Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Bovenop de maatregelen die gelden voor het hele land (zie persbericht FAVV van 14 november 2020), worden binnen deze gebieden rond de haard aanvullende maatregelen genomen die voor onbepaalde duur van kracht zijn.

De maatregelen in het toezichtsgebied (10 km) zijn:

  • De verplaatsing van alle pluimvee, andere vogels en broedeieren is verboden, doorvoer doorheen de zone is wel toegelaten,
  • Elke houder van pluimvee moet zijn dieren in hun hok voeren en drenken,
  • Bovendien moet elke professionele pluimveehouder in deze bufferzone binnen de 72 uur een inventaris opmaken waarin aangeven wordt hoeveel dieren er per soort gehouden worden en deze bezorgen aan de lokale controle-eenheid (LCE) van het FAVV waarvan zij afhangen.

De maatregelen in het beschermingsgebied (3 km) zijn:

  • Pluimvee en de andere vogels in stallen, gebouwen of hokken moeten opgesloten worden,
  • De verplaatsing van alle pluimvee, andere vogels en broedeieren is verboden, doorvoer doorheen de zone is wel toegelaten,
  • Bovendien moet een inventaris opgemaakt worden waarin aangeven wordt hoeveel dieren er per soort gehouden worden. Elke professionele pluimveehouder moet dit binnen de 24 uur doen en bezorgen aan de lokale controle-eenheid (LCE) van het FAVV waarvan zij afhangen, elke particuliere houder van pluimvee of vogels binnen de 48 uur; zij bezorgen dit overzicht aan hun hun gemeente- of stadsbestuur.

In beide zones worden een reeks aanvullende bioveiligheidsmaatregelen opgelegd aan professionele bedrijven. Alle betrokken partijen uit de pluimveehouderijsector werden op de hoogte gebracht van de situatie.

Ophokplicht voor pluimvee blijft gelden, ook voor particulieren

Zowel voor particuliere als voor professionele houders van pluimvee blijft de ophokplicht voor pluimvee nog steeds verplicht in het hele land. Dit betekent dat alle pluimvee moet worden opgehokt of door middel van netten worden afgeschermd zodat contact met wilde vogels vermeden wordt.

Deze haard in Deerlijk is de vierde in ons land. Eind 2020 werd een hoogpathogene variant van het virus vastgesteld op een pluimveehouderij in Menen en bij een particuliere houder in Dinant, de besmetting van een pluimveehouderij in Diksmuide werd veroorzaakt door een laag pathogene variant. Daarnaast zijn er ook besmettingen vastgesteld bij wilde vogels op een twintigtal locaties in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Luik.

Pas als de dreiging van besmetting via wilde vogels afneemt, zullen de algemene maatregelen, inclusief de ophokplicht, kunnen versoepeld worden.


Merk je een verhoogde sterfte op of een ander symptoom van ziekte, contacteer dan onmiddellijk je bedrijfsdierenarts.

Dierenartsen moeten op hun beurt onmiddellijk de LCE verwittigen in geval van verdenking.

Lees meer: