Wat is doornappel en hoe gevaarlijk is het voor je dieren?
Doornappel is een giftige plant die bij de oogst in ruwvoeder kan terechtkomen. De plant kan ernstige vergiftigingen bij dieren veroorzaken. Vermoed je dat jouw ruwvoeder doornappel bevat? Met de nieuwe analyse van DGZ Labo laat je het gehalte aan gifstoffen bepalen vóór je het voeder aan je dieren geeft.
De gevaren van doornappel
Doornappel is een uitheemse plant die ook in België voorkomt, onder meer op akkers en verstoorde bodems. Alle plantendelen bevatten giftige stoffen: tropaanalkaloïden, waaronder hyoscyamine en scopolamine. Deze stoffen verstoren de werking van het zenuwstelsel en de spijsvertering, en beïnvloeden het hart- en vaatstelsel. Runderen en paarden kunnen hierdoor ernstig ziek worden. Ook bij andere diersoorten, zoals varkens en honden, zijn vergiftigingen beschreven.
Hoe geraken dieren vergiftigd?
Dieren kunnen vergiftigd raken door plantendelen of zaden van doornappel op te eten. Grazende dieren mijden de verse plant doorgaans door haar onaangename geur en smaak. Wanneer doornappel tijdens de oogst in het voeder (zoals maïskuil of hooi) terechtkomt, kunnen ze de plant toch ongemerkt opnemen. Drogen en inkuilen maken doornappel niet onschadelijk.
Ook andere voeders kunnen verontreinigd raken. Zo kunnen varkens doornappelzaden opnemen via verontreinigde voedergrondstoffen, zoals granen of sojaproducten. Bij honden zijn vergiftigingen beschreven na het rechtstreeks opeten van zaden.
Welke symptomen wijzen op een vergiftiging?
De symptomen van een vergiftiging met doornappel variëren naargelang de opgenomen hoeveelheid, het gehalte aan gifstoffen en de gevoeligheid van de diersoort. Mogelijke symptomen zijn:
- Verwijde pupillen en droge slijmvliezen.
- Een versnelde hartslag en ademhaling.
- Onrust en coördinatiestoornissen.
- Invloed op de darmwerking, met verstopping en koliek, vooral bij paarden.
- In ernstige gevallen: stuipen, ademhalingsproblemen en sterfte.
Vermoed je een vergiftiging? Neem onmiddellijk contact op met je dierenarts en stop met het verstrekken van het verdachte voeder.
Wanneer is voederanalyse aangewezen?
Twijfel je of jouw ruwvoeder doornappel bevat? Laat het onderzoeken voordat je het aan je dieren geeft. Met onze nieuwe analyse laat je het gehalte aan gifstoffen in je voeder bepalen.
Een analyse is aangewezen wanneer:
- Je doornappel hebt vastgesteld op het perceel waarvan het voeder afkomstig is;
- Je verdachte plantendelen of zaden in het voeder aantreft;
- Je twijfelt aan aangekocht voeder;
- Je dieren symptomen vertonen die op een vergiftiging kunnen wijzen en je dierenarts verder voederonderzoek adviseert.
Aanvragen kan via het aanvraagformulier ‘aanvraag onderzoek voeders en grondstoffen’. De analyse kost € 147,90 (excl. btw en kosten voor dossierbeheer) en heeft een doorlooptijd van 10 werkdagen.
Hoe neem je een representatief monster?
Voor een betrouwbare analyse is een representatief monster essentieel.
- Neem meerdere deelmonsters verspreid over de volledige partij hooi of kuilvoer die je wilt laten onderzoeken. Vermijd om enkel aan de oppervlakte te bemonsteren.
- Verzamel deze deelmonsters tot één verzamelmonster. Neem bijvoorbeeld 10 grepen van ongeveer 100 g, verspreid over de partij. Dit verzamelmonster bezorg je aan DGZ. In het laboratorium wordt hiervan een representatief analysemonster van 500 g genomen.
- Bij grote partijen is het aangewezen om meerdere verzamelmonsters te laten analyseren, bijvoorbeeld één monster per 10 m³.
- Vermijd bij de bemonstering de buitenste 25 cm van de partij, tenzij je net daar een mogelijke contaminatie vermoedt.
- Stel je tijdens het bemonsteren visueel verdachte plaatsen of plantenresten vast? Vermeld dit dan zeker bij de aanvraag, aangezien deze informatie de interpretatie van de resultaten kan ondersteunen.
Bezorg het monster samen met het ingevulde aanvraagformulier aan DGZ Labo.
Doornappel herkennen
Doornappel is een eenjarige plant die tot ongeveer twee meter hoog kan worden. Je herkent haar aan de grote, onregelmatig getande bladeren, de witte tot lichtpaarse trompetvormige bloemen en de opvallende, stekelige doosvruchten. Die vruchten bevatten talrijke donkere, niervormige zaden. Alle delen van de plant zijn giftig, van de bladeren en stengels tot de vruchten en zaden.

Hoe voorkom je de groei van doornappel?
Sinds 2026 is de bestrijding van doornappel in Vlaanderen verplicht binnen de regels voor geïntegreerde gewasbescherming (IPM). Het doel is te voorkomen dat de plant zaden vormt en zich verder verspreidt.
Controleer je percelen regelmatig, ook vóór de bloemen en stekelige vruchten zichtbaar zijn. Jonge planten herken je aan hun smalle, langwerpige kiembladeren. Trek doornappel vóór de zaadvorming uit. Draag daarbij handschoenen en lange mouwen, want alle plantendelen zijn ook giftig voor mensen. Voer de verwijderde planten af en laat ze niet op het perceel of de composthoop liggen: ook na het uittrekken kunnen nog kiemkrachtige zaden ontstaan. Blijf aangetaste percelen opvolgen, want de zaden kunnen jarenlang in de bodem overleven.
Meer over giftige planten
Doornappel is niet de enige plant die een risico vormt voor je dieren. Lees meer over Jacobskruiskruid of andere giftige planten die mogelijke gezondheidsrisico’s inhouden.