078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Schimmeltoxine beschadigt de lever en galgangen

De schimmel die traditioneel bekendstaat als Pithomyces chartarum groeit op afgestorven grasdelen in graasweiden. Warm en vochtig najaarsweer bevordert de groei en sporenvorming, waarbij het toxine sporidesmine vrijkomt. Bij kort afgrazen kunnen dieren meer van dit toxine opnemen, doordat ze dichter bij het afgestorven materiaal aan de bodem grazen.

Sporidesmine kan bij runderen en schapen de lever en galgangen beschadigen. Daardoor wordt fyllo-erythrine, een afbraakproduct van bladgroen, onvoldoende via de gal uitgescheiden en stapelt het zich op in het lichaam. Onder invloed van zonlicht kan deze stof huidbeschadiging veroorzaken, vooral op weinig of niet-gepigmenteerde huid. Dit noemen we secundaire fotosensibilisatie. De aandoening is niet overdraagbaar van dier op dier.

De gevoeligheid verschilt sterk van dier tot dier. De huidverschijnselen ontstaan doorgaans ongeveer tien tot veertien dagen na blootstelling, maar het verloop hangt onder meer af van de opgenomen hoeveelheid toxine en de duur van de blootstelling.

Huidletsels en korstvorming bij aangetaste dieren

Bij de aangetaste dieren op de twee rundveebedrijven ging de leverintoxicatie gepaard met fotosensibilisatie. De dieren vertoonden roodheid en korstvorming ter hoogte van de neusspiegel en de slijmvliezen van de vulva. Ook op de uier, de spenen en de bleke huidgedeelten werden korstvormige letsels vastgesteld. Daarnaast kwamen abortus en vroeggeboortes voor.

Foto 1: huidletsels op behaarde, niet-gepigmenteerde huid

Foto 2: roodverkleuring van de neusspiegel met korstvorming

Foto 3: korstvormige letsels op de spenen en de uier

Ook bij schapen kan de aandoening ernstig verlopen en tot acute sterfte leiden. In Nederland is al sterfte bij schapen gemeld.

Bloedonderzoek en grasstalen ondersteunen de diagnose

Merk je de hierboven beschreven symptomen op bij je dieren? Neem dan contact op met je dierenarts. Fotosensibilisatie kan wijzen op sporidesminotoxicose, maar heeft ook andere mogelijke oorzaken. Bloedonderzoek en microscopisch onderzoek van grasstalen helpen om de diagnose te stellen:

  • Bloedonderzoek: verhoogde waarden van totaal bilirubine en GGT kunnen wijzen op een verstoorde galafvoer en schade aan de lever of galgangen. Ook LDH kan verhoogd zijn, maar deze parameter is minder specifiek voor leverschade. Deze afwijkingen bewijzen op zichzelf geen sporidesminotoxicose. Ook dieren zonder zichtbare fotosensibilisatie kunnen al leverschade hebben.
  • Microscopisch onderzoek van grasstalen: verzamel op minimaal vijf verschillende plaatsen in de betrokken weide telkens minstens 25 gram gras. Snijd het gras kort tegen de bodem af en neem ook afgestorven grasdelen mee. Je mag het gras ook met de wortels nemen. Bij het microscopisch onderzoek worden de typische ‘handgranaatachtige’ sporen opgespoord en geteld. Een sporentelling helpt om de mogelijke blootstelling in te schatten, maar meet niet rechtstreeks hoeveel toxine aanwezig is. Er kan een variabiliteit optreden in het te analyseren monster en ook niet alle stammen produceren evenveel sporidesmine. De dierenarts interpreteert het resultaat daarom samen met de klinische bevindingen en het bloedonderzoek.

Foto 4: typische ‘granaatachtige’ schimmelsporen onder de microscoop.

Opstallen en ondersteunend behandelen

Stal de dieren op zodat ze niet verder kunnen grazen, en geef ze kwaliteitsvol ruwvoer. Bescherm aangetaste dieren ook tegen direct zonlicht, zodat de huidletsels niet verergeren. Omdat de aandoening niet overdraagbaar is van dier op dier, hoef je aangetaste dieren om die reden niet apart van de rest te huisvesten.

Je dierenarts kan ZnO en/of ontstekingsremmers (NSAID’s) inzetten als ondersteunende behandeling. Herstel is mogelijk, maar de mate en duur ervan hangen sterk af van de ernst van de leverschade.

Vermijd te kort afgrazen, vooral bij warm en vochtig weer

Goed weidebeheer helpt om het risico te beperken. Vermijd dat dieren de weide te kort afgrazen en zo meer afgestorven materiaal aan de basis van het gras opnemen. Wees extra alert tijdens warme en vochtige periodes in het najaar.

Je kunt de aanwezigheid van de schimmel niet betrouwbaar met het blote oog beoordelen. Afgestorven gras en roestverkleuring vormen op zichzelf geen bewijs dat de betrokken schimmel of het toxine aanwezig is. Bespreek bij een vermoeden met je dierenarts of onderzoek van de weide aangewezen is.

Vragen of meer informatie?

Heb je vragen over sporidesminotoxicose of wil je meer informatie over fotosensibilisatie? We helpen je graag verder. Neem contact met ons op via helpdesk@dgz.be of via het nummer 078 05 05 23.