Schimmels in veevoeder: krijg inzicht in mycotoxines dankzij PartnerPro
Warme en droge zomers, zoals afgelopen seizoen, kunnen een grote impact hebben op de kwaliteit van veevoeder. Door droogte en hittestress raken maïsplanten verzwakt, waardoor ze vatbaarder worden voor builenbrand. Builenbrand kan op zijn beurt de weg vrijmaken voor andere schimmels die mycotoxines produceren: onzichtbare gifstoffen die de gezondheid van je dieren kunnen beïnvloeden. Met het uitgebreide analysepakket van DGZ Labo laat je jouw veevoeder onderzoeken op 14 verschillende mycotoxines, zodat je gericht kunt bijsturen. Dankzij PartnerPro geniet je tot eind december van meer dan 25% korting.
Zomer van 2026: meer builenbrand
Door de steeds warmere en drogere weersomstandigheden komt builenbrand vaker voor in België. Het veranderende klimaat zet maïsplanten onder stress, waardoor ze gevoeliger worden voor deze schimmelziekte. Builenbrand wordt veroorzaakt door de schimmel Ustilago maydis en treedt vooral op in warme, droge jaren, omdat deze omstandigheden de ontwikkeling van de schimmel bevorderen.
Builenbrand is herkenbaar aan de karakteristieke, bolvormige zwellingen of builen op onder andere de stengels en maïskolven. Deze builen zijn aanvankelijk licht van kleur, maar worden later donkergrijs tot zwart door de vorming van schimmelsporen.

Van schimmels naar mycotoxines: wat is het verschil?
Wanneer maïs met schimmels wordt geoogst en verwerkt tot veevoeder, komen die schimmels mee in het voeder terecht. Naast de schimmel die builenbrand veroorzaakt, kunnen ook andere schimmels op de maïs groeien. Sommige daarvan produceren giftige stoffen, zogenaamde mycotoxines. Die kunnen al op het veld worden gevormd, maar ook tijdens de opslag van het voeder als de omstandigheden gunstig zijn voor de schimmels.
Mycotoxines zijn onzichtbaar en niet betrouwbaar vast te stellen via geur of uitzicht, waardoor de aanwezigheid ervan in het voeder ongemerkt kan blijven. Ook voeder zonder zichtbare schimmelvorming kan dus mycotoxines bevatten. Zo werden in een Vlaams onderzoek uit 2021 gemiddeld vier verschillende mycotoxines per onderzochte maïskuil aangetroffen.
Als dieren dit voeder eten, krijgen ze de aanwezige mycotoxines binnen. Afhankelijk van het type en de hoeveelheid opgenomen toxines kunnen dieren minder eten, trager groeien of minder melk produceren. Ook vruchtbaarheidsproblemen, schade aan de lever of nieren en een verminderde weerstand zijn mogelijk. De gevolgen verschillen per diersoort en hangen ook af van hoelang de dieren het besmette voeder eten.
Laat je veevoeder uitgebreid onderzoeken met PartnerPro-korting
Mycotoxines kunnen niet alleen in maïskuil, maar ook in andere soorten veevoeder voorkomen. Omdat je ze niet kunt herkennen aan de geur of het uitzicht van het voeder, is een analyse nodig om hun aanwezigheid vast te stellen. Met het uitgebreide analysepakket* van DGZ Labo laat je jouw veevoeder onderzoeken op 14 verschillende mycotoxines, waaronder deoxynivalenol (DON), zearalenon (ZEA), aflatoxines, fumonisines, T-2/HT-2 en ochratoxine A.
Dankzij PartnerPro, een initiatief van DGZ waarmee we jou als veehouder tijdelijke tussenkomsten aanbieden, betaal je van 16 oktober tot en met 31 december 2026 slechts € 150 (excl. btw en kosten voor dossierbeheer) i.p.v. € 202 voor dit pakket. Je vraagt de analyse eenvoudig aan via het aanvraagformulier 'aanvraag onderzoek voeders en grondstoffen'.
*Wil je een gerichte controle op de mycotoxines deoxynivalenol (DON) en zearalenon (ZEA)? Dan kun je kiezen voor ons basispakket. Hiervoor geldt het standaardtarief en is er geen PartnerPro-tussenkomst.
Correcte monstername is essentieel voor een betrouwbaar resultaat
Om een goed beeld te krijgen van de aanwezigheid van mycotoxines, moet het monster representatief zijn voor de partij die je wilt laten onderzoeken. Mycotoxines zijn namelijk niet gelijkmatig verdeeld over het veevoeder: op sommige plaatsen kunnen de concentraties hoger zijn dan op andere. Neem daarom meerdere deelmonsters verspreid over de partij en combineer deze tot één verzamelmonster. Voorzie een totaalgewicht van minstens 500 gram.
Wat na de voederanalyse?
De analyse toont welke van de onderzochte mycotoxines aanwezig zijn en in welke concentraties. Op basis van de resultaten kun je samen met je dierenarts of voederadviseur beoordelen welke maatregelen nodig zijn. Afhankelijk van de bevindingen kan een aanpassing van het voeder worden overwogen.
Vragen of meer informatie?
Heb je vragen over onze veevoederanalyses of wil je meer informatie over de monstername? We helpen je graag verder via helpdesk@dgz.be of via het nummer 078 05 05 23.