Laat jouw ruwvoeder analyseren op Jacobskruiskruid
Jacobskruiskruid komt steeds vaker voor in bermen, graslanden en akkers. Door de toenemende verspreiding van de plant groeit ook het aantal besmettingen bij grazende dieren zoals paarden en runderen. Wanneer de plant in hooi of kuilvoer terechtkomt kan ze ernstige en onomkeerbare leverschade veroorzaken omwille van de aanwezige giftige stoffen. Ontdek wanneer voederanalyse aangewezen is om vergiftiging bij jouw dieren te voorkomen.
De gevaren van Jacobskruiskruid
Jacobskruiskruid, ook wel Sint-Jacobskruiskruid genoemd, is een inheemse plant in België en grote delen van Europa. Hoewel de plant een belangrijke voedselbron is voor tal van insecten en de waardplant vormt van de Sint-Jacobsvlinder, bevat ze ook giftige stoffen: pyrrolizidine-alkaloïden (PA's).
Paarden zijn het gevoeligst voor vergiftiging door Jacobskruiskruid. Ook runderen kunnen ernstig ziek worden. Schapen en geiten zijn beter bestand tegen de gifstoffen, maar kunnen bij langdurige of hoge opname eveneens gezondheidsproblemen ontwikkelen.
Hoe geraken dieren vergiftigd?
Jacobskruiskruid wordt door grazende dieren meestal gemeden. Tijdens de bloei heeft de plant namelijk een bittere smaak en een karakteristieke gele kleur. Het grootste risico ontstaat wanneer de plant in ruwvoeder terechtkomt. Vanaf het najaar verspreiden de uitgebloeide planten hun zaden gemakkelijk via de wind. Wanneer besmette percelen worden gemaaid en verwerkt tot hooi of kuilvoer, verdwijnt de bittere smaak, maar blijven de giftige stoffen behouden. Dieren herkennen de plant dan niet meer en nemen ze ongemerkt op. De gifstoffen stapelen zich op in de lever, waardoor de herhaalde opname van kleine hoeveelheden over een langere periode leidt tot ernstige leverschade.
Welke symptomen wijzen op een vergiftiging?
De eerste tekenen van een vergiftiging zijn vaak weinig specifiek en ontwikkelen zich geleidelijk. Ze worden meestal pas zichtbaar wanneer de lever al aanzienlijk beschadigd is. Let onder meer op lusteloosheid, vermagering, verminderde eetlust, diarree, dalende melkproductie en verminderde vruchtbaarheid. Wanneer de leverschade verder evolueert, kunnen ernstigere symptomen optreden, zoals koliek, frequent geeuwen, coördinatiestoornissen, overgevoeligheid voor zonlicht (zonnebrand) en geelzucht.
Wanneer is voederanalyse aangewezen?
Omdat de symptomen vaak pas laat zichtbaar worden, is voorkomen belangrijker dan genezen. Twijfel je of jouw ruwvoeder Jacobskruiskruid bevat? Wacht dan niet tot dieren symptomen vertonen.
Laat je ruwvoeder onderzoeken wanneer:
- Je ruwvoeder aankoopt van derden waar je de aanwezigheid van de plant vermoedt.
- Je dieren bovengenoemde symptomen vertonen.
Aanvragen kan eenvoudig via het aanvraagformulier ‘aanvraag onderzoek voeders en grondstoffen’ op onze website. De kostprijs van deze analyse bedraagt € 147,90 (excl. btw en kosten voor dossierbeheer) en heeft een doorlooptijd van 10 werkdagen.
Hoe neem je een representatief monster?
Voor een betrouwbare analyse is een representatief monster essentieel.
- Neem meerdere deelstalen verspreid over de volledige partij hooi of kuilvoer die je wilt laten onderzoeken. Vermijd om enkel aan de oppervlakte te bemonsteren.
- Verzamel deze deelstalen tot één verzamelmonster. Neem bijvoorbeeld 10 grepen van ongeveer 100 g, verspreid over de partij. Dit verzamelmonster bezorg je aan DGZ. In het laboratorium wordt hiervan een representatief analysemonster van 500 g genomen.
- Bij grote partijen is het aangewezen om meerdere verzamelmonsters te laten analyseren, bijvoorbeeld één monster per 10 m³.
- Vermijd bij de bemonstering de buitenste 25 cm van de partij, tenzij je net daar een mogelijke verontreiniging vermoedt.
- Stel je tijdens het bemonsteren visueel verdachte plaatsen of plantenresten vast? Vermeld dit dan zeker bij de aanvraag, aangezien deze informatie de interpretatie van de resultaten kan ondersteunen.
Bezorg het monster samen met het ingevulde aanvraagformulier.
Jacobskruiskruid herkennen
Jacobskruiskruid is een tweejarige plant.
Eerste levensjaar
In het eerste levensjaar is de plant moeilijk te herkennen, maar ook dan is de plant al giftig. In deze fase heeft de plant groene, veelvormige bladeren met een paarsige kern. Hele jonge planten hebben vaak een rozetvormige groeiwijze laag tegen de grond.

Foto’s: Jacobskruiskruid als eenjarige plant.
Tweede levensjaar
In het tweede levensjaar is Jacobskruiskruid het gemakkelijkst te herkennen. De plant is tussen de 20 tot 90 cm hoog met een stengel die vertakt is boven het midden. De onderkant van de stengel is paars-rood en heeft viltachtige haartjes, terwijl de bovenkant donkergroen en glad is. Van juni tot oktober bloeit de plant met felgele bloemetjes (gele bloemknop en gele bloemblaadjes). Na de bloei (vanaf oktober) volgt verdroging en vormen zich zaadpluisjes.



Foto’s: In het tweede levensjaar is de plant makkelijker te herkennen dankzij de bloemvorming (L). Op de middelste foto zie je de plant in overgang naar verpluizing en verdroging. Op de rechter foto zie je duidelijke pluisvorming.
Welke planten lijken op Jacobskruiskruid?
Planten die op Jacobskruiskruid lijken zijn Boerenwormkruid en Sint-Janskruid. Boerenwormkruid is herkenbaar aan de bolvormige bloemen en is enkel giftig voor paarden. Sint-Janskruid heeft lange meeldraden en afgeronde groene blaadjes, en is enkel giftig voor schapen en runderen.


Foto’s: Boerenwormkruid (L) en Sint-Janskruid (R).
Hoe voorkom je de groei van Jacobskruiskruid?
- Inspecteer de weide regelmatig.
- Maai vóór de zaadvorming en laat het maaisel niet liggen, want de zaadvorming gaat door na het maaien. Een volwassen plant kan tot 200.000 zaadjes vormen, wat het uitroeien ervan moeilijk maakt.
- Zorg voor een stevige ondergrond met een dichte bodem en bemest en zaai regelmatig. De plant groeit beter op weides met open of kale plekken en verschraalde ondergronden.
- Trek bij handmatige verwijdering de hele wortel uit om te voorkomen dat restanten opnieuw uitgroeien tot een volwaardige plant. Draag handschoenen, want Jacobskruiskruid kan een allergische huidreactie veroorzaken. Laat de plant niet in de weide of op de composthoop liggen om verdere verspreiding te voorkomen.