Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Bedrijven met een overwegend melkleverend karakter kunnen de IBR-vrije status opvolgen via tankmelkonderzoek. Reeds 76% van alle melkveebedrijven, die samen 18% van alle Vlaamse rundveebedrijven vertegenwoordigen, doen het op deze manier.
  

IBR tankmelkanalyses binnen de nieuwe Europese dierengezondheidswet

Ook bij de omschakeling naar de nieuwe Europese Dierengezondheidswet (AHL) vanaf 21 april blijft de mogelijkheid van tankmelkonderzoek voor de opvolging van de vrije status op overwegend melkleverende bedrijven behouden. Meer zelfs, vanaf 21 april zullen ook bedrijven met minstens 30% melkproducerende runderen gebruik kunnen maken van tankmelkonderzoek. Een dergelijke opvolging is zeker aangewezen op bedrijven die recent een vrije status hebben behaald.

Wat zijn de voorwaarden om de IBR-vrije status op te volgen via tankmelk?

Vandaag gelden volgende voorwaarden:

  • Je bedrijf is IBR-vrij (I3- of I4-statuut).
  • Minimaal 95% van alle vrouwelijke runderen op het bedrijf is ouder dan 24 maanden en van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Vanaf 21 april kan bijkomend ook het volgende:

  • Bedrijven met minimaal 30% melkproducerende runderen kunnen gebruik maken van tankmelkonderzoek, mits aangevuld met  bloedonderzoek bij alle fokdieren ouder dan 12 maanden en een steekproef bij mannelijke mestrunderen ouder dan 12 maanden.
  • De betrokken melkveehouders zullen hierover persoonlijk geïnformeerd worden door DGZ.
     

Wat zijn de voordelen van IBR-opvolging via tankmelk?

  • Gezien er geen stalbemonstering van individuele koeien nodig is, is tankmelkonderzoek gemakkelijk.
  • Tankmelkonderzoek verloopt volledig automatisch via monstername door MCC.
  • Tankmelkonderzoek laat vroege detectie van eventuele insleep toe: anders dan een jaarlijkse steekproef worden tankmelkmonsters op minimaal zes tijdstippen gedurende het hele jaar genomen.
  • In geval van niet-negatieve onderzoeksresultaten worden automatisch bijkomende monsters genomen.
     

Wat kunnen we leren uit de eerdere resultaten?

Sinds de start van de opvolging met tankmelk zijn er 7.573 tankmelkanalyses voor IBR gE uitgevoerd op 1702 rundveebedrijven met een I3-statuut, en circa 90 voor IBR gB op 11 bedrijven met een I4-statuut.

In 41 gevallen was een bijkomende analyse op het eerste monster noodzakelijk. In 39 gevallen was het nodig om een bijkomend tankmelkstaal te nemen voor een bevestigingstest in het referentielaboratorium van Scienscano.

Op 12 van de onderzochte bedrijven waren er bijkomende acties vereist en ging men via bloedname van de individuele dieren na of er op het bedrijf IBR-dragers aanwezig waren. Op 8 bedrijven werden er IBR-dragers aangetoond. Op 4 bedrijven werd er geen enkele IBR-drager gevonden; deze bedrijven behielden dus hun statuut. Van de 8 “hervallers” hebben er ondertussen al 4 hun vrije status herwonnen na het verwijderen van de IBR-dragers.

Dit bevestigt het nut van IBR-opvolging op tankmelk, waardoor je reeds in een vroege fase IBR kan opsporen en snel kunt ingrijpen.