Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'
Gewijzigde verkeerssituatie in Torhout: hoe geraak ik bij DGZ?

078 05 05 23

Het IBR-programma, dat loopt sinds 2007 en verplicht is sinds 2012, is er gekomen op vraag van de landbouwsector. Het wordt gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid en financieel ondersteund door het sanitair fonds Runderen. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) controleert de naleving van de maatregelen. De verenigingen DGZ en ARSIA zorgen voor de praktische uitrol op het bedrijf.

Sinds 2014 is het Belgische IBR-programma erkend door Europa. Hierdoor kan België verhinderen dat IBR-besmette runderen uit niet-vrije lidstaten worden binnengebracht. Een nieuwe belangrijke stap volgde in april 2021 toen de nieuwe Europese dierengezondsheidswet ‘Animal Health Law’ (AHL) in voege trad. Naar aanleiding van die nieuwe wet zal uiteindelijk elk Belgisch rundveebeslag een nieuw statuut krijgen.

Hieronder vind je een overzicht van de nieuwe statuten en hun onderverdelingen:

- IBR-VRIJ
- IBR gE negatief
- IBR-besmet

IBR-VRIJ

Dit is het hoogste statuut. Een bedrijf met een IBR-vrij statuut is officieel vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus, en er dus geen dragers meer aanwezig zijn.

Vaccinatie van de runderen is niet toegestaan. Toch kunnen er op sommige van deze bedrijven nog gevaccineerde runderen aanwezig zijn: deze bedrijven zullen het statuut ‘IBR-VRIJ met mogelijks aanwezigheid van gevaccineerde runderen’ krijgen.

Daarom maken we bij de IBR-VRIJ statuten nog een onderscheid tussen:

- I4-6-bedrijven, waar geen gevaccineerde runderen aanwezig zijn, en

- I4-5-bedrijven, waar mogelijk nog gevaccineerde runderen aanwezig zijn.

Dieren van een IBR-VRIJ beslag kunnen deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Ik heb een statuut IBR-VRIJ (zonder gevaccineerde runderen) (I4-6)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-6?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt jaarlijks een opdracht voor een steekproef. Grotere bedrijven zullen nu iets meer runderen moeten bemonsteren zodat ze voldoende zekerheid hebben over hun vrij statuut.

Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben een overzicht van de aantallen verzameld.

 

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Hier kun je blijvend op rekenen.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ statuut I4-6 kan je runderen verkopen aan alle andere beslagen.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of IBR gE NEG. Let wel: de dieren mogen nog nooit gevaccineerd zijn (gB-negatief).

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Ik heb een statuut IBR-VRIJ (met mogelijk aanwezigheid van gevaccineerde runderen) (I4-5)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-5?

Opvolging via bloedbemonstering:

Beslagen die al langer voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen, net zoals vroeger, jaarlijks een opdracht voor een steekproef. Grotere bedrijven zullen nu iets meer runderen moeten bemonsteren zodat ze voldoende zekerheid hebben over hun vrij statuut.

Beslagen die recenter voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen ook jaarlijks een opvolgingstest voor alle runderen ouder dan 24 maanden. Nadien wordt dit een jaarlijkse steekproef (zie hierboven).

Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben een overzicht van de aantallen verzameld.

 

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Hier kun je blijvend op rekenen.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ statuut I4-5 kan je runderen verkopen aan alle andere beslagen.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of statuut IBR gE negatief.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-VRIJ statuut wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen er gerust nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd.

Wil je toch nog blijven vaccineren?

Op bedrijven met een risico op IBR-insleep kan IBR-vaccinatie een bijkomende tool zijn naast bioveiligheid. Je bedrijfsdierenarts kan je helpen bij de keuze om wel of niet te vaccineren. Tot april 2024 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR.

Kies jij ervoor om te vaccineren? Bezorg ons dan het formulier ‘IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie’ ingevuld terug. In dit geval ontvang je het statuut "IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie)". Voor de wijze van opvolging en herwinnen van het IBR-VRIJ statuut verwijzen we naar het formulier.

IBR gE NEGATIEF

Ook op dit type bedrijven wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijven die al dan niet vaccineren:

- I3-6 bedrijven: hebben een IBR gE negatief statuut in transitie, geen vaccinatie. Dit is een transitie-statuut, wat betekent dat deze bedrijven op termijn moeten doorgroeien naar het IBR-VRIJ statuut. 

- I3-5 bedrijven: hebben een IBR gE negatief statuut met behoud van vaccinatie. Dit type bedrijf is vrij van IBR maar alle runderen van het beslag zijn seronegatief voor het wildvirus en er wordt dus nog steeds gevaccineerd. Een bedrijf krijgt dit statuut enkel na verklaring van vaccinatie, dus op vraag van de veehouder.

