Salmonella bij varkens
Salmonellose is een infectie, veroorzaakt door de Salmonella-bacterie.
Omdat Salmonella een zoönose is (mensen kunnen namelijk besmet worden door contact met besmette dieren of besmet vlees) is het belangrijk om de ziekte te bestrijden. Bij mensen komen voornamelijk maagdarminfecties voor, soms gepaard met complicaties bij gevoelige groepen (jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met problemen aan het afweersysteem). Meer over Salmonella bij de mens.
Bij het varken worden meestal geen symptomen waargenomen (=subklinische infectie). In sommige gevallen ziet men toch symptomen optreden, vooral een waterige, gele diarree is of plotse sterfte zonder voorafgaande tekenen. Varkens die besmet zijn met Salmonella kunnen drager worden van de kiem. Deze dragers gaan op sommige momenten Salmonella (her)uitscheiden. De belangrijkste oorzaak van het heruitscheiden van de kiem is stress. Deze dragers vormen dus een belangrijke bron van infectie voor de andere varkens.
De lange overlevingsduur van de bacterie in de omgeving, de talrijke mogelijke infectiebronnen en de bijzondere pathogenese (met symptoomloze dragers) brengen met zich dat een volledige uitroeiing van Salmonella uit onze varkenspopulatie onmogelijk is. Wel kunnen er maatregelen genomen worden om de infectiedruk van de omgeving en bij de dieren zo laag mogelijk te houden.
In het klinisch beeld bij varkens onderscheidt men:
- Hyperacute salmonellose, gekenmerkt door plotse sterfte (meestal vleesvarkens > 70-80 kg), ten gevolge van endotoxinevorming. Gestorven varkens vertonen vaak blauwverkleuring (cyanose) van de extremiteiten en een gekookt uitzicht van de spieren.
- Het acute beeld is gekenmerkt door dunne tot waterige gele diarree en koorts. De incubatietijd bedraagt enkele uren tot enkele dagen, afhankelijk van dosis en virulentie van de stam. De infectie verspreidt zich traag doorheen het bedrijf. Heel veel gevallen worden niet geregistreerd, maar op sommige bedrijven is er sprake van een terugkerend probleem.
- Chronische salmonellose uit zich door de aanwezigheid van achterblijvers met ruw haarkleed, chronisch intermitterende diarree, intermitterend koorts en eventueel het ontstaan van rectale strictuur (bij varkens die mager zijn op de rug en een dikke buik hebben).
- De meeste infecties verlopen symptoomloos. Er zijn echter aanwijzingen dat subklinische infecties (hoge seroprevalentie, geen kliniek) een nadelige invloed hebben op de groeiresultaten bij vlees- en opfokvarkens.
- Wanneer na een klinische of subklinische infectie onvoldoende immuniteit wordt opgebouwd door de gastheer om de kiem volledig op te ruimen, onstaat er een evenwicht tussen de kiem en de gastheer. In dit geval spreekt men van kiemdragers of ‘carriers’. De kiem houdt zich bij deze ‘carriers’ gedurende langere tijd in stand in de dikke darm of intracellulair ter hoogte van het lymfoïede weefsel van de darm. De kiemdragers kunnen onder invloed van stress, verandering van darmflora, verlaging van de weerstand (door bv. andere ziektes) en andere factoren intermitterend gaan uitscheiden.
De diagnose kan gesteld worden op basis van routine-onderzoek door middel van bacteriologie en onderzoek op afweerstoffen (serologie).
Bacteriologie
Salmonella kan aangetoond worden door middel van bacteriologie. Als er Salmonella aanwezig is in de genomen stalen, kunnen deze in het labo geïsoleerd worden en verder onderzocht.
De isolatie neemt verschillende dagen in beslag. Als het staal positief is, wordt bepaald welk type Salmonella aanwezig is (typering bij CODA).
Onderzoek op afweerstoffen (serologie)
Onderzoek op serum (gestold bloed) of vleessap vindt plaats met een indirecte of semi-kwantitatieve ELISA waarbij de resultaten in S/P-ratio’s worden uitgedrukt. Deze geven een aanwijzing over de hoogte van de afweer respons.
