Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Volgens lastenboek Belplume en toelating BE

Aflezen van de plaatjes en berekening van het resultaat

Bij het aflezen van de plaatjes gebeurt de toekenning van de score overeenkomstig onderstaande tabellen:

Toekenning score kiemgetal:

Kolonies (kve) per 16 cm² Score
0 0
1 t/m 15 1
16 t/m 50 2
51 t/m 160 3
Meer dan 160 4
Ontelbaar aantal 5

  
Toekenning score schimmelgetal (Aspergillus spp.):

Kolonies (kve) per 16 cm² Score
0 0
1 of 2 1
3 t/m 5 2
6 t/m 16 3
Meer dan 16 4
Ontelbaar aantal 5

  
Het aantal plaatjes - te nemen op vastgelegde plaatsen - is gelijklopend voor Belplume en toelating BE, behalve dat voor de toelating BE extra plaatjes genomen worden naargelang de capaciteit van de broeierij (terwijl dit aantal voor Belplume in alle broeierijen hetzelfde blijft).

De afzonderlijke scores staan op het beproevingsverslag vermeld. Van elk lokaal of kast wordt het gemiddelde berekend. Broeierijgemiddelden worden berekend door de gemiddelden van alle lokalen en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen en het aantal kasten. De uitslag wordt op één cijfer na de komma afgerond en op het beproevingsverslag vermeld.

Voor de toelating BE tellen al de aangegeven onderdelen mee voor het ‘broeierijgemiddelde’.
Voor Belplume tellen enkel de onderdelen mee die aangegeven zijn in het lastenboek Belplume voor de berekening van het broeierijgemiddelde.

Beoordeling en actie

De beoordeling is gebaseerd op twee aspecten:

a) het lokaalgemiddelde:
het gemiddelde per lokaal of per kast mag niet hoger zijn dan 4, tenzij de monsternemer aangeeft dat er tijdens de monstername werkzaamheden aan de gang waren die de uitslag beïnvloeden. Indien eenzelfde lokaal- of kastgemiddelde bij twee opeenvolgende hygiëne-onderzoeken boven 4 uitkomt, wordt dit als 'onvoldoende' bestempeld.

b) het broeierijgemiddelde:
zowel voor het totale kiemgetal als voor het schimmelgetal wordt de volgende norm gehanteerd:

0 - 1 uitstekend
1,1 - 2  goed
2,1 - 2,5 redelijk
2,6 - 2,9 matig
3 en meer onvoldoende

 
Bij een ‘onvoldoende’ wordt de broeierij binnen de 14 dagen opnieuw op haar kosten onderzocht via een uitgebreide controle en dit tot de resultaten bevredigend zijn.

Visuele beoordeling broeierij (voor toelating BE)

Tijdens de bemonstering van de broeierij wordt de hygiëne visueel beoordeeld door de staalnemer. Indien bepaalde onderdelen als ‘slecht’ beoordeeld worden, wordt genoteerd over welke lokalen/ruimtes het gaat. De normen voor de visuele beoordeling zijn gedefinieerd als volgt:

reinheid van inventaris goed / matig / slecht
reinheid van de vloer goed / matig / slecht
reinheid van de muren / plafond goed / matig / slecht
ongediertewering goed / matig / slecht
ongediertesporen goed / matig / slecht

Volgens IKB

Aflezen van de plaatjes en berekening van het resultaat

De toekenning van de score gebeurt overeenkomstig onderstaande tabel:

Kolonies (kve) per plaatje Score
0 0
1 t/m 40 1
41 t/m 120 2
121 t/m 400 3
Meer dan 400 4
Ontelbaar aantal 5

Beoordeling en actie

a) Lokaal-/kastgemiddelde:
Lokaal-/kastgemiddelde: het gemiddelde per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer heeft aangegeven dat er tijdens de monsterneming werkzaamheden aan de gang waren die deze de uitslag beïnvloeden. In dat geval wordt het gemiddelde van deze ruimte niet in rekening gebracht in de gemiddelde beoordeling voor de totale kuikenbroederij.

De tabel hieronder geeft aan welke acties - per ruimte waarvoor dit gemiddelde van toepassing was - ondernomen dienen te worden op basis van het behaalde gemiddelde:

Score Beoordeling  Actie
≤ 1  zeer goed  geen
>1 en ≤ 2  goed  geen
>2 en ≤ 3 voldoende geen
> 3 onvoldoende  Het gemiddelde van de betreffende ruimte tijdens het volgende hygiëneonderzoek dient minimaal voldoende te zijn. Is de uitslag echter wederom onvoldoende dan is het noodzakelijk binnen de 2 maanden opnieuw een uitgebreid hygiëneonderzoek uit te voeren.

  
b) Broeierijgemiddelde:

Score  Beoordeling Actie
0 uitstekend geen
>0 en ≤0,5 zeer goed  geen
>0,5 en ≤1,0 goed geen
>1,0 en ≤1,5 voldoende geen
>1,5 en ≤2,0 onvoldoende Het gemiddelde voor de broeierij dient tijdens het volgende hygiëneonderzoek minimaal voldoende te zijn. Is de uitslag echter wederom onvoldoende dan is het noodzakelijk binnen de 2 maanden opnieuw een uitgebreid hygiëneonderzoek uit te voeren.
>2,0 en ≤3,0 slecht Opnieuw uitgebreid hygiëneonderzoek binnen 2 maanden
>3,0 zeer slecht Opnieuw uitgebreid hygiëneonderzoek binnen 1 maand

  
Uit hygiënebesluit kuikenbroeierijen (PPE) 2011 / lastenboek IKB