Ik heb een statuut IBR gE negatief (in transitie, geen vaccinatie) (I3-6)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief I3-6

Opvolging via bloedbemonstering:

Als je beroep doet op bloedbemonstering, ontvang je een opdracht voor een screening, waarbij je een volledige screening uitvoert van alle dieren ouder dan 12 maanden. DGZ bezorgt je hier een bemonsteringslijst voor.

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Overwegend melkleverende bedrijven kunnen in plaats van bloedbemonstering opteren voor periodieke tankmelkonderzoeken. Je moet dan wel minimum nog 1 volledige screening van alle runderen ouder dan 12 maanden uitvoeren.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Als bedrijf met een IBR gE negatief statuut I3-6 kan je runderen verkopen: zie handelsregels.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of IBR gE negatief.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-gE negatief (in transitie) bedrijf wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen gerust nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd. Doorgroeien naar het statuut “IBR-VRIJ” kan ten vroegste 2 jaar nadat je gestopt bent met vaccineren.

Op bedrijven met een risico op IBR-insleep kan IBR-vaccinatie een bijkomende tool zijn naast bioveiligheid. Je bedrijfsdierenarts kan je helpen bij de keuze om wel of niet te vaccineren. Tot april 2024 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR.

Kies jij ervoor om te vaccineren? Bezorg ons dan het formulier ‘Aanvraag IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie’ ingevuld terug. In dit geval ontvang je het statuut “IBR gE negatief" (met behoud van vaccinatie). Voor de wijze van opvolging en herwinnen van het IBR-VRIJ statuut verwijzen we naar het formulier.

Ik heb een statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief I3-5?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt een opdracht voor een jaarlijkse steekproef, waarbij je een volledige screening uitvoert van alle dieren ouder dan 12 maanden. DGZ bezorgt je hier een bemonsteringslijst voor.

Opvolging via periodiek tankmelkonderzoek:

Hier kun je blijvend op rekenen.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Bedrijven met het statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5) kunnen runderen verkopen: zie handelsregels.

Je kan enkel dieren aankopen van andere IBR gE negatieve beslagen of IBR-VRIJ beslagen.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Voor bedrijven met het statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5) is voorzien dat vaccinatie toegelaten is tot april 2024.

Als je vroeger wilt stoppen met vaccineren laat je dit schriftelijk weten aan DGZ en kan je doorgroeien naar het statuut “IBR gE negatief" (in transitie) (I3-6). Daarna kan je na 2 jaar en twee screenings van alle runderen ouder dan 12 maanden doorgroeien naar “IBR-VRIJ” (I4-5).

IBR-BESMET

Alle overige bedrijven, waar IBR wel nog aanwezig is, krijgen dit statuut.

Ik heb een statuut IBR-besmet (I2)

Wat moet ik weten over het statuut IBR-besmet en welke maatregelen gelden voor mij?

Op bedrijven met een statuut IBR-besmet is er een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie. Alle runderen van het beslag worden overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd. Verder op onze website vind je meer info over het vaccinatieprotocol, de vaccinatiemelding en overige administratie voor dit type bedrijf.

Er moet ook jaarlijks een volledige screening uitgevoerd worden. Runderen die IBR-drager zijn, moeten niet opnieuw bemonsterd worden. 

IBR-dragers moeten in de nabije toekomst verplicht afgevoerd worden: DGZ brengt de betrokken bedrijven individueel op de hoogte.

Dieren van een besmet beslag kunnen niet deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Welke handelsregels gelden er?

Bedrijven met het statuut IBR-besmet kunnen enkel verkopen aan andere besmette beslagen en gespecialiseerde afmestbedrijven.

Houd er rekening mee dat runderen van bedrijven met een statuut IBR-besmet tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen die afkomstig zijn van vrije bedrijven (IBR-VRIJ of IBR-gE negatief) of er naartoe gaan.

Je kunt runderen aankopen bij bedrijven met een gelijkwaardig of hoger statuut. Bij aankoop zijn primovaccinatie en serologisch onderzoek verplicht.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een beslag met een statuut  IBR-besmet of I2-afmeststatuut moet elk aangekocht rund altijd primo-gevaccineerd worden (één of twee toedieningen, afhankelijk van het gebruikte vaccin) ongeacht het statuut van het beslag van herkomst.

Een kalf aangekocht op de leeftijd van minder dan 3 maanden moet primo-gevaccineerd worden zoals een kalf geboren op het beslag.

Een rund aangekocht op de leeftijd van 3 maanden of ouder, dient onmiddellijk bij aankomst primo-gevaccineerd  te worden.

Serologisch onderzoek:

Bij elke aankoop zijn er twee bloednames verplicht:
- het eerste onderzoek gebeurt binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum,
- het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.

