Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Het FAVV organiseert al sinds 2008, in de nasleep van de toenmalige epizoötie met het blauwtongvirus serotype 8 (BTV8), een verhoogde waakzaamheid voor blauwtong. Daarbij worden alle herkauwers die worden aangevoerd uit risicogebieden waar andere serotypes van BT circuleren dan in België, onderzocht in het laboratorium om vast te stellen of zij al dan niet besmet zijn met BT. Deze verhoogde waakzaamheid heeft in de afgelopen jaren aan belang ingeboet:

  • Ons land is in 2019 opnieuw met BTV8 besmet vanuit Frankrijk. Sindsdien zijn een 20-tal besmettingen op rundveehouderijen vastgesteld. Anders dan in de periode 2006-2010, is er geen intentie om het virus uit te roeien.
  • Daarnaast is sinds eind april 2021 in het kader van de nieuwe Europese Dierengezondheidsverordening de status van BT afgezwakt. Sindsdien moeten de Lidstaten deze ziekte niet meer verplicht bestrijden, maar kan elke Lidstaat zelf beslissen of en hoe ze de ziekte aanpakt.

Nieuwe voorwaarden voor het intracommunautair handelsverkeer betreffende blauwtong

Intracommunautair handelsverkeer van blauwtong-gevoelige dieren is sinds eind april 2021 enkel mogelijk volgens de voorwaarden voorzien in de gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 (zie de nieuwe procedure op de website van het FAVV). De bilaterale protocollen voor blauwtong, zoals voorzien in de voormalige Europese verordening zijn niet langer van toepassing.

Dieren die niet voldoen aan de algemene regels voor veilige dieren (Ver (EU) 2020/689; bijlage V, deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1 punt 1-3) kunnen verplaatst worden onder soepelere voorwaarden indien het land (of de zone) van bestemming de Commissie en de andere lidstaten in kennis heeft gesteld dat dergelijke verplaatsingen zijn toegestaan. Deze soepelere voorwaarden die door de lidstaat van bestemming zijn vastgelegd gelden dan voor alle andere lidstaten, er zijn bijgevolg geen speciale voorwaarden of bilaterale protocollen meer mogelijk tussen 2 lidstaten. Een overzicht van de soepelere voorwaarden die andere lidstaten toelaten vind je in de tabel op de website van het FAVV.

Om een goed evenwicht tussen het beschermen van onze veestapel en het handhaven van de handelsstromen in levende dieren te verkrijgen en om wederkerigheid te garanderen zal België de binnenkomst van runderen, schapen, geiten, gehouden herten, gehouden kameelachtigen en andere gehouden hoefdieren afkomstig van alle lidstaten waar BT voorkomt, ook onder onderstaande voorwaarden toestaan. Deze voorwaarden werden bepaald op basis van een risicobeoordeling.

Soepelere voorwaarden onafhankelijk van de leeftijd van de dieren

  1. De dieren zijn vóór hun verzending gedurende een periode van ten minste 14 dagen met een insecticide behandeld tegen aanvallen door de vector (Culicoïden); en zijn ten minste 14 dagen na het begin van de behandeling tegen vectoren aan een PCR-test voor alle blauwtongserotypes (1-24) die gedurende de voorafgaande 2 jaar in de lidstaat of zone van oorsprong zijn gemeld met uitzondering van BTV8, onderworpen met gunstig resultaat (het poolen van de volbloedstalen (1/3) voor het uitvoeren van de test is hierbij toegelaten).
  2. Er worden geen voorwaarden gesteld voor BTV8. Ter verduidelijking: er is wat betreft BT bijgevolg vrij verkeer mogelijk naar België uit lidstaten die louter besmet zijn met BTV8. Dieren afkomstig van landen die besmet zijn met meerdere BT serotypes zullen enkel aan de voorwaarden voor de serotypes (1-24) die gedurende de voorafgaande 2 jaar in de lidstaat of zone van oorsprong zijn gemeld, met uitzondering van BTV8, moeten voldoen.

Soepelere voorwaarden louter voor dieren ouder dan 70 dagen

De dieren moeten gevaccineerd zijn tegen alle serotypes (1-24) die gedurende de voorafgaande 2 jaar in de lidstaat of zone van oorsprong zijn gemeld met uitzondering van BTV8. Een dier wordt als gevaccineerd beschouwd wanneer er meer dan 30 dagen na de primovaccinatie-injectie (als het gebruikte vaccin een enkele dosis vereist) of meer dan 10 dagen na de tweede primovaccinatie-injectie (als het gebruikte vaccin 2 doses vereist) en minder dan 1 jaar is verstreken sedert de laatste injectie van de primovaccinatie.