Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

Het IBR-programma, dat loopt sinds 2007 en verplicht is sinds 2012, is er gekomen op vraag van de landbouwsector. Het wordt gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid en financieel ondersteund door het sanitair fonds Runderen. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) controleert de naleving van de maatregelen. De verenigingen DGZ en ARSIA zorgen voor de praktische uitrol op het bedrijf.

Sinds 2014 is het Belgische IBR-programma erkend door Europa. Hierdoor kan België verhinderen dat IBR-besmette runderen uit niet-vrije lidstaten worden binnengebracht. Een nieuwe belangrijke stap volgt in april 2021 wanneer de nieuwe Europese dierengezondsheidswet ‘Animal Health Law’ (AHL) in voege treedt.

Mijn beslag heeft een I2-statuut

Wat moet ik weten over I2 en de geldende maatregelen?

Op bedrijven met een I2-statuut is er een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie. Alle runderen van het beslag worden overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd (info over het vaccinatieprotocol, de vaccinatiemelding en overige administratie). Enkel op bedrijven met minder dan 10% IBR-dragers kan de veehouder nog zelf vaccineren.

Er moet ook jaarlijks een volledige screening uitgevoerd worden. Runderen die IBR-drager zijn, moeten niet opnieuw bemonsterd worden. 

Verkoop: I2-beslagen kunnen enkel verkopen naar andere I2- en gespecialiseerde I2-afmestbedrijven.

Aankoop: Verplicht serologisch onderzoek bij aankoop. Het eerste onderzoek vind plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.

Dieren van een I2-beslag kunnen niet deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Wat betekenen de statuten I2D en I2 afmest?

I2D kan eenmalig toegekend worden en is beperkt in de tijd (1 jaar). Het vormt een mogelijk overgangsstatuut naar I3 of I4. Een beperkt aantal IBR-dragers (max. 10%) wordt overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd en op termijn afgevoerd.

Verkoop: Runderen kunnen enkel nog verhandeld worden naar I2, I2D en gespecialiseerde I2-afmestbedrijven.

Aankoop: Er geldt een verplicht serologisch onderzoek bij aankoop. Het eerste onderzoek vind plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.


I2 afmest kan toegekend worden aan een bedrijf waar geen enkel rund* wordt geboren en waar enkel en alleen runderen worden aangevoerd met het oog op hun vetmesting. Deze dieren verlaten het beslag alleen als slachtrund. Afvoer naar een ander bedrijf met het I2-afmeststatuut is toegelaten

Er is een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie bij aankomst.

I2-bedrijven (ook vleeskalverhouderijen) die aan deze definitie voldoen en die alle runderen geïntroduceerd in het beslag sinds 35 dagen primovaccineren**, kunnen het I2-afmeststatuut aanvragen. 

Runderen van een I2-afmestbeslag mogen niet op de weide geplaatst worden.

> Formulier aanvraag statuut

* De verhouding tussen het aantal geboortes en het aantal vrouwelijke dieren is kleiner dan 0,05.

** Een primo-gevaccineerd rund is een rund dat, volgens de aanbevelingen van de fabrikant, ofwel een enkele dosis ofwel een dubbele dosis vaccin tegen IBR heeft toegediend gekregen met een interval van minimum 21 en maximum 35 dagen. De leeftijd van het rund op het moment van de eerste injectie moet voldoen om, volgens de aanbevelingen van de fabrikant, geen herhalingsvaccinatie te moeten toedienen binnen de 6 maanden die volgen op de laatste injectie.

Hoe kan ik een I2-statuut verwerven en behouden?

Je kunt voor je beslag een I2-statuut verwerven en behouden wanneer je aan de hand van het vaccinatieregister en de vaccinatiemeldingen in Veeportaal, kunt aantonen dat alle dieren overeenkomstig het vaccinatieprotocol gehyperimmuniseerd zijn. Alle vaccinaties (ook vaccinaties bij aankoop) moeten binnen een periode van een maand in Veeportaal geregistreerd zijn.

