078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Schimmels kunnen zich ontwikkelen op granen, maïs, kuilvoer en droog ruwvoer zoals hooi en stro, zowel tijdens de teelt als tijdens de opslag. Sommige van deze schimmels produceren mycotoxines: onzichtbare giftige stoffen die ernstige risico's vormen voor de gezondheid, vruchtbaarheid en prestaties van je dieren. Het verraderlijke is dat deze stoffen aanwezig kunnen zijn, zelfs wanneer er geen zichtbare schimmelgroei meer te zien is.

Met een goede voederbewaring, correcte opslag en tijdige controle kan je veel problemen voorkomen. Maar wanneer je twijfelt over de kwaliteit van je voeder, biedt een labo-analyse snel duidelijkheid.

Van veld tot voederbak: zo beperk je het risico op mycotoxines

Preventie blijft de meest effectieve manier om problemen door mycotoxines te voorkomen. Door aandacht te besteden aan teelt, oogst, bewaring en hygiëne kan het risico aanzienlijk worden beperkt.

  1. Op het veld
    Mycotoxinevorming start vaak al tijdens de teelt. Gezonde teelt en goede gewasbescherming vormen daarom de eerste verdedigingslijn tegen mycotoxines. Risicofactoren zijn:
    • gewasschade door insecten, vogels of hagel;
    • natte weersomstandigheden tijdens de afrijping;
    • een beperkte vruchtwisseling, vooral bij maïs en granen.
  1. Correct inkuilbeheer

Een stabiele kuil vermindert de kans op schimmelgroei sterk. Let daarom op:

    • snel inkuilen;
    • voldoende aanrijden om lucht uit de kuil te verwijderen;
    • de kuil onmiddellijk en volledig afdekken;
    • beschadigingen aan de folie snel herstellen.
  1. Bewaring: droog ruwvoer

Hooi en stro moeten volledig droog zijn vóór opslag. Vocht, condensvorming en temperatuurschommelingen verhogen het risico op schimmelontwikkeling. Zorg daarom voor een droge opslagplaats en gebruik eerst het oudste voeder.

  1. Goede hygiëne

Een propere opslagomgeving draagt bij aan een goede voederkwaliteit. Een goed voedermanagement beperkt het risico op broei. Besteed aandacht aan:

    • propere opslagruimtes;
    • het verwijderen van oude voederresten;
    • het weren van knaagdieren, vogels en ander ongedierte.

Let op signalen zoals een muffe of afwijkende geur of broei in het voeder en verkleuringen of klontervorming in droog ruwvoer.

Zelfs wanneer er geen zichtbare schimmelgroei meer aanwezig is, kunnen mycotoxines in het voeder aanwezig blijven.

Wat merk je in de stal?

Mycotoxines veroorzaken zelden één typisch symptoom. Vaak gaat het om een combinatie van problemen die zich geleidelijk opstapelen, zoals:

  • groeivertraging
  • verminderde voeropname
  • dalende melk-of vleesproductie
  • verminderde vruchtbaarheid
  • stijgende celgetallen en meer gevallen van mastitis
  • verminderde weerstand en een hogere vatbaarheid voor ziekten
  • lever- en nierbeschadiging

Daarnaast kunnen ook pensstoornissen, een doffere vacht, klauwproblemen en stofwisselingsstoornissen wijzen op een blootstelling aan mycotoxines. Onder normale omstandigheden kan de pens een deel van de mycotoxines afbreken. Bij een hoge besmettingsgraad, een combinatie van verschillende mycotoxines of wanneer dieren al verzwakt zijn, raakt dit natuurlijke afweersysteem echter overbelast.

Twijfel je over de kwaliteit van je veevoeder?

Omdat mycotoxines niet met het blote oog waar te nemen zijn en ook kunnen voorkomen in voeder dat er op het eerste gezicht normaal uitziet, biedt een labo-analyse vaak de enige zekerheid. Via DGZ kan je jouw veevoeder laten onderzoeken op 14 vaak voorkomende mycotoxines met de LC-MS/MS-methode.

Wat als er toch een besmetting wordt vastgesteld?

Wanneer voeder besmet blijkt met mycotoxines, wordt het beter niet meer aan de dieren verstrekt. In de praktijk is dit vaak onmogelijk. In dat geval kunnen mycotoxinebinders of enzymatische producten worden ingezet om de impact te proberen beperken. Binders verminderen namelijk de opname van bepaalde mycotoxines in het maagdarmkanaal, terwijl enzymatische producten specifieke mycotoxines omzetten in minder schadelijke verbindingen.

Let wel: al kunnen deze producten een nuttig hulpmiddel zijn, ze vervangen nooit een kwalitatief, optimaal bewaard voeder. Overleg daarom steeds met je bedrijfsdierenarts of voederadviseur en de regiodierenartsen van DGZ om de meest geschikte aanpak voor jouw bedrijf en situatie te bepalen. Een analyse van het voeder op mycotoxines bij DGZ kan hierbij waardevolle ondersteuning bieden.

Geef mee richting aan toekomstig mycotoxine-onderzoek bij rundvee

Momenteel verkennen we de mogelijkheden voor een toekomstig project rond mycotoxines. Om ervoor te zorgen dat dit project maximaal aansluit bij de noden en verwachtingen van de sector, horen we graag de mening van de Vlaamse rundveehouder. Op die manier kunnen nieuwe inzichten en toepassingen beter afgestemd worden op de praktijk en de uitdagingen waarmee rundveehouders dagelijks geconfronteerd worden.

Vul onze vragenlijst in en help mee richting geven aan de verdere ontwikkeling van dit project: Onderzoek naar mycotoxines.