Aan de hand van deze bloedonderzoeken kunnen de runderen serologisch onderzocht worden op aanwezigheid van antistoffen tegen IBR. Beide onderzoeken zijn nodig omdat de dieren tijdens de passage besmet kunnen raken en omdat het drie tot vier weken kan duren vooraleer de dieren aantoonbare antistoffen hebben opgebouwd. 

Ik heb een I2-afmestbeslag

Wat moet ik weten over het statuut I2-afmest?

De voorwaarden voor dit type beslagen veranderen niet. Meer info over I2-afmest beslagen vind je in de uitleg hieronder over de statuten zoals we die kennen vóór de toepassing van de Animal Health Law.

Handleidingen Veeportaal

Via onderstaande link ga je naar de pagina met handleidingen Veeportaal. Je vindt er een handleiding voor het opvragen van IBR-dierstatuten, van het IBR-vaccinatieregister en van een bemonsteringslijst voor  IBR-screening. Je komt ook te weten hoe je vaccinatiemeldingen kunt opzoeken.

Indeling IBR-statuten vóór de Animal Health Law

Omdat nog niet alle rundveebeslagen hun nieuw statuut gekregen hebben, geven we hieronder nog de info over de statuten zoals die vóór de toepassing van de nieuwe dierengezondheidswet ingedeeld werden.

Mijn beslag heeft een I2-statuut

Wat moet ik weten over I2 en de geldende maatregelen?

Op bedrijven met een I2-statuut is er een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie. Alle runderen van het beslag worden overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd (info over het vaccinatieprotocol, de vaccinatiemelding en overige administratie). Enkel op bedrijven met minder dan 10% IBR-dragers kan de veehouder nog zelf vaccineren.

Er moet ook jaarlijks een volledige screening uitgevoerd worden. Runderen die IBR-drager zijn, moeten niet opnieuw bemonsterd worden. 

Verkoop: I2-beslagen kunnen enkel verkopen naar andere I2- en gespecialiseerde I2-afmestbedrijven.

Aankoop: Verplicht serologisch onderzoek bij aankoop. Het eerste onderzoek vind plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.

Dieren van een I2-beslag kunnen niet deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Wat betekenen de statuten I2D en I2 afmest?

I2D kan eenmalig toegekend worden en is beperkt in de tijd (1 jaar). Het vormt een mogelijk overgangsstatuut naar I3 of I4. Een beperkt aantal IBR-dragers (max. 10%) wordt overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd en op termijn afgevoerd.

Verkoop: Runderen kunnen enkel nog verhandeld worden naar I2, I2D en gespecialiseerde I2-afmestbedrijven.

Aankoop: Er geldt een verplicht serologisch onderzoek bij aankoop. Het eerste onderzoek vind plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.


I2 afmest kan toegekend worden aan een bedrijf waar geen enkel rund* wordt geboren en waar enkel en alleen runderen worden aangevoerd met het oog op hun vetmesting. Deze dieren verlaten het beslag alleen als slachtrund. Afvoer naar een ander bedrijf met het I2-afmeststatuut is toegelaten

Er is een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie bij aankomst.

I2-bedrijven die aan deze definitie voldoen en die alle runderen geïntroduceerd in het beslag sinds 35 dagen primovaccineren**, kunnen het I2-afmeststatuut aanvragen. 

Runderen van een I2-afmestbeslag mogen niet op de weide geplaatst worden.

> Formulier aanvraag I2-afmeststatuut

* De verhouding tussen het aantal geboortes en het aantal vrouwelijke dieren is kleiner dan 0,05.

** Een primo-gevaccineerd rund is een rund dat, volgens de aanbevelingen van de fabrikant, ofwel een enkele dosis ofwel een dubbele dosis vaccin tegen IBR heeft toegediend gekregen met een interval van minimum 21 en maximum 35 dagen. De leeftijd van het rund op het moment van de eerste injectie moet voldoen om, volgens de aanbevelingen van de fabrikant, geen herhalingsvaccinatie te moeten toedienen binnen de 6 maanden die volgen op de laatste injectie.

Hoe kan ik een I2-statuut verwerven en behouden?

Je kunt voor je beslag een I2-statuut verwerven en behouden wanneer je aan de hand van het vaccinatieregister en de vaccinatiemeldingen in Veeportaal, kunt aantonen dat alle dieren overeenkomstig het vaccinatieprotocol gehyperimmuniseerd zijn. Alle vaccinaties (ook vaccinaties bij aankoop) moeten binnen een periode van een maand in Veeportaal geregistreerd zijn.