I2-bedrijven dienen jaarlijks ook een volledige serologische screening uit te voeren. Deze screening gaat op zoek naar IBR gE-antistoffen, die worden opgebouwd na een infectie (aantoonbaar vanaf 2 à 3 weken na contact met het wildvirus). Vaccinatie-antistoffen zijn met deze test niet aantoonbaar.

Als de resultaten van deze screening gunstig zijn, adviseren we om de nodige stappen te zetten om door te groeien naar een I3-statuut (zie verder: 'Hoe kan ik een vrij statuut verwerven'). 

Is het resultaat ongunstig, dan kan je in overleg met je bedrijfsdierenarts het vaccinatiebeleid aanpassen.

> Van I2 naar I2D: 

Een I2-beslag kan met één serologische balans met maximum 10% niet gE-negatieve resultaten eenmalig het I2-statuut met derogatie (I2D) verwerven. Dat statuut is 12 maanden geldig vanaf datum bloedname.

> Wat met IBR-dragers? 

Wat gebeurt er als de screening of vaccinatie niet tijdig is uitgevoerd?

I2-bedrijven die niet binnen de opgelegde termijnen een serologische screening hebben uitgevoerd worden opgeschort, wat betekent dat het beslag geen runderen meer in de handel mag brengen, tenzij rechtstreekse afvoer naar het slachthuis. Dit geldt eveneens voor bedrijven die niet tijdig vaccineren.

Indien er voor een I2-beslag in de laatste 7 maanden geen enkele vaccinatiemelding in Veeportaal werd geregistreerd, stuurt DGZ per e-mail een waarschuwing naar de bedrijfsdierenarts en de veehouder.

Indien voor een I2-beslag in de laatste 8 maanden geen of te weinig vaccinaties gemeld werden in Veeportaal, wordt het I2-statuut opgeschort. Dierenarts en veehouder worden verzocht de niet-gemelde vaccinaties zo snel mogelijk te (laten) registreren. Van zodra het beslag weer in regel is wordt de opschorting automatisch weer opgeheven. Indien het beslag zich niet tijdig in regel stelt, krijgt het een I1-statuut. 

DGZ houdt continu toezicht op de vaccinatiemeldingen in Veeportaal en kan indien nodig een kopie van het vaccinatieregister opvragen aan de veehouder. Bij iedere wijziging van het statuut wordt de veehouder schriftelijk (per e-mail indien het e-mailadres gekend is) op de hoogte gebracht.

Welke regels gelden er bij aankoop van dieren?

I2-bedrijven kunnen runderen aankopen bij bedrijven met een gelijkwaardig of hoger statuut. Bij aankoop zijn primovaccinatie en serologisch onderzoek verplicht.

Verplichte primovaccinatie bij aankoop

Op een beslag met het I2-statuut of I2-afmeststatuut dient een aangekocht rund steeds primo-gevaccineerd te worden (één of twee toedieningen afhankelijk van het gebruikte vaccin) ongeacht het statuut van het beslag van herkomst.

Een kalf aangekocht op de leeftijd van minder dan 3 maanden dient primo-gevaccineerd te worden zoals een kalf geboren op het beslag. Een rund aangekocht op de leeftijd van 3 maanden of ouder, dient onmiddellijk bij aankomst primo-gevaccineerd  te worden.

Verplicht serologisch onderzoek bij aankoop

Om te verhinderen dat aangekochte runderen IBR op het bedrijf binnenbrengen, is het cruciaal om bij elk rund (ongeacht de leeftijd) bloedonderzoeken te laten uitvoeren tijdens de quarantaineperiode.

Bij elke aankoop zijn er twee bloedafnames verplicht (behalve bij I2-afmest): het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst. Aan de hand van deze bloedonderzoeken kunnen de runderen serologisch onderzocht worden op aanwezigheid van antistoffen tegen IBR. Beide onderzoeken zijn nodig omdat de dieren tijdens de passage besmet kunnen raken en omdat het drie tot vier weken kan duren vooraleer de dieren aantoonbare antistoffen hebben opgebouwd. 

