078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Wisselende weersomstandigheden en het weidebeheer beïnvloeden de parasitaire besmettingsdruk. Een jaarlijkse evaluatie kort na het opstallen helpt je om samen met je bedrijfsdierenarts drie belangrijke vragen te beantwoorden:

  • Is een opstalbehandeling nodig?
  • Volstond het preventiebeleid tijdens het afgelopen weideseizoen?
  • Hoe pak je de parasietenbestrijding volgend weideseizoen het beste aan?

Twee belangrijke parasieten

Bij runderen zijn de maagdarmworm Ostertagia ostertagi en de leverbot Fasciola hepatica twee belangrijke inwendige parasieten. Runderen kunnen beide parasieten oplopen tijdens het grazen. De maagdarmworm leeft in de lebmaag, terwijl de leverbot de lever aantast. Voor zijn ontwikkeling heeft de leverbot ook een slak nodig: de leverbotslak. 

Figuur: De leverbotcyclus met de leverbotslak als tussengastheer, herwerkt uit Liver fluke – The facts, Animal Health Ireland

Parasitair Profiel geeft inzicht in de blootstelling

Met het Parasitair Profiel kun je de blootstelling van je melkveestapel aan O. ostertagi en F. hepatica beoordelen. Hiervoor worden met een ELISA-test antistoffen tegen deze parasieten in tankmelk gemeten. Het resultaat wordt uitgedrukt als een ODR-waarde (optische densiteitsratio). 

De resultaten geven een indicatie van de blootstelling op bedrijfsniveau en het risico op productieverliezen. Ze meten niet rechtstreeks hoeveel parasieten op dat moment aanwezig zijn. Voor O. ostertagi kan de ODR-waarde bovendien helpen om het mogelijke verlies aan melkproductie op bedrijfsniveau in te schatten. Samen met de voorgeschiedenis, het weidebeheer en eerdere behandelingen helpen de resultaten je bedrijfsdierenarts om te beoordelen of een behandeling aangewezen is.

Hoe vraag je tankmelkonderzoek aan?

Het onderzoek op tankmelk wordt uitgevoerd bij MCC. Je kunt de analyse aanvragen met een van deze formulieren:

Duid op het gekozen formulier bij het onderdeel ‘Aantonen van antistoffen’ de bepalingen voor zowel Ostertagia als Fasciola aan.

Vervolledig het Parasitair Profiel met een pepsinogeentest

Na het opstallen is het aangewezen om ook het jongvee dat zijn eerste weideseizoen achter de rug heeft te onderzoeken. Dit vervolledigt het Parasitair Profiel van jouw bedrijf. Zo vervolledig je het Parasitair Profiel van jouw bedrijf. Hiervoor kun je bij een groep dieren het pepsinogeengehalte in het bloedserum laten meten. Deze test helpt om de blootstelling aan de maagdarmworm O. ostertagi tijdens het afgelopen weideseizoen te beoordelen.

Pepsinogeen is de voorloper van pepsine, een enzym dat helpt om eiwitten te verteren. In een gezonde lebmaag wordt pepsinogeen door het zure milieu omgezet in pepsine. Bij een besmetting met O. ostertagi kan het slijmvlies van de lebmaag beschadigd raken en de maaginhoud minder zuur worden. Daardoor verloopt die omzetting minder goed. Via het beschadigde slijmvlies kan bovendien meer pepsinogeen in het bloed terechtkomen. Een verhoogd pepsinogeengehalte kan dus wijzen op lebmaagschade.
  

Wat vertellen de resultaten?

  • De test geeft inzicht in de lebmaagschade die door O. ostertagi kan ontstaan en helpt zo de parasitaire blootstelling tijdens het afgelopen weideseizoen te beoordelen.

  • Samen met informatie over het weidebeheer en eerdere behandelingen helpen de resultaten je bedrijfsdierenarts om te bepalen of een opstalbehandeling nodig is en welke maatregelen voor het volgende weideseizoen aangewezen zijn.
      

Let wel: laat de bloedstalen bij voorkeur binnen de eerste twee weken na het opstallen nemen. Het pepsinogeengehalte kan na het opstallen dalen, waardoor latere resultaten minder geschikt zijn om de blootstelling tijdens het afgelopen weideseizoen te beoordelen.

Hoe vraag je een pepsinogeentest aan?

De pepsinogeenbepaling in het bloed bij jongvee kun je aanvragen via het aanvraagformulier ‘aanvraag onderzoek rundvee’ van DGZ, bij het onderdeel ‘Klinische biochemie’.

Vergeet ook andere parasieten niet

Naast maagdarmwormen en leverbot kunnen ook andere parasieten productieverliezen veroorzaken. Maak de controle op parasieten daarom een vast onderdeel van jouw bedrijfsmanagement. Zo garandeer je een optimale gezondheid en productiviteit van jouw kudde.

Vragen of meer informatie?

Meer informatie over de interpretatie van de ODR-waarden van tankmelk en de pepsinogeenwaarden op serum vind je bij de info over het Parasitair Profiel op onze website. Heb je vragen over parasitaire besmettingen en behandelingen? Dan kun je terecht bij jouw bedrijfsdierenarts of bij DGZ via helpdesk@dgz.be of het nummer 078 05 05 23.