Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Symptomen

Bij jonge kalveren leidt de kiem tot luchtweginfecties, ontstekingen van de gewrichten en van het midden- en binnenoor, met scheve kopstand tot gevolg. De verliezen bij de kalveren uiten zich vooral in meer sterfte, een verhoogd antibioticumgebruik en een vertraagde groei.

Bij volwassen dieren veroorzaakt M. bovis voornamelijk ongeneeslijke uierontstekingen. Zieke dieren worden dus best geruimd. Recent kwam aan het licht dat M. bovis ook complicaties kan geven bij de wondgenezing na een keizersnede en dus een rol kan spelen in de vorming van een seroma of vochtophoping.

Besmettingsroute

M. bovis kan op verschillende manieren binnenkomen op een bedrijf. Een besmet aangekocht dier vormt een belangrijk risico op introductie van de bacterie. Insleep kan ook plaatsvinden via kledij/laarzen van bezoekers en via besmette, ongepasteuriseerde melk en, in mindere mate, biest.

Wanneer de bacterie op een bedrijf aanwezig is, gebeurt de verdere verspreiding ervan vooral via direct contact. Zo kan de infectie makkelijk van koe naar kalf overgedragen worden via het geven van besmette melk of via neus-aan-neuscontact.

Diagnose

Een besmetting met M. bovis kan aanwezig zijn op het bedrijf zonder dat ze in eerste instantie duidelijke ziektesymptomen bij de runderen veroorzaakt. Monitoren van de bedrijfssituatie is belangrijk om na te gaan of de ziekte al of niet aanwezig is op het bedrijf.

Diagnose van M. bovis kan op twee manieren: via het opsporen van antistoffen in het bloed of via het aantonen van de kiem zelf in een neusswab, broncho-alveolaire lavage (BAL), longweefsel of melk.

Een positief antistoffenonderzoek betekent dat een dier in aanraking kwam met Mycoplasma. Dat wil niet noodzakelijk zeggen dat het dier ook effectief besmet was op het moment van bemonstering. Wel kan het dier drager zijn van de infectie en de kiem mogelijk later uitscheiden.

Preventie en behandeling

M. bovis is een kleine bacterie zonder celwand. Hierdoor is ze van nature ongevoelig voor antibiotica die inwerken op de celwand zoals penicillines. De kiem lijkt ook stilaan resistentie te ontwikkelen tegen verschillende antibiotica die tot nu toe aangeraden worden voor deze ziekte waardoor behandeling niet evident is.

Er is evenmin een vaccin voor M. bovis voorhanden. Daarom moet bij de bestrijding van M. bovis de focus liggen op de aanpassing van het management en bioveiligheid.

Insleep in een bedrijf gebeurt meestal via aankoop van dieren. Vermijd daarom aankopen of neem je voorzorgen als je toch dieren aankoopt. Ook bezoekers op het bedrijf kunnen een bron van infectie zijn.

Binnen het bedrijf gebeurt overdracht tussen koeien meestal via neus-neuscontact of het melkstel. Besmetting van kalveren gebeurt voornamelijk door het opnemen van geïnfecteerde melk en onderling contact.

Bedrijven met een dekstier hebben een hogere kans op een besmetting met M. bovis. Het is bekend dat de besmetting kan overgaan via besmet sperma en dat de kiem kan overleven in vloeibare stikstof. 

Het risico op besmetting via de eigen biest is wellicht beperkt, maar kan nog verder verkleind worden door de biest te pasteuriseren. Invriezen van biest heeft geen afdodend effect op M. bovis.

Onderzoek van Veepeiler Rund toonde verder aan dat een goed afkalfmanagement en het gebruik van een propere afkalfbox eveneens cruciaal zijn in de preventie van M. bovis.

Om het verspreiden van de infectie te verhinderen, is het ook aangewezen om de kalveren gedurende 6 tot 8 weken individueel te huisvesten en de kalverboxen na gebruik te reinigen en te ontsmetten met chloorhoudende desinfectiemiddelen.