Belangrijke opmerkingen:

  • Houd er rekening mee dat runderen van bedrijven met een I2 of I2D-statuut tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen die afkomstig zijn van vrije bedrijven (I3/I4) of er naartoe gaan.
  • Hou het rund in quarantaine in afwachting van de onderzoeksresultaten. Voeg het aangekochte dier pas toe aan de andere runderen van het beslag als alle onderzoeksresultaten bekend en gunstig zijn.
  • Voor IBR is de koopvernietiging geldig.

  • Meer info over de handelsregels

Hoe kan ik een vrij statuut (I3 of I4) behalen?

Het statuut I3 of I4 kan je verwerven aan de hand van twee negatieve serologische balansen, uitgevoerd op alle runderen van het bedrijf ouder dan 12 maanden en alle aangekochte kalveren jonger dan 12 maanden. Daarnaast moeten ook de dieren geboren op het bedrijf en jonger dan 12 maanden, indien die meer dan 50% van het bedrijf uitmaken, bemonsterd worden.

Een serologische balans is de serologische status van een beslag op één bepaald moment. Daarom gebeuren alle bemonsteringen voor één serologische balans best gelijktijdig (of zo kort mogelijk na elkaar). In ieder geval moeten ze binnen een tijdsinterval van een maand uitgevoerd zijn.

De bemonstering voor de tweede serologische balans moet plaatsvinden minstens 4 en maximaal 8 maanden na de bemonstering voor de eerste serologische balans.

De aard van het onderzoek is afhankelijk van het gewenste statuut. Voor het verwerven van I2D of I3 moet de ELISA gE-test uitgevoerd worden; voor het verwerven van I4, de ELISA gB-test.

Veehouder en bedrijfsdierenarts kunnen via Veeportaal een actuele bemonsteringslijst voor een serologische balans opvragen en afdrukken (zie handleidingen Veeportaal).

Belangrijk:

  • Zijn de resultaten van de screening voor het verwerven of behoud van het I2-statuut op je beslag gunstig? Dan komt het I3-statuut binnen handbereik. Laat alle dieren dan opnieuw onderzoeken 4 tot 8 maanden na deze screening (houd hierbij rekening met het weideseizoen). Test ook in deze tweede screening geen enkel dier positief, dan kan je het I3-statuut aanvragen. 
  • Zijn er op het bedrijf IBR-dragers? Verwijder deze dragers en plan screenings in.   
     
  • Formulier om een hoger statuut aan te vragen

Mijn beslag heeft een statuut I3 of I4

Wat betekenen I3 en I4 en welke maatregelen gelden er voor mijn statuut?

I3:

Een bedrijf met een I3-statuut is vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus. Vaccinatie is toegelaten en in zekere gevallen sterk aanbevolen, maar niet verplicht.

Wel verplicht is het om jaarlijks een opvolgingstest uit te voeren of - op ‘overwegend melkleverende bedrijven’ - regelmatig tankmelkonderzoek  (zie: hoe behoud ik mijn statuut).

Verkoop: geen beperkingen.

Aankoop: I3-beslagen kunnen enkel dieren aankopen van I3- en I4-beslagen die niet in contact zijn gekomen met runderen van een lager statuut (I2, I2D). De aangekochte dieren ondergaan twee serologische onderzoeken. Het eerste onderzoek vind plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.


I4:

Een bedrijf met een I4-statuut is officieel vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus én het vaccinvirus. Vaccinatie is verboden.

Jaarlijks moet er een opvolgingstest uitgevoerd worden. Op ‘overwegend melkleverende bedrijven’ kan dit vervangen worden door regelmatig tankmelkonderzoek (zie: hoe behoud ik mijn statuut).

Verkoop: geen beperkingen.

