Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Vanaf de start van het BVD-bestrijdingsprogramma wordt elk pasgeboren kalf binnen de 7 dagen na geboorte onderzocht op aanwezigheid van het BVD-virus. Dit gebeurt bij voorkeur door een oorweefselstaal te nemen via een BVD-oormerk, ook wel earnotch genoemd. Op basis van het resultaat van dat onderzoek krijgt het kalf een BVD-dierstatuut toegekend dat levenslang geldig is. Moederdieren die een BVD-vrij kalf hebben gegeven, worden BVD-vrij door afstamming. Begin 2018 is het BVD-dierstatuut van alle Vlaamse runderen gekend.

Dat het aantal en het percentage IPI-kalveren jaarlijks een drastische daling kent, is duidelijk te zien in figuur 1. Terwijl er in 2015 nog 2792 IPI-kalveren werden geboren (komt overeen met 0,55% van de geboortes), tellen we in 2019 nog slechts 166 geboortes van IPI-dieren (amper 0,03 % van de geboortes). In 2020 werden tot vandaag 51 BVD-dragers geboren op 27 Vlaamse rundveebedrijven.

Fig. 1. Evolutie van aantal en percentage IPI-kalveren geboren in Vlaanderen.

Waarom is deze daling van het aantal geboren IPI-kalveren zo belangrijk? IPI dieren zijn BVD-drager dieren. Dit betekent dat ze besmet zijn in de baarmoeder ten gevolge van een al dan niet tijdelijke infectie van het moederdier. Hierdoor beschouwt het kalf het BVD-virus als lichaamseigen en zal het nooit afweer ontwikkelen tegen het virus. Deze permanent geïnfecteerde kalveren houden het virus niet alleen in stand maar verspreiden het ook, met alle nefaste effecten op de diergezondheid. Hoe minder IPI’s er dus aanwezig zijn in Vlaanderen, hoe kleiner dit risico.

Voor het programma startte, had een gemiddeld rundveebedrijf gemiddeld elke vijf jaar te kampen met BVD-insleep. Dankzij de sterke daling van het aantal IPI’s en de strikte maatregelen op besmette bedrijven is het voor de meeste bedrijven een haalbare kaart geworden om BVD-vrij te blijven.

Niet alleen het totaal aantal geboren IPI’s maar ook het aantal bedrijven waar IPI’s geboren worden is van belang. Dit aantal bedrijven daalt zichtbaar van 1.204 in 2015, over 448 in 2017 naar slechts 77 in 2019. 31 van deze 77 bedrijven hebben als sinds 2015 te kampen met BVD en hebben nog wel wat werk voor de boeg. 19 ervan zijn na 2015 besmet geraakt met BVD en hebben sindsdien te maken gehad met de geboorte van een IPI-dier. Bij de resterende 27 rundveebedrijven gaat het om een nieuwe infectie waar pas in 2019 voor het eerst een IPI-kalf op het bedrijf geboren werd. Dat het aantal bedrijven met ‘nieuwe’ infecties voornamelijk de eerste drie jaar van het programma een gunstige evolutie kent, is duidelijk te zien in figuur 2.

 

Fig. 2. Weergave van het aantal bedrijven waar voor het eerst een IPI-kalf geboren werd, van januari 2015 tot en met december 2019.

Hoewel de evolutie er op het eerste gezicht heel veelbelovend uitziet, waarschuwen de cijfers ons ook dat we de aandacht niet mogen laten verslappen. Want alhoewel het aantal bedrijven waar voor het eerst een IPI werd geboren duidelijk gedaald is ten opzichte van het begin van het programma, is deze daling veel minder uitgesproken tussen begin 2018 en vandaag. Het is uitermate belangrijk om te vermijden dat er steeds weer een beperkt aantal nieuw geïnfecteerde bedrijven bijkomt. Aandacht bij aankoop van dieren is daarbij essentieel, want een van de voornaamste oorzaken van insleep is de aankoop van een Trojaanse koe. Dit is een koe die zelf IPI-vrij is door onderzoek maar drachtig is van een BVD-drager. Dit was het geval bij 44% van de bedrijven die in 2019 voor het eerst een infectie hadden. Naast de aandacht bij aankoop van mogelijke Trojaanse koeien zijn andere bioveiligheidsaspecten zoals quarantaine- en hygiënemaatregelen, bedrijfskledij voor alle erfbetreders én vaccinatie belangrijke aandachtspunten om insleep te voorkomen.

Alleen als we insleep van nieuwe BVD-infecties vermijden en bestaande infecties kordaat aanpakken, zullen we een verdere positieve evolutie van het BVD-bestrijdingsprogramma kunnen verwezenlijken. Alleen zo kan Vlaanderen BVD-vrij worden, wat de diergezondheid en de hele rundveesector ten goede komt.