Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

  
Het is een acute, in de regel fataal verlopende ziekte. Ze tast bij de dieren zowat alle organen tegelijk aan. Kenmerkend daarbij zijn de erge ontstekingsreacties en de vorming van zweren in de slijmvliezen van het ademhalingsstelsel en het spijsverteringsstelsel, en de aantasting van het lymfevatenstelsel, het zenuwstelsel en de ogen.

Bij runderen komt de ziekte vooral voor tijdens de stalperiode, bij dieren ouder dan drie jaar, die in contact komen met schapen. Meestal is er per bedrijf slechts één dier aangetast maar soms kan het tot een uitbraak bij meerdere dieren tegelijk komen.

Ziekteverwekker

Het virus dat BCK veroorzaakt, behoort tot de familie van de herpesvirussen.

De natuurlijke gastheer voor BCK is het schaap. Bij deze diersoort verloopt de infectie zonder zichtbare symptomen. Maar bij intensief contact tussen schapen en runderen of herten, kan het virus op deze dieren overgaan. Virusoverdracht van rund naar rund of van hert naar hert komt niet voor. Het virus is strikt celgebonden waardoor het niet lang kan overleven in de secreties die een dier verspreidt.

De incubatieperiode varieert van 10 dagen tot 2 maanden. Bij zieke dieren is het virus in het bloed aanwezig in de witte bloedcellen.

Symptomen

De aandoening zich kan voordoen onder 4 vormen. Elk van deze vormen heeft een verschillend ziektebeeld.

  • De hyperacute vorm: komt vooral voor bij herten. De dieren hebben plots hoge koorts (boven 42°C), verlies van eetlust, erge depressie, ruw haarkleed, rillingen, verlies van melkgift. Ze sterven binnen de 24 uur na het begin van de symptomen. De letsels zijn weinig typisch.
  • De darmvorm: wordt eveneens vooral bij herten vastgesteld. De zieke dieren hebben dezelfde ziektetekens als bij de hyperacute vorm. 1 tot 2 dagen na de eerste ziektetekens treedt er een ontsteking op van de slijmvliezen van de muil, de neus, het spijsverteringsstelsel en het ademhalingsstelsel. Daarbij ontstaat er een waterige tot bloederige diarree. Er ontwikkelt zich ook een conjunctivitis (slijmvliesontsteking van de ogen), met een verhoogde oogvloeiing en lichtgevoeligheid. Sterfte volgt gewoonlijk 4 tot 7 dagen na het ontstaan van de eerste ziektetekens.
  • De kop- en de ogenvorm: komt bij rundvee het meest voor. Deze vorm verloopt iets trager. Een paar dagen na het ontstaan van hoge koorts, verlies van eetlust en depressie verschijnt er neusuitvloei die geleidelijk aan etterig wordt. Soms is er dan ook bloed bij. De bovenste ademhalingswegen tot en met de luchtpijp en de bronchen kunnen aangetast zijn.
    Gelijkaardige veranderingen zijn te vinden in de muil en op de tong waardoor verhoogd speekselen, smekken en tenslotte een stinkende geur ontstaan. Ook het diepere spijsverteringskanaal kan aangetast zijn en dan is er koliek en een bloederige diarree. Bij de kop- en de ogenvorm blijft de bloederige diarree ook dikwijls achterwege.
    Bij deze ziektevorm zijn de ogen duidelijk aangetast en is er een uitgesproken oogvliesontsteking met een waterige en later etterige oogvloeiing. De ziekte veroorzaakt lichtschuwheid en tenslotte blindheid.
    Bij vrouwelijke dieren is er vaak aantasting van de slijmvliezen van de geboorteweg en kan er zelfs nier- en blaasontsteking ontstaan. Soms gaan de dieren ook manken en komt de hoornrand van de hoeven ter hoogte van de kroonrand los.
    Naar het einde van de ziekte toe hebben ze regelmatig centrale zenuwstoornissen en ten slotte gaan ze in coma.
    De dieren sterven 7 tot 14 dagen na het verschijnen van de eerste symptomen.
  • De huidvorm: Deze vorm komt zelden voor en verloopt mild.
    De dieren hebben uitslag op de weinig behaarde delen van de huid en ontsteking van de ogen, de neus, de neusspiegel en de slijmhuid van de muil.

Vermits de mortaliteit van BCK doorgaans hoog is (90 tot 95% bij runderen, buffels, bizons en herten) speelt de actieve of de passieve immuniteit weinig rol.

Herstelde dieren ontwikkelen pas na enkele maanden geringe hoeveelheden neutraliserende antistoffen. Zij blijven maandenlang tot zelfs jarenlang virusdragers. Zo kunnen zij jaren later nog geïnfecteerde nakomelingen ter wereld brengen.

Diagnose

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van klinische, pathologische en histologische gegevens. Aanwijzingen voor BCK zijn het sporadisch optreden, het ontbreken van een duidelijk besmettelijk karakter, het ontstaan van erge oogletsels en van centrale zenuwstoornissen. Bij runderen, die contact hebben met schapen en klinische symptomen vertonen, kan het aangewezen zijn om verder onderzoek te doen naar BCK.

Een differentiële diagnose moet gemaakt worden met MKZ, BVD-MD, IBR-IPV en runderpest. Runderpest lijkt erg goed op BCK maar is veel besmettelijker. Alle lichaamsvochten zijn immers virushoudend. De incubatietijd is veel korter dan bij BCK: 3 tot maximaal 10 dagen.

Een laboratoriumdiagnose van BCK kan gebeuren door witte bloedcellen uit ongestold bloed van verdachte runderen op een celcultuur te inoculeren. Bij een positieve diagnose ontstaat er een CPE, typisch voor herpesvirussen. Daarnaast kan ook een PCR-test uitgevoerd worden op een swab van speeksel, neussluimvlies en tong van verdachte runderen én op een ongestold bloedstaal.

Belangrijk is dat zowel de epitheel- en de speekselstalen, als de ongestolde bloedstalen (heparinebloedmonsters) zo vlug mogelijk na de afname aan het laboratorium worden overgemaakt.

Preventie en behandeling

Er bestaat geen doeltreffende behandeling voor deze aandoening.

De bestrijding bestaat er in onze streken in om het contact tussen schapen en runderen te vermijden. Het advies luidt om een fysiek afstand van minimum 500 meter te hanteren tussen schapen en runderen wanneer deze op hetzelfde bedrijf of op buurtbedrijven aanwezig zijn. Op deze manier wordt de kans op een besmetting van het rundvee verminderd.