Aankoop: I4-beslagen kunnen enkel dieren aankopen van I3- en I4-beslagen (die niet in contact zijn gekomen met runderen van een lager statuut (I2, I2D)). De aangekochte dieren ondergaan twee serologische onderzoeken (IBR gB-antistoffen). Het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen na aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.

Welke maatregelen zijn van toepassing bij aankoop?

Om te verhinderen dat aangekochte runderen IBR op het bedrijf binnenbrengen, is het cruciaal om bij elk rund (ongeacht de leeftijd) bloedonderzoeken te laten uitvoeren tijdens de quarantaineperiode.

Bij elke aankoop zijn er twee bloednames verplicht: het eerste onderzoek vindt plaatst binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum. Het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst. Aan de hand van deze bloedonderzoeken kunnen de runderen serologisch onderzocht worden op aanwezigheid van antistoffen tegen IBR. Beide onderzoeken zijn nodig omdat de dieren tijdens de passage besmet kunnen raken en omdat het drie tot vier weken kan duren vooraleer de dieren aantoonbare antistoffen hebben opgebouwd. 

Belangrijk:

  • Voor IBR is de koopvernietiging geldig.
  • Houd er rekening mee dat runderen die afkomstig zijn van vrije bedrijven (I3/I4) of ernaar toe gaan tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen van een lager statuut (I2 of I2D).

  • Meer info over de handelsregels

Hoe behoud ik mijn statuut ?

Om het I3- of I4-statuut te behouden laat je jaarlijks IBR-opvolgingstesten uitvoeren. De eerste opvolgingstest moet in de regel gebeuren 12 maanden na de bemonsteringen van de laatste screening voor het behalen van het statuut. Als het resultaat gunstig is, behoud je het statuut.

Bij een IBR-opvolgingstest gaat het om een beperkte serologische screening. DGZ bepaalt op basis van de aanwezige dieren hoeveel en welke dieren bemonsterd moeten worden. De bedrijfsdierenarts en de veehouder ontvangen van DGZ een e-mail met het opdrachtformulier voor de bloedafnamen.
Indien minder dan 50% van de veestapel ouder is dan 12 maanden, dienen alle runderen bemonsterd te worden.

Belangrijk:

  • Uitstellen van de IBR-opvolgingstest is niet mogelijk.
  • Opvolgingstesten kunnen niet op eigen initiatief uitgevoerd worden. Dergelijke onderzoeksresultaten zijn niet geldig voor het behoud van het statuut.
  • Veehouders die de IBR-opvolgingstest wensen te vervroegen (bijvoorbeeld om de bloedafnamen beter af te stemmen op de weideperiode of te combineren met andere bemonsteringen zoals wintercampagne, paratuberculosescreening …)  kunnen hiervoor contact nemen met de helpdesk van DGZ (tel. 078 05 05 23 of helpdesk@dgz.be).

Tankmelkonderzoek op melkveebedrijven

Op ‘overwegend melkleverende bedrijven’ kunnen de bloedonderzoeken vervangen worden door onderzoeken via tankmelk. Dit kan als minstens 95% van het aantal vrouwelijke runderen, ouder dan 24 maand, op het bedrijf van het rastype melk is en maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf mannelijk is.

Eenmaal ingeschreven voor tankmelk verloopt de bemonstering automatisch via MCC. In geval van niet-negatieve onderzoekingsresultaten worden automatisch bijkomende monsters genomen.

Hoe kan ik overgaan van I3 op I4?

Een I3-beslag kan het I4-statuut verwerven aan de hand van één negatieve serologische balans op voorwaarde dat het I3-statuut minstens 4 maanden tevoren verworven is.

Hoe deelnemen aan verzamelingen en tentoonstellingen?

Uitsluitend runderen afkomstig van een I3- of I4-beslag kunnen deelnemen aan verzamelingen en tentoonstellingen, en dit onder voorwaarden. De volledige statuutcode moet I3-1 of I4-1 zijn, wat betekent dat het I3- of I4-statuut niet opgeschort is.

