Feiten en fabels over IBR
IBR blijft circuleren binnen de Vlaamse rundveesector. Wekelijks worden nieuwe bedrijven geconfronteerd met insleep van het virus. Veehouders richten zich met hun vragen en bezorgdheden tot onze helpdesk en regiodierenartsen. Die vragen zijn vaak terecht, maar rundveehouders worden ook geconfronteerd met hardnekkige misverstanden. We zetten de belangrijkste feiten op een rij.
Verspreiding van het virus
Geïnfecteerde runderen scheiden het IBR-virus uit via neusslijm en speeksel. Deze vormen de belangrijkste bron van besmetting. Melk en mest daarentegen spelen geen rol in de overdracht van het virus.
Verspreiding via de lucht is mogelijk, maar beperkt. Het virus kan zich over korte afstand verplaatsen, tot maximaal 5 meter. Over grotere afstanden kan het virus zich via de wind niet verspreiden.
Rol van kledij en materiaal
Het IBR-virus blijft infectieus in een vochtig milieu, maar is gevoelig voor uitdroging, zeep en de meest gangbare ontsmettingsmiddelen.
- Daarom is het cruciaal dat erfbetreders bedrijfskleding dragen. Zo vermijden ze dat ze het virus meenemen van de ene naar de andere stal/het ene bedrijf naar het andere.
- Materiaal dat in contact komt met runderen van verschillende beslagen of groepen moet na gebruik grondig gereinigd, ontsmet en gedroogd worden.
- Materiaal dat geen contact heeft met runderen, zoals werktuigen voor teelt van gewassen, vormt geen risico.
Aankopen: het grootste risico
De belangrijkste oorzaak van insleep blijft de introductie van nieuwe runderen in de kudde. DGZ stelt vast dat runderen die langere tijd in de handel zijn geweest een verhoogd risico vormen om IBR drager te worden van het IBR-virus. Waakzaamheid bij aankopen is dus essentieel.
Andere dieren: geen rol in verspreiding
Andere herkauwers, zoals schapen en geiten, zijn niet gevoelig voor het IBR-virus en spelen geen rol in de spreiding. Ook wilde dieren zoals reeën, herten, ratten en vogels kunnen het virus niet overbrengen.