Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

  
De parasiet wordt als larve opgenomen bij het grazen en ontwikkelt zich tot het volwassen stadium in de gastheer. Als volwassen wormen produceren ze massaal veel wormeieren die met de mest worden uitgescheiden en terug in de weide terechtkomen. Op deze manier neemt de infectiedruk vaak toe gedurende het weideseizoen.

Symptomen

De symptomen die deze wormen veroorzaken, variëren van groeivertraging, vermageren, ruw haarkleed en diarree tot sterfte.

Vooral jonge runderen raken besmet tijdens hun eerste weideseizoen door opname van larven op het grasland. Deze dieren vertonen dan ook, omwille van de nog niet aanwezige immuniteit, de ergste symptomen.

Bij tweede-weideseizoensdieren en oudere dieren is de pathologische en economische impact kleiner, hoewel het effect op o.a. de melkproductie niet te verwaarlozen is.

Diagnose

De diagnose kan op verschillende manieren gesteld worden.

Mestonderzoek

Hiermee kan men de infectie diagnosticeren gedurende het weideseizoen. Naast differentiatie van de wormsoorten kan men ook de wormeieren tellen. Bij monstername op 6 tot 8 weken na het uitweiden, kan men op basis van het aantal aanwezige wormeieren een inschatting maken van de graad van infectie en de behandeling daarop afstemmen.

Bloedonderzoek

Kort na het opstallen kan men via een bloedstaal van een vijftal eerste-weideseizoensdieren pepsinogeenbepaling uitvoeren. Op basis daarvan kan men beoordelen of de dieren bij het opstallen voldoende zijn behandeld of niet, en of er al dan niet voldoende immuniteitsopbouw is.

Pepsinogeenbepaling geeft een indicatie van schade van de lebmaagwand veroorzaakt door Ostertagia ostertagi. Het resultaat wordt uitgedrukt in eenheden tyrosine (U tyr).

  • Een waarde kleiner dan 1.5 U tyr duidt op een te lage infestatiegraad. De dieren zijn ofwel te intens behandeld of hun weideseizoen was erg kort.
  • Een waarde tussen 1.5 en 3.5 U tyr wijst op een normale infestatiegraad. Het toegepaste preventieplan is optimaal, er is geen effect van de infestatie op de productie en er is voldoende immuniteitsopbouw.
  • Bij een waarde hoger dan 3.5 U tyr is er sprake van een te hoge infestatiegraad. De dieren zijn ernstig blootgesteld aan wormbesmettingen. Klinische symptomen en productieverliezen zijn te verwachten.

Tankmelkonderzoek

Om de invloed na te gaan op de melkproductie, kan er kort na het opstallen van het melkvee een tankmelkstaal onderzocht worden op de aanwezigheid van antistoffen voor Ostertagia. Het resultaat van dit onderzoek geeft een inschatting van de besmettingsgraad op bedrijfsniveau en kan helpen bij de evaluatie van een behandelingsstrategie.

Zie ook parasitair profiel melkvee.

Preventie & behandeling

De aanpak van maagdarmwormen bestaat erin een goede ontwormingsstrategie te koppelen aan een goede monitoring van de situatie en een goed begrazingsmanagement.

De strategie is steeds bedrijfsspecifiek en dient bepaald te worden in overleg met de bedrijfsdierenarts.