I2-bedrijven dienen jaarlijks ook een volledige serologische screening uit te voeren. Deze screening gaat op zoek naar IBR gE-antistoffen, die worden opgebouwd na een infectie (aantoonbaar vanaf 2 à 3 weken na contact met het wildvirus). Vaccinatie-antistoffen zijn met deze test niet aantoonbaar.

Als de resultaten van deze screening gunstig zijn, adviseren we om de nodige stappen te zetten om door te groeien naar een I3-statuut (zie verder: 'Hoe kan ik een vrij statuut verwerven'). 

Is het resultaat ongunstig, dan kan je in overleg met je bedrijfsdierenarts het vaccinatiebeleid aanpassen.

> Van I2 naar I2D: 

Een I2-beslag kan met één serologische balans met maximum 10% niet gE-negatieve resultaten eenmalig het I2-statuut met derogatie (I2D) verwerven. Dat statuut is 12 maanden geldig vanaf datum bloedname.

> Wat met IBR-dragers? 

Wat gebeurt er als de screening of vaccinatie niet tijdig is uitgevoerd?

I2-bedrijven die niet binnen de opgelegde termijnen een serologische screening hebben uitgevoerd worden opgeschort, wat betekent dat het beslag geen runderen meer in de handel mag brengen, tenzij rechtstreekse afvoer naar het slachthuis. Dit geldt eveneens voor bedrijven die niet tijdig vaccineren.

Indien er voor een I2-beslag in de laatste 7 maanden geen enkele vaccinatiemelding in Veeportaal werd geregistreerd, stuurt DGZ per e-mail een waarschuwing naar de bedrijfsdierenarts en de veehouder.

Indien voor een I2-beslag in de laatste 8 maanden geen of te weinig vaccinaties gemeld werden in Veeportaal, wordt het I2-statuut opgeschort. Dierenarts en veehouder worden verzocht de niet-gemelde vaccinaties zo snel mogelijk te (laten) registreren. Van zodra het beslag weer in regel is wordt de opschorting automatisch weer opgeheven. Indien het beslag zich niet tijdig in regel stelt, krijgt het een I1-statuut. 

DGZ houdt continu toezicht op de vaccinatiemeldingen in Veeportaal en kan indien nodig een kopie van het vaccinatieregister opvragen aan de veehouder. Bij iedere wijziging van het statuut wordt de veehouder schriftelijk (per e-mail indien het e-mailadres gekend is) op de hoogte gebracht.

Welke regels gelden er bij aankoop van dieren?

I2-bedrijven kunnen runderen aankopen bij bedrijven met een gelijkwaardig of hoger statuut. Bij aankoop zijn primovaccinatie en serologisch onderzoek verplicht.

Verplichte primovaccinatie bij aankoop

Op een beslag met het I2-statuut of I2-afmeststatuut dient een aangekocht rund steeds primo-gevaccineerd te worden (één of twee toedieningen afhankelijk van het gebruikte vaccin) ongeacht het statuut van het beslag van herkomst.

Een kalf aangekocht op de leeftijd van minder dan 3 maanden dient primo-gevaccineerd te worden zoals een kalf geboren op het beslag. Een rund aangekocht op de leeftijd van 3 maanden of ouder, dient onmiddellijk bij aankomst primo-gevaccineerd  te worden.

Verplicht serologisch onderzoek bij aankoop

Om te verhinderen dat aangekochte runderen IBR op het bedrijf binnenbrengen, is het cruciaal om bij elk rund (ongeacht de leeftijd) bloedonderzoeken te laten uitvoeren tijdens de quarantaineperiode.

Bij elke aankoop zijn er twee bloedafnames verplicht (behalve bij I2-afmest): het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst. Aan de hand van deze bloedonderzoeken kunnen de runderen serologisch onderzocht worden op aanwezigheid van antistoffen tegen IBR. Beide onderzoeken zijn nodig omdat de dieren tijdens de passage besmet kunnen raken en omdat het drie tot vier weken kan duren vooraleer de dieren aantoonbare antistoffen hebben opgebouwd. 

Belangrijke opmerkingen:

  • Houd er rekening mee dat runderen van bedrijven met een I2 of I2D-statuut tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen die afkomstig zijn van vrije bedrijven (I3/I4) of er naartoe gaan.
  • Hou het rund in quarantaine in afwachting van de onderzoeksresultaten. Voeg het aangekochte dier pas toe aan de andere runderen van het beslag als alle onderzoeksresultaten bekend en gunstig zijn.
  • Voor IBR is de koopvernietiging geldig.

  • Meer info over de handelsregels

Hoe kan ik een vrij statuut (I3 of I4) behalen?

Het statuut I3 of I4 kan je verwerven aan de hand van twee negatieve serologische balansen, uitgevoerd op alle runderen van het bedrijf ouder dan 12 maanden en alle aangekochte kalveren jonger dan 12 maanden. Daarnaast moeten ook de dieren geboren op het bedrijf en jonger dan 12 maanden, indien die meer dan 50% van het bedrijf uitmaken, bemonsterd worden.