Een serologisch positief dier heeft in de voorbije periode een infectie doorgemaakt. Of het dier ook nog Salmonella uitscheidt op dat moment wordt hierdoor niet bepaald. Gemiddeld vindt de hoogste uitscheiding trouwens plaats binnen de tien dagen na infectie, dus voor de piek in de serologische respons is bereikt. De S/P-ratio’s blijven nog lang na de initiële uitscheiding duidelijk positief. Het hoogste aantal seropositieve varkens komt voor in de tweede helft van de afmestperiode.
Als vuistregel geldt dat antibiotica die actief zijn tegen E.coli, ook tegen Salmonella helpen, er komt echter al veel resistentie voor. Het is wel zo dat antibiotica varkens niet Salmonella-vrij kunnen maken. Het heeft dus geen zin om langdurig antibiotica te verstrekken om op die manier te proberen de (subklinische) infectie van het bedrijf te krijgen. Verder kan men in het geval van een klinische uitbraak ook ondersteunend te werk gaan door het toedienen van ontstekingsremmers en elektrolyten.
Salmonella: algemene hygiëne
De algemene hygiëne is belangrijk om de infectiedruk op het beslag te verlagen en zo horizontale verspreiding tegen te gaan. Men streeft naar het doorbreken van de infectiecyclus, waarbij nieuwe opgezette dieren besmet worden door andere groepen (zeugen, oudere vleesvarkens…). Meer over algemene hygiëne.
Een omkleedlokaal met bedrijfseigen kledij, laarzen en handwasgelegenheid voorkomt het binnenbrengen van een Salmonella-besmetting van buitenaf door bezoekers.
Gescheiden gebruik van materiaal (borstel, trekker, schop, kruiwagen…) en kledij/laarzen bij zeugen en vleesvarkens voorkomt de overdracht van de zeugen naar de vleesvarkens en omgekeerd. Zeugen zijn een belangrijke indirecte bron van besmetting voor de vleesvarkens, waardoor de infectie op een bedrijf behouden blijft.
Ontsmettingsbaden en laarzenreinigers aan elke stal/leeftijdscategorie helpen de infectiecyclus tussen de verschillende diergroepen doorbreken. Hierbij moet aandacht besteed worden aan het soort ontsmettingsmiddel (korte contacttijd), de juiste concentratie en het regelmatig verversen. Mest wordt vooraf verwijderd van de laarzen om inactivatie van het ontsmettingsmiddel door organisch materiaal te voorkomen.
Een goede reiniging en ontsmetting is essentieel bij de bestrijding van Salmonella. Dit is zowel van belang bij het leegkomen van afdeling, na laden en lossen en na gebruik van materiaal (drijfplank, varkenssnoer…). De standaardprocedure verloopt als volgt:
- Droge reiniging: verwijderen van mest, korsten en stof;
- Voorweken met behulp van een inweekmiddel;
- Reiniging met een hogedrukreiniger (debiet niet te hoog) en warm water;
- Ontsmetten met een erkend ontsmettingsmiddel in de juiste concentratie;
- Opdrogen en leegstand (3-5 dagen): opdrogen kan bevorderd worden door kalkpoeder te strooien of een warmtekanon te plaatsen.
Men kan de degelijkheid van reiniging en ontsmetting controleren aan de hand van hygiënogrammen. Deze geven een indruk van de bacteriële verontreiniging, maar Salmonella wordt niet rechtstreeks aangetoond. Er kunnen ook specifieke stalen genomen worden om de aanwezigheid van Salmonella te bepalen. Indien u hierover meer informatie wenst, kunt u de Salmonella-dierenarts van DGZ contacteren.
Kadavers worden onmiddellijk verwijderd uit de afdelingen en gangen in een lekvrije bak die enkel voor dit doel bestemd is. Na gebruik wordt deze goed gereinigd en ontsmet. De kadavers worden ondergebracht in een krengenhuisje gelegen aan de straatkant, zodat de vrachtwagen voor ophaling het bedrijf niet moet betreden. Na gebruik is reiniging en ontsmetting van het krengenhuisje en kadavertonnen noodzakelijk.
Meer maatregelen om Salmonella te voorkomen en/of bestrjden:
- Een goede bioveiligheid
- Controle is van het drinkwater en het drinkwatersysteem
- Besmetting door voeder vermijden
- Diergeneeskundige en zoötechnische begeleiding
- Hoe slachtrijpe varkens afleveren









