Abortusonderzoek bij herkauwers: inzichten uit 2025
Abortussen bij runderen, schapen en geiten blijven een belangrijk aandachtspunt voor zowel diergezondheid als bedrijfsrendement. Dankzij het abortusprotocol kunnen niet alleen de verplichte onderzoeken in het kader van de brucellosebewaking worden uitgevoerd, maar kan ook de oorzaak van een abortus worden opgespoord. Het activiteitenverslag abortusonderzoek bij herkauwers 2025 toont onder meer een opvallende stijging van foetussen met afwijkingen die passen bij een infectie met het blauwtongvirus, terwijl afwijkingen gelinkt aan het Schmallenbergvirus minder frequent werden vastgesteld. Ontdek de belangrijkste resultaten van het abortusonderzoek van het voorbije jaar.
In 2025 onderzocht DGZ, met de financiële steun van het FAVV, 2.756 abortusdossiers van rundveebedrijven. Ruim 2.398 foetussen werden onderworpen aan een autopsie. Het standaardprotocol omvat, naast de ophaling van de foetus en de bijbehorende monsters, een macroscopische autopsie en analyses voor het boviene virale diarreevirus (BVDV), Neospora en brucellose. Daarnaast kunnen er nog heel wat analyses ingezet worden om tot een gerichte diagnose te komen.
Abortusprotocol bij rundvee
Bevindingen uit autopsie
Figuur 1 geeft een overzicht van de macroscopische bevindingen bij de autopsies. Bij ruim de helft van de onderzochte foetussen werden duidelijke afwijkingen vastgesteld. In 2025 kwamen er naast serohemorragisch vocht en autolyse opnieuw veel meerlingen voor. Meerlingendracht gaat gepaard met een verhoogd risico op abortus.
In de eerste maanden van 2025 werden typische letsels vastgesteld die wijzen op een doorgemaakte infectie met het blauwtongvirus. Het ging om hydranencephalie, anencephalie en hydrocephalus (internus). Marmering van de achterhandspieren en een bacterieel beeld van abortus behoren ook tot de meest vastgestelde afwijkingen. Daarnaast werd ook marmering van de achterhandspieren vastgesteld, wat kan wijzen op een tekort aan selenium of vitamine E.
Bij een bacterieel beeld van abortus zijn er tijdens de autopsie macroscopische afwijkingen aanwezig die wijzen op de bacteriële oorzaak van de abortus, zoals pleuropneumonie, pleuritis, pericarditis, (peri)hepatitis, splenomegalie, peritonitis en/of placentitis.

Grafiek 1: Overzicht van de macroscopische bevindingen vastgesteld tijdens de autopsies bij DGZ in 2025.

Foto 1: Marmering van de achterhandspieren.

Foto 2: Pleuropneumonie.

Foto 3: Congenitale afwijkingen: foto links: polymelie, foto rechts: meningo-encephalocoele.

Foto 4: Congenitale afwijkingen: stenose halverwege het jejunum met een overvulling van het proximaal deel van het maagdarmkanaal.
Figuur 2 geeft een overzicht van het aantal foetussen met typische letsels indicatief voor infecties met het blauwtongvirus (BTV) of het schmallenbergvirus (SBV). In de eerste drie maanden is er een piek voor BTV, letsels indicatief voor SBV werden dit jaar minder vastgesteld. In 2025 was er voor geen van beide analyses nog vergoeding voorzien door de overheid.

Resultaten monsternames: Neospora, BVDV en brucellose
Neosporose blijft een belangrijke oorzaak van abortus bij runderen. In 2021 testte 13,3% van de onderzochte moederdieren positief, gevolgd door 13,6% in 2022 en een lichte stijging naar 14,9% in 2023. In 2024 werden 3.031 serumstalen van moederdieren onderzocht, waarvan 13,6% positief testte. Van de 2.692 onderzochte serumstalen in 2025 testte 14% positief.
Dankzij het BVD-bestrijdingsprogramma is het aantal BVD-gevallen de laatste jaren afgenomen. In 2023 was geen enkel oorbiopt (earpunch) positief voor het BVD-antigen. In 2024 werden opnieuw enkele foetussen vastgesteld die positief testten (0,09%), maar in 2025 werd het BVD-virus bij geen enkele onderzochte foetus gedetecteerd.
Ook voor brucellose werden geen positieve resultaten vastgesteld. Zowel de brucellose-cultuur op de nageboorte of de lebmaaginhoud van de onderzochte foetussen als het onderzoek naar Brucella-antistoffen in het serum van de moederdieren waren telkens negatief.
Resultaten verdere onderzoeken
Bacteriologie en mycologie
Ons onderzoek naar bacteriën en schimmels/gisten (mycologie) leverde ons heel wat diagnoses op. Daarbij konden we heel wat pathogene kiemen isoleren, waaronder Salmonella sp., Listeria monocytogenes, Bacillus licheniformis, Trueperella pyogenes, Vibrio sp., Pseudomonas aeruginosa, Staphylococcus aureus, (hemolytische) Escherichia coli, Acinetobacter sp..
Verder op onze website vind je meer uitleg over deze kiemen en ook via de link onderaan het beproevingsverslag.
Abortusprotocol bij kleine herkauwers
In 2025 werden zo'n 82 abortusdossiers onderzocht, waarvan 76 met een of meerdere foetussen van schapen- en geitenbedrijven.

Grafiek 3: Overzicht van macroscopische bevindingen bij abortusprotocol schapen en geiten.
In onderstaande tabel vind je een kort overzicht van de resultaten van de onderzoeken.
| PATHOGEEN | Aantal analyses | Aantal positieve resultaten |
|
Aerobe cultuur met isolatie pathogene bacteriën |
73 |
63 |
|
Anaplasma + Leptospira PCR |
2 |
0 |
|
Blauwtongvirus PCR |
6 |
0 |
|
Blauwtongvirus type 3 PCR |
1 |
0 |
|
Brucella antistoffen |
70 |
0 |
|
Campylobacter cultuur lever |
73 |
0 |
|
Chlamydia antistoffen |
70 |
1 |
|
Chlamydia PCR |
9 |
1 |
|
Gisten en schimmels lebmaag* |
144 |
10 |
|
Q-fever PCR |
74 |
5 |
|
Salmonella-typering |
2 |
2x S. Diarizonae 61 (1,5,7) |
|
Schmallenbergvirus PCR |
1 |
0 |
|
Stamp-kleuring (o.a. Chlamydia) |
78 |
7 |
|
Toxoplasma PCR |
72 |
12 |
* Pathogene schimmels en gisten zoals: Candida albicans.


Foto 5: Necrosehaardjes ter hoogte van de lever met isolatie van Listeria monocytogenes.