Een serologische balans is de serologische status van een beslag op één bepaald moment. Daarom gebeuren alle bemonsteringen voor één serologische balans best gelijktijdig (of zo kort mogelijk na elkaar). In ieder geval moeten ze binnen een tijdsinterval van een maand uitgevoerd zijn.

De bemonstering voor de tweede serologische balans moet plaatsvinden minstens 4 en maximaal 8 maanden na de bemonstering voor de eerste serologische balans.

De aard van het onderzoek is afhankelijk van het gewenste statuut. Voor het verwerven van I2D of I3 moet de ELISA gE-test uitgevoerd worden; voor het verwerven van I4, de ELISA gB-test.

Veehouder en bedrijfsdierenarts kunnen via Veeportaal een actuele bemonsteringslijst voor een serologische balans opvragen en afdrukken (zie handleidingen Veeportaal).

Belangrijk:

  • Zijn de resultaten van de screening voor het verwerven of behoud van het I2-statuut op je beslag gunstig? Dan komt het I3-statuut binnen handbereik. Laat alle dieren dan opnieuw onderzoeken 4 tot 8 maanden na deze screening (houd hierbij rekening met het weideseizoen). Test ook in deze tweede screening geen enkel dier positief, dan kan je het I3-statuut aanvragen. 
  • Zijn er op het bedrijf IBR-dragers? Verwijder deze dragers en plan screenings in.   
     
  • Formulier om een hoger statuut aan te vragen

Mijn beslag heeft een statuut I3 of I4

Wat betekenen I3 en I4 en welke maatregelen gelden er voor mijn statuut?

I3:

Een bedrijf met een I3-statuut is vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus. Vaccinatie is toegelaten en in zekere gevallen sterk aanbevolen, maar niet verplicht.

Wel verplicht is het om jaarlijks een opvolgingstest uit te voeren of - op ‘overwegend melkleverende bedrijven’ - regelmatig tankmelkonderzoek  (zie: hoe behoud ik mijn statuut).

Verkoop: geen beperkingen.

Aankoop: I3-beslagen kunnen enkel dieren aankopen van I3- en I4-beslagen die niet in contact zijn gekomen met runderen van een lager statuut (I2, I2D). De aangekochte dieren ondergaan twee serologische onderzoeken. Het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.


I4:

Een bedrijf met een I4-statuut is officieel vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus én het vaccinvirus. Vaccinatie is verboden.

Jaarlijks moet er een opvolgingstest uitgevoerd worden. Op ‘overwegend melkleverende bedrijven’ kan dit vervangen worden door regelmatig tankmelkonderzoek (zie: hoe behoud ik mijn statuut).

Verkoop: geen beperkingen.

Aankoop: I4-beslagen kunnen enkel dieren aankopen van I3- en I4-beslagen (die niet in contact zijn gekomen met runderen van een lager statuut (I2, I2D)). De aangekochte dieren ondergaan twee serologische onderzoeken (IBR gB-antistoffen). Het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen na aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.

Welke maatregelen zijn van toepassing bij aankoop?

Om te verhinderen dat aangekochte runderen IBR op het bedrijf binnenbrengen, is het cruciaal om bij elk rund (ongeacht de leeftijd) bloedonderzoeken te laten uitvoeren tijdens de quarantaineperiode.

Bij elke aankoop zijn er twee bloednames verplicht: het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst. Aan de hand van deze bloedonderzoeken kunnen de runderen serologisch onderzocht worden op aanwezigheid van antistoffen tegen IBR. Beide onderzoeken zijn nodig omdat de dieren tijdens de passage besmet kunnen raken en omdat het drie tot vier weken kan duren vooraleer de dieren aantoonbare antistoffen hebben opgebouwd. 

Belangrijk:

  • Voor IBR is de koopvernietiging geldig.
  • Houd er rekening mee dat runderen die afkomstig zijn van vrije bedrijven (I3/I4) of ernaar toe gaan tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen van een lager statuut (I2 of I2D).

  • Meer info over de handelsregels

Hoe behoud ik mijn statuut ?

Om het I3- of I4-statuut te behouden laat je jaarlijks IBR-opvolgingstesten uitvoeren. De eerste opvolgingstest moet in de regel gebeuren 12 maanden na de bemonsteringen van de laatste screening voor het behalen van het statuut. Als het resultaat gunstig is, behoud je het statuut.

Bij een IBR-opvolgingstest gaat het om een beperkte serologische screening. DGZ bepaalt op basis van de aanwezige dieren hoeveel en welke dieren bemonsterd moeten worden. De bedrijfsdierenarts en de veehouder ontvangen van DGZ een e-mail met het opdrachtformulier voor de bloedafnamen.
Indien minder dan 50% van de veestapel ouder is dan 12 maanden, dienen alle runderen bemonsterd te worden.