Met het ‘risicorapport dier’ kan je in Veeportaal het IBR-statuut van de deelnemende dieren aantonen (zie handleiding).

Verder is het verplicht om voor de deelnemende dieren in de 60 dagen voorafgaand aan de prijskamp een bloedmonster te laten onderzoeken op IBR-antistoffen. Enkel dieren met een negatief ELISA-onderzoek voor IBR-antistoffen (voor I4-runderen gaat het om een IBR gB-ELISA, voor I3-runderen een IBR gE-ELISA of gB-ELISA) worden toegelaten. Bezorg de bloedmonsters ten laatste 7 werkdagen voor het vertrek naar de prijskamp aan het laboratorium. Zo ben je er zeker van dat je tijdig over het beproevingsverslag beschikt. Dit verslag neem je mee naar de prijskamp als bewijs van het uitgevoerde IBR-onderzoek.

Belangrijk:

Elke deelname aan verzameling betekent een risico voor insleep. Plaats daarom de runderen die deelgenomen hebben bij hun terugkeer in quarantaine en laat bloedonderzoeken uitvoeren. Bespreek ook met je bedrijfsdierenarts welke andere bioveiligheidsmaatregelen je kan nemen.

Handleidingen Veeportaal

Via onderstaande link ga je naar de pagina met handleidingen Veeportaal. Je vindt er een handleiding voor het opvragen van IBR-dierstatuten, van het IBR-vaccinatieregister en van een bemonsteringslijst voor  IBR-screening. Je komt ook te weten hoe je vaccinatiemeldingen kunt opzoeken.

Meer vragen

Op 21 april 2021 treedt de nieuwe Europese diergezondsheidswet in voege. Wat moet ik hierover weten?

De Europese wetgeving bepaalt dat elk land met een bestrijdingsprogramma ten laatste op 21 april 2027 officieel vrij moet zijn van IBR. Om dit doel te bereiken, heeft de technische werkgroep IBR voor België een langetermijnplanning uitgestippeld met een aantal mijlpalen. Verder komt er ook een nieuwe naamgeving voor de statuten. 

Meer hierover ...

Ik ben gestart met een nieuw beslag. Hoe kan ik een IBR-statuut verwerven?

Voor beslagen die opstarten, is het belangrijk om zo snel mogelijk werk te maken van het bekomen van een geldig IBR-statuut. Volgens de huidige wetgeving moet elk beslag namelijk minstens een I2-statuut hebben.

Voor geheractiveerde beslagen of beslagen waar gedurende minstens 30 dagen geen runderen aanwezig waren, gelden dezelfde regels als voor nieuw opgestarte beslagen. Op al deze beslagen zijn de IBR-regels in verband met aankopen van toepassing. 

Eerst en vooral moet er een geldig contract zijn met een bedrijfsdierenarts. Enkel de bedrijfsdierenarts kan monsternames uitvoeren of vaccinaties melden in Veeportaal

Verwerven van een I2-statuut

Voor het verwerven van een I2-statuut op een pas opgestart bedrijf volstaat het om de aangekochte runderen te primovaccineren (één of twee toedieningen afhankelijk van het gebruikte vaccin en onafhankelijk van het beslag van herkomst), te starten met een vaccinatieregister op het bedrijf waarin deze vaccinaties geregistreerd worden en deze vaccinatie te melden in Veeportaal.

Een kalf dat wordt aangekocht op de leeftijd van minder dan drie maanden dient gevaccineerd te worden zoals een kalf geboren op het beslag. Een rund aangekocht op de leeftijd van drie maanden of ouder moet onmiddellijk bij aankomst gevaccineerd worden. Hetzelfde geldt voor geheractiveerde beslagen of beslagen waar na 30 dagen leegstand opnieuw runderen worden aangekocht.

