Diarreeproblemen
Een hele reeks ziektekiemen kunnen in een verschillend levensstadium van het rund of kalf diarree veroorzaken.
In de eerste levensweken zijn volgende kiemen van belang:
- E. coli: deze bacterie is in staat om diarree te veroorzaken in de eerste 24 uur na de geboorte.
- Rotavirus: dit virus kan problemen geven in de 1ste tot de 3de levensweek en wordt vaak samen gezien met Cryptosporidium parvum.
- Coronavirus: ook een gekende virale verwekker van diarree in de eerste 2 levensweken.
- Cryptosporidium parvum: deze eencellige parasiet is de laatste jaren uitgegroeid tot één van de belangrijkste veroorzakers van diarree bij kalveren en dit vanaf de 2de levensweek.
- Salmonella: ook deze bacterie kan bij jonge kalveren in de eerste weken soms problemen veroorzaken, vooral op bedrijven met een hoge infectiedruk en gestoorde immuniteit.
Vanaf de leeftijd van 6 weken tot 6 maand spelen andere ziektekiemen een rol.
- De bacteriële veroorzakers zijn voornamelijk Salmonella Dublin en Typhimurium en Clostridium perfringens, waarbij deze laatste verantwoordelijk is voor het ontstaan van een bloederige enterotoxemie.
- In de categorie virale oorzaken wint het BVD-virus aan belang.
- Tenslotte hebben we de parasitaire veroorzakers van diarree in deze leeftijdscategorie, namelijk coccidiose ( zie ook ziekte Coccidiose) veroorzaakt door de Eimeria bovis en zuernii, en Eimeria alabamensis, ook wel weidecoccidiose genoemd. Naast coccidiose kan ook een infectie met de eencellige flagellaat Giardia llamblia voor diarree zorgen.
Bij ouder jongvee en volwassen dieren spelen naast BVD, Salmonella, Clostridium en coccidiose ook maag- en darmwormen, en bij ouder vee paratuberculose een rol bij het ontstaan van diarree.
Verschillende diarreeveroorzakers vragen natuurlijk verschillende diagnosetechnieken. Het is van belang te weten welke ziektekiemen een rol spelen in een bepaald levensstadium van een kalf of rund.
Bij kalverdiarree in de eerste weken kan men best zo snel mogelijk een mestonderzoek uitvoeren bij verschillende kalveren. Via een ELISA-antigentest (tetrakit) kan men dan de aanwezigheid van E. coli, Rota, Corona en Cryptosporidium vaststellen.
Ook een bacteriekweek van de mest is mogelijk voor onderzoek naar E. coli en Salmonella. Via mestonderzoek kan men ook coccidiose en Giardia diagnosticeren, en - voor grotere runderen - nagaan of er maagdarmwormeieren aanwezig zijn. Om de aanwezigheid van het BVD-virus aan te tonen, is het dan weer beter om een staal van ongestold bloed te onderzoeken via PCR of de ELISA-antigentest. Paratuberculoseonderzoek bij oudere runderen kan via een meststaal en via een bloedstaal (zie hiervoor ook ziekte paratuberculose en programma paratuberculose).
Wanneer een kalf of meerdere kalveren diarree krijgen, is het raadzaam zo goed en snel mogelijk te reageren. Laat de mest van het zieke kalf zo snel mogelijk onderzoeken om de onderliggende ziektekiem te diagnosticeren. Vervolgens kunt u een gepaste behandeling starten en/of maatregelen nemen.
Het is heel belangrijk het diarreekalf te isoleren van de gezonde dieren en dit dier laatst te verzorgen. Houd het dier warm (eventueel met een warmtelamp) en probeer dehydratatie te voorkomen. Het kan verstandig zijn het kalf 1 dag van de melk te halen en een elektrolytenmix te geven. Daarna moet het kalf weer melk krijgen om zich te kunnen voorzien in de nodige energie, weliswaar afgewisseld met elektrolytenmix. Bij een vermoeden van bacteriële diarree dienen er ook antibiotica verstrekt te worden. Best is de diagnose te laten stellen door de bedrijfsdierenarts.
Diarree is één van de belangrijkste economische verliesposten op een rundveebedrijf. De gemiddelde kost per kalf dat sterft door diarree bedraagt 100 euro. De gemiddelde sterfte op een bedrijf ten gevolge van diarree ligt tussen 3 en 6%. Het is dus heel belangrijk een aantal preventieve maatregelen te nemen:
- Zorg voor een optimaal biestbeleid: d.w.z. dat het kalf zo snel mogelijk na de geboorte voldoende biest krijgt van uitstekende kwaliteit. Zo is het jonge kalf goed voorzien van specifieke, beschermende, moederlijke antistoffen en daardoor beter gewapend bij een eventueel verhoogde infectiedruk.
- Zorg voor een optimale hygiëne rond de afkalving en rond de individuele kalverhutten, dit om de infectiedruk in de omgeving zo laag mogelijk te houden.
- Zorg voor een optimale en strikt individuele huisvesting van de jonge kalveren tot de leeftijd van minimum 6 weken.
- Zorg voor strikt individuele en propere drinkrecipiënten voor de kalveren.
- Isoleer de zieke dieren van de gezonde.
- Verzorg de dieren steeds van jong naar oud en van gezond naar ziek.