Belangrijk:

  • Uitstellen van de IBR-opvolgingstest is niet mogelijk.
  • Opvolgingstesten kunnen niet op eigen initiatief uitgevoerd worden. Dergelijke onderzoeksresultaten zijn niet geldig voor het behoud van het statuut.
  • Veehouders die de IBR-opvolgingstest wensen te vervroegen (bijvoorbeeld om de bloedafnamen beter af te stemmen op de weideperiode of te combineren met andere bemonsteringen zoals wintercampagne, paratuberculosescreening …)  kunnen hiervoor contact nemen met de helpdesk van DGZ (tel. 078 05 05 23 of helpdesk@dgz.be).

Tankmelkonderzoek op melkveebedrijven

Op ‘overwegend melkleverende bedrijven’ kunnen de bloedonderzoeken vervangen worden door onderzoeken via tankmelk. Dit kan als minstens 95% van het aantal vrouwelijke runderen, ouder dan 24 maanden, op het bedrijf van het rastype melk is en maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf mannelijk is.

Eenmaal ingeschreven voor tankmelk verloopt de bemonstering automatisch via MCC. In geval van niet-negatieve onderzoekingsresultaten worden automatisch bijkomende monsters genomen.

Hoe kan ik overgaan van I3 op I4?

Een I3-beslag kan het I4-statuut verwerven aan de hand van één negatieve serologische balans op voorwaarde dat het I3-statuut minstens 4 maanden tevoren verworven is.

Hoe deelnemen aan verzamelingen en tentoonstellingen?

Uitsluitend runderen afkomstig van een I3- of I4-beslag kunnen deelnemen aan verzamelingen en tentoonstellingen, en dit onder voorwaarden. De volledige statuutcode moet I3-1 of I4-1 zijn, wat betekent dat het I3- of I4-statuut niet opgeschort is.

Met het ‘risicorapport dier’ kan je in Veeportaal het IBR-statuut van de deelnemende dieren aantonen (zie handleiding).

Verder is het verplicht om voor de deelnemende dieren in de 60 dagen voorafgaand aan de prijskamp een bloedmonster te laten onderzoeken op IBR-antistoffen. Enkel dieren met een negatief ELISA-onderzoek voor IBR-antistoffen (voor I4-runderen gaat het om een IBR gB-ELISA, voor I3-runderen een IBR gE-ELISA of gB-ELISA) worden toegelaten. Bezorg de bloedmonsters ten laatste 7 werkdagen voor het vertrek naar de prijskamp aan het laboratorium. Zo ben je er zeker van dat je tijdig over het beproevingsverslag beschikt. Dit verslag neem je mee naar de prijskamp als bewijs van het uitgevoerde IBR-onderzoek.

Belangrijk:

Elke deelname aan verzameling betekent een risico voor insleep. Plaats daarom de runderen die deelgenomen hebben bij hun terugkeer in quarantaine en laat bloedonderzoeken uitvoeren. Bespreek ook met je bedrijfsdierenarts welke andere bioveiligheidsmaatregelen je kan nemen.

Meer vragen

Ik ben gestart met een nieuw beslag. Hoe kan ik een IBR-statuut verwerven?

Voor beslagen die opstarten, is het belangrijk om zo snel mogelijk werk te maken van het bekomen van een geldig IBR-statuut. Volgens de huidige wetgeving moet elk beslag namelijk minstens een I2-statuut hebben.

Voor geheractiveerde beslagen of beslagen waar gedurende minstens 30 dagen geen runderen aanwezig waren, gelden dezelfde regels als voor nieuw opgestarte beslagen. Op al deze beslagen zijn de IBR-regels in verband met aankopen van toepassing. 

Eerst en vooral moet er een geldig contract zijn met een bedrijfsdierenarts. Enkel de bedrijfsdierenarts kan monsternames uitvoeren of vaccinaties melden in Veeportaal

Verwerven van een I2-statuut

Voor het verwerven van een I2-statuut op een pas opgestart bedrijf volstaat het om de aangekochte runderen te primovaccineren (één of twee toedieningen afhankelijk van het gebruikte vaccin en onafhankelijk van het beslag van herkomst), te starten met een vaccinatieregister op het bedrijf waarin deze vaccinaties geregistreerd worden en deze vaccinatie te melden in Veeportaal.

Een kalf dat wordt aangekocht op de leeftijd van minder dan drie maanden dient gevaccineerd te worden zoals een kalf geboren op het beslag. Een rund aangekocht op de leeftijd van drie maanden of ouder moet onmiddellijk bij aankomst gevaccineerd worden. Hetzelfde geldt voor geheractiveerde beslagen of beslagen waar na 30 dagen leegstand opnieuw runderen worden aangekocht.