Verwerven van een I3- of een I4-statuut

Voor het verwerven van een I3- of een I4-statuut moet, afhankelijk van het IBR-statuut van het bedrijf van herkomst, eenmaal of tweemaal een serologisch bloedonderzoek uitgevoerd worden van alle dieren ongeacht de leeftijd.

Een IBR-statuut dient steeds aangevraagd te worden via het daartoe voorziene aanvraagformulier. Duid op dit formulier steeds aan dat het om 'een nieuw beslag' gaat.

Welke voorzorgen neem ik bij weidegang?

Beperk bij weidebeloop het risico op insleep of verspreiding van het IBR-virus. Neem onderstaande voorzorgen om contact tussen eigen runderen en deze van aangrenzende weiden te vermijden:

  • Zorg ervoor dat de dieren niet kunnen ontsnappen uit de weide en ga regelmatig na of de afsluiting nog stevig en volledig intact is.
  • Plaats bij gemeenschappelijke delen van de omheining een extra afsluiting zodat geen fysiek contact meer mogelijk is met de runderen van de aangrenzende weide.
  • Vermijd het gemeenschappelijk gebruik van koepaden.
  • Maak dat de dieren niet kunnen drinken uit sloten of plassen die ook door andere weiden gaan.

Bedrijven met een verhoogd risico of contactbedrijven kunnen extra aanbevelingen krijgen van de verenigingen.

Wat te doen bij een uitbraak van IBR?

Klinische IBR is aangifteplichtig. Een veehouder die bij één of meerdere runderen van zijn beslag ziekteverschijnselen van IBR vaststelt (koorts, ademhalingsproblemen, verwerping, …) moet zo snel mogelijk een klinisch onderzoek laten uitvoeren door zijn bedrijfsdierenarts. Deze neemt de nodige monsters en maakt ze voor virologisch onderzoek over aan een erkend laboratorium voor dierziektebestrijding.  De analysekosten worden gedragen door het Sanitair Fonds. Van zodra de onderzoeksresultaten de verdenking bevestigen, moet het FAVV geïnformeerd worden.

Voor de IBR-opvolging op mijn vrij bedrijf maak ik gebruik van tankmelkonderzoek. Hoe verloopt de bevestigingsprocedure in geval van een niet-negatieve tankuitslag?

In geval van een ongunstig tankmelkonderzoek wordt zo snel mogelijk een bevestigingsprocedure gestart. Dit gebeurt automatisch, en als er gevolgen zijn voor het statuut of extra stappen noodzakelijk zijn, brengt DGZ de veehouder en de bedrijfsdierenarts op de hoogte.

Wanneer een IBR-tankmelkonderzoek een niet-negatief onderzoeksresultaat heeft, wordt onmiddellijk op hetzelfde monster een bijkomende analyse uitgevoerd: voor I3-bedrijven een gE-test, en voor I4- bedrijven een gB; dit is een snelle bevestigingstest. Echter, op veel I3-bedrijven is de gB-test ook positief vanwege de aanwezigheid van gevaccineerde runderen. In die gevallen neemt MCC na zeven dagen automatisch een nieuw monster. Dit monster wordt doorgestuurd naar het referentielaboratorium van Sciensano, dat een concentratiestap toepast voor IBR gE en een totale antistoffentest uitvoert.

Pas wanneer deze test ook ongunstig is, zal men aan de hand van bloedmonsters van de individuele dieren nagaan of er IBR-dragers aanwezig zijn op het bedrijf. De bevestigingprocedure en de analysekosten in geval van bloedname worden gedragen door het sanitair fonds. DGZ houdt de veehouder en de dierenarts  op de hoogte van het verloop van de bevestigingsprocedure.

Over de ziekte IBR

IBR is een virale ziekte van de bovenste ademhalingswegen. Besmetting gebeurt vooral door ‘neus-aan-neus’ contacten. Aankopen van subklinisch besmette dieren vormt het voornaamste risico. Eenmaal besmet is een rund levenslang drager. IBR veroorzaakt schade door economisch verlies en handelsbeperkingen.