ook veel kans maakt om zelf drager te worden. Zulke kalveren worden best niet aangehouden voor de fok.

Lees ook