Verwerven van een I3- of een I4-statuut

Voor het verwerven van een I3- of een I4-statuut moet, afhankelijk van het IBR-statuut van het bedrijf van herkomst, eenmaal of tweemaal een serologisch bloedonderzoek uitgevoerd worden van alle dieren ongeacht de leeftijd.

Een IBR-statuut dient steeds aangevraagd te worden via het daartoe voorziene aanvraagformulier. Duid op dit formulier steeds aan dat het om 'een nieuw beslag' gaat.

Hoe verwerf ik een IBR gE negatief of een IBR-VRIJ statuut?

Om een IIBR gE-negatief of een IBR vrij statuut te verwerven moet, afhankelijk van het IBR-statuut van het bedrijf van herkomst, een- of tweemaal een serologisch bloedonderzoek uitgevoerd worden van alle dieren ongeacht de leeftijd.

Waarom is de bemonsteringsgrootte voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ veranderd?

Het aantal te bemonsteren dieren werd verhoogd in het kader van de toepassing van de nieuwe Europese diergezondheidswet (Animal Health Law of AHL) om de steekproef gevoeliger te maken. Dit is zeer belangrijk om een eventueel sluimerende aanwezigheid van IBR te kunnen detecteren.  

  • Situatie VOOR de toepassing van de AHL:
    de steekproef kon met 95% zekerheid minimaal 15% IBR-dragers aantonen.
  • Situatie NA toepassing van de AHL: 
    de grotere steekproef is in staat om met 95% zekerheid minimaal 10% IBR-dragers aan te tonen.

Waarom wordt de steekproefgrootte voor het behoud van het statuut in grote bedrijven per schijf van 500 dieren bepaald?

Op grotere bedrijven zijn er dikwijls compartimenten. Het is noodzakelijk om per eenheid voldoende dieren te bemonsteren, anders bestaat de mogelijkheid dat IBR niet gedetecteerd wordt. Vandaar de schijven van 500.

Kan ik IBR-tankmelkanalyses blijven gebruiken om IBR op mijn bedrijf op te volgen?

Het antwoord is volmondig ‘Ja’. Een dergelijke opvolging is zeker aangewezen op bedrijven die recent een vrije status hebben behaald.

Ook bedrijven met minstens 30% melkproducerende runderen kunnen gebruik maken van tankmelkanalyses, mits ze aangevuld worden met een bloedonderzoek bij alle fokdieren ouder dan 12 maanden en een steekproef bij mannelijke mestrunderen ouder dan 12 maanden. DGZ informeert de melkveehouders die hiervoor in aanmerking komen persoonlijk.

Voor de IBR-opvolging op mijn vrij bedrijf maak ik gebruik van tankmelkonderzoek. Hoe verloopt de bevestigingsprocedure in geval van een niet-negatieve tankuitslag?

In geval van een ongunstig tankmelkonderzoek wordt zo snel mogelijk een bevestigingsprocedure gestart. Dit gebeurt automatisch, en als er gevolgen zijn voor het statuut of extra stappen noodzakelijk zijn, brengt DGZ de veehouder en de bedrijfsdierenarts op de hoogte.

Wanneer een IBR-tankmelkonderzoek een niet-negatief onderzoeksresultaat heeft, wordt onmiddellijk op hetzelfde monster een bijkomende analyse uitgevoerd: voor I3-bedrijven een gE-test, en voor I4- bedrijven een gB; dit is een snelle bevestigingstest. Echter, op veel I3-bedrijven is de gB-test ook positief vanwege de aanwezigheid van gevaccineerde runderen. In die gevallen neemt MCC na zeven dagen automatisch een nieuw monster. Dit monster wordt doorgestuurd naar het referentielaboratorium van Sciensano, dat een concentratiestap toepast voor IBR gE en een totale antistoffentest uitvoert.

Pas wanneer deze test ook ongunstig is, zal men aan de hand van bloedmonsters van de individuele dieren nagaan of er IBR-dragers aanwezig zijn op het bedrijf. De bevestigingprocedure en de analysekosten in geval van bloedname worden gedragen door het sanitair fonds. DGZ houdt de veehouder en de dierenarts  op de hoogte van het verloop van de bevestigingsprocedure.

Welke steekproefgrootte wordt er opgelegd bij een verhoogd risico op IBR?

Als er een verhoogd risico op IBR is, worden er ook een aantal steekproeven georganiseerd. Hiervoor worden dezelfde tabellen gebruikt als deze voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ (zie verder op onze website voor de aantallen te bemonsteren dieren).

