Q-koorts
Q-fever wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetii, en is een intracellulaire infectie. De bacterie heeft o.a. een sporevorm die goed bestand is tegen omgevingsfactoren en tegen uitdroging. Dit maakt dat ze lang in de omgeving kan overleven en via stof kan overwaaien naar andere dieren en ook naar de mens.
Een hele reeks zoogdieren, vogels en insecten is gevoelig voor infectie. Besmetting van de mens ontstaat meestal door inademen van besmet stof (droge mest en stalbedding van bedrijven met abortusproblemen door Coxiella. Hiernaast vormt ook de besmetting door direct contact met zieke dieren een bedreiging voor slachthuismedewerkers, veehouders en dierenartsen (beroepsziekte).
60% van de besmette mensen vertoont geen ziektetekens; 20% maakt een lichte griep door en nog eens 20% wordt ernstig ziek met long- of leverontsteking. Bij mensen met hartproblemen kan een besmetting ook hartklepaantasting veroorzaken.
Bij runderen komt abortus ten gevolge van besmetting met Coxiella eerder sporadisch voor. Runderen spelen dan ook een minder belangrijke rol bij humane besmetting. Bij geiten en schapen komt het vaker tot een abortus na besmetting door Coxiella.
Wereldwijd zijn schapen de voornaamste oorzaak van Q-koorts bij de mens.
Sinds 2007 is er in Nederland een grote toename vastgesteld van Q-koorts bij mensen. Van 2007 tot 2010 is bij 3500 mensen een Q-koortsinfectie aangetoond met ziekteverschijnselen. De oorsprong lag bij grote melkgeitenbedrijven in de buurt van dorpen, en dit was met name het geval in Noord-Brabant en Gelderland. De Nederlandse overheid heeft hier drastische beperkende maatregelen voor de sector tegenover gesteld.
In België is er nog geen toename vastgesteld van Q-koorts bij mensen of dieren. Uit voorzorg is er voor de melkgeiten een tankmelkmonitoring ingesteld.

Nageboorte geit; necrose op de rand van de cotyledone en exudaatbrokjes tussen de cotyledonen
Antistoffen opsporen met een ELISA-test kan op serum of melk. Ook is het mogelijk om tankmelk te onderzoeken op antistoffen.
Uit onderzoek blijkt dat er op 55% van de melkveebedrijven antistoffen in de melk aanwezig zijn. Van alle melkkoeien heeft ongeveer 25% antistoffen.
Bij de schapen in België heeft 4 à 5 % van de dieren antistoffen in het serum.
Tankmelkstalen van melkgeiten toonden aan dat er op 20 à 25% van de melkgeitenbedrijven antistoffen aanwezig zijn.
Antigeenbepaling (aantonen van de bacterie) kan met een PCR-test op melk, tankmelk en abortusmateriaal (nageboorte of lebmaaginhoud).
Uit onderzoek van Veepeiler blijkt dat de bacterie in de tankmelk terug te vinden is bij 21% van de melkveebedrijven. Op dierniveau wordt de bacterie teruggevonden in melk van 10% van de melkkoeien.
Bij melkgeiten kan de bacterie in 8 à 10% van de tankmelkstalen teruggevonden worden.
Abortusprotocol bij elke verwerping van runderen, schapen en geiten
(zie Abortusprotocol).
In het kader van het abortusprotocol wordt het moederdier onderzocht op Coxiella-antistoffen en gebeurt er een antigeenonderzoek op foetus/nageboorte.
Interpretatie
Aangezien de bacterie zo algemeen verspreid voorkomt, is voorzichtigheid geboden bij de beoordeling van een positieve uitslag. Een positieve PCR op abortusmateriaal bewijst niet steeds dat Coxiella de oorzaak is van abortus. Gezonde dragers scheiden geregeld bacteriën uit in melk bij afkalven of aflammeren.
Bij dieren is een antibioticumbehandeling enkel verantwoord indien er ziektesymptomen zijn. Bij de mens wordt de infectie meestal wel behandeld met antibiotica.
Preventief kunnen geiten gevaccineerd worden. De beste immuunrespons bekomt men indien de niet-drachtige en nog niet-besmette dieren gevaccineerd worden. Het vaccin mag ook voor runderen gebruikt worden. Gezien het beperkte besmettingsgevaar via runderen is vaccinatie van deze dieren niet erg zinvol.
Preventie
- De belangrijkste preventieve maatregel is het snel verwijderen van nageboorte en foetus na een verwerping.
- Het gebruik van een verlosstal voorkomt dat besmet vruchtwater over het hele bedrijf verspreid raakt.
- Het vermijden van stofvorming bij het uitmesten van droog beddingsmateriaal voorkomt besmetting van de omgeving.
- Door het Q-koortsonderzoek dat gebeurt binnen het abortusprotocol, zal men ook snel een dreigend Q-koorts abortusprobleem op het spoor komen en bijkomende preventieve maatregelen nemen.
Op alle bedrijven met melkgeiten waar een PCR -analyse van het tankmelkmonster of van het monster genomen in het kader van het verplicht onderzoek van een abortus de aanwezigheid van Coxiella Burnetii (Q-koorts) heeft aangetoond, moeten alle geiten ouder dan 3 maanden gevaccineerd worden (MB van 13 mei 2011).
Meer informatie over Q-koorts, vaccinatie en registratie vindt u op:de website van het FAVV: www.favv-afsca.fgov.be/dierengezondheid/qkoorts.