Wat te doen bij een uitbraak van IBR?

Klinische IBR is aangifteplichtig. Een veehouder die bij één of meerdere runderen van zijn beslag ziekteverschijnselen van IBR vaststelt (koorts, ademhalingsproblemen, verwerping, …) moet zo snel mogelijk een klinisch onderzoek laten uitvoeren door zijn bedrijfsdierenarts. Deze neemt de nodige monsters en maakt ze voor virologisch onderzoek over aan een erkend laboratorium voor dierziektebestrijding.  De analysekosten worden gedragen door het Sanitair Fonds. Van zodra de onderzoeksresultaten de verdenking bevestigen, moet het FAVV geïnformeerd worden.

Wat is het verschil tussen een IBR gE-test en een IBR gB-test, en wanneer worden ze toegepast?

Een IBR gE ELISA spoort de aanwezigheid van antistoffen ten gevolge van infectie (contact met wildvirus) op. Dieren zonder antistoffen of met uitsluitend antistoffen ten gevolge van vaccinatie (contact met vaccinvirus) hebben een ‘negatief’ resultaat (dus gunstig) voor dit onderzoek.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd bij aankopen op een IBR-besmet of een IBR gE negatief beslag.

 

Een IBR gB ELISA spoort de aanwezigheid van antistoffen ten gevolge van infectie en/of vaccinatie (geen onderscheid mogelijk). Dieren zonder antistoffen (noch tegen wildvirus noch tegen vaccinvirus) hebben een ‘negatief’ resultaat (gunstig) voor dit onderzoek.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd bij aankopen op een IBR-VRIJ beslag.

Blijft een correct gevaccineerd rund levenslang gB+?

Ja.

Wat te doen als je een aangekocht dier wil doorverkopen alvorens het tweede aankooponderzoek uitgevoerd kan worden?

Ook als je een dier doorverkoopt naar een volgend bedrijf, is het belangrijk om een tweede aankooponderzoek uit te voeren. Maar hoe los je dit op als je een aangekocht dier wil doorverkopen als het dier nog geen 28 dagen op je bedrijf is en je dus nog geen tweede aankooponderzoek kon uitvoeren? Het antwoord op die vraag hangt af van het aantal dagen dat het dier op je bedrijf is.

  • Is het dier al meer dan 15 dagen op het bedrijf?
    Voer dan alsnog het tweede aankooponderzoek uit en wacht om het door te verkopen tot het resultaat gekend is. Enkel op die manier krijg je de garantie dat het dier tijdens het transport naar jouw bedrijf niet besmet is geraakt en zo bij jou het virus heeft binnengebracht.
  • Wil je het dier of de groep aangekochte dieren vroeger dan 15 dagen na aankomst op je bedrijf doorverkopen?
    Dan kan het tweede aankooponderzoek plaatsvinden op het nieuwe bedrijf van aankoop. Dit kan uiteraard alleen als het dier niet bestemd is voor de slacht of export.

DGZ zal hier verder ondersteuning en advies over verlenen.

Welke voorzorgen neem ik bij weidegang?

Beperk bij weidebeloop het risico op insleep of verspreiding van het IBR-virus. Neem onderstaande voorzorgen om contact tussen eigen runderen en deze van aangrenzende weiden te vermijden:

  • Zorg ervoor dat de dieren niet kunnen ontsnappen uit de weide en ga regelmatig na of de afsluiting nog stevig en volledig intact is.
  • Plaats bij gemeenschappelijke delen van de omheining een extra afsluiting zodat geen fysiek contact meer mogelijk is met de runderen van de aangrenzende weide.
  • Vermijd het gemeenschappelijk gebruik van koepaden.
  • Maak dat de dieren niet kunnen drinken uit sloten of plassen die ook door andere weiden gaan.

Bedrijven met een verhoogd risico of contactbedrijven kunnen extra aanbevelingen krijgen van de verenigingen.

Op 21 april 2021 trad de nieuwe Europese diergezondsheidswet in voege. Wat moet ik hierover weten?

De Europese wetgeving bepaalt dat elk land met een bestrijdingsprogramma ten laatste op 21 april 2027 officieel vrij moet zijn van IBR. Om dit doel te bereiken, heeft de technische werkgroep IBR voor België een langetermijnplanning uitgestippeld met een aantal mijlpalen. Verder komt er ook een nieuwe naamgeving voor de statuten. 

Meer hierover ...

Over de ziekte IBR

IBR is een virale ziekte van de bovenste ademhalingswegen. Besmetting gebeurt vooral door ‘neus-aan-neus’ contacten. Aankopen van subklinisch besmette dieren vormt het voornaamste risico. Eenmaal besmet is een rund levenslang drager. IBR veroorzaakt schade door economisch verlies en handelsbeperkingen.