Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

Het IBR-programma, dat loopt sinds 2007 en verplicht is sinds 2012, is er gekomen op vraag van de landbouwsector. Het wordt gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid en financieel ondersteund door het sanitair fonds Runderen. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) controleert de naleving van de maatregelen. De verenigingen DGZ en ARSIA zorgen voor de praktische uitrol op het bedrijf.

Sinds 2014 is het Belgische IBR-programma erkend door Europa. Hierdoor kan België verhinderen dat IBR-besmette runderen uit niet-vrije lidstaten worden binnengebracht. Een nieuwe belangrijke stap volgde in april 2021 toen de nieuwe Europese dierengezondsheidswet ‘Animal Health Law’ (AHL) in voege trad. Naar aanleiding van die nieuwe wet zal uiteindelijk elk Belgisch rundveebeslag een nieuw statuut krijgen.

Hieronder vind je een overzicht van de nieuwe statuten en hun onderverdelingen:

- IBR-VRIJ
- IBR gE negatief
- IBR-besmet

IBR-VRIJ

Dit is het hoogste statuut. Een bedrijf met een IBR-vrij statuut is officieel vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus, en er dus geen dragers meer aanwezig zijn.

Vaccinatie van de runderen is niet toegestaan. Toch kunnen er op sommige van deze bedrijven nog gevaccineerde runderen aanwezig zijn: deze bedrijven zullen het statuut ‘IBR-VRIJ met mogelijks aanwezigheid van gevaccineerde runderen’ krijgen.

Daarom maken we bij de IBR-VRIJ statuten nog een onderscheid tussen:

- I4-6-bedrijven, waar geen gevaccineerde runderen aanwezig zijn, en

- I4-5-bedrijven, waar mogelijk nog gevaccineerde runderen aanwezig zijn.

Dieren van een IBR-VRIJ beslag kunnen deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Ik heb een statuut IBR-VRIJ (zonder gevaccineerde runderen) (I4-6)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-6?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt jaarlijks een opdracht voor een steekproef. Grotere bedrijven zullen nu iets meer runderen moeten bemonsteren zodat ze voldoende zekerheid hebben over hun vrij statuut.

Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben een overzicht van de aantallen verzameld.

 

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Hier kun je blijvend op rekenen.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ statuut I4-6 kan je runderen verkopen aan alle andere beslagen.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of IBR gE NEG. Let wel: de dieren mogen nog nooit gevaccineerd zijn (gB-negatief).

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Ik heb een statuut IBR-VRIJ (met mogelijk aanwezigheid van gevaccineerde runderen) (I4-5)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-5?

Opvolging via bloedbemonstering:

Beslagen die al langer voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen, net zoals vroeger, jaarlijks een opdracht voor een steekproef. Grotere bedrijven zullen nu iets meer runderen moeten bemonsteren zodat ze voldoende zekerheid hebben over hun vrij statuut.

Beslagen die recenter voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen ook jaarlijks een opvolgingstest voor alle runderen ouder dan 24 maanden. Nadien wordt dit een jaarlijkse steekproef (zie hierboven).

Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben een overzicht van de aantallen verzameld.

 

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Hier kun je blijvend op rekenen.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ statuut I4-5 kan je runderen verkopen aan alle andere beslagen.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of statuut IBR gE negatief.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-VRIJ statuut wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen er gerust nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd.

Wil je toch nog blijven vaccineren?

Op bedrijven met een risico op IBR-insleep kan IBR-vaccinatie een bijkomende tool zijn naast bioveiligheid. Je bedrijfsdierenarts kan je helpen bij de keuze om wel of niet te vaccineren. Tot april 2024 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR.

Kies jij ervoor om te vaccineren? Bezorg ons dan het formulier ‘IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie’ ingevuld terug. In dit geval ontvang je het statuut "IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie)". Voor de wijze van opvolging en herwinnen van het IBR-VRIJ statuut verwijzen we naar het formulier.

IBR gE NEGATIEF

Ook op dit type bedrijven wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijven die al dan niet vaccineren:

- I3-6 bedrijven: hebben een IBR gE negatief statuut in transitie, geen vaccinatie. Dit is een transitie-statuut, wat betekent dat deze bedrijven op termijn moeten doorgroeien naar het IBR-VRIJ statuut. 

- I3-5 bedrijven: hebben een IBR gE negatief statuut met behoud van vaccinatie. Dit type bedrijf is vrij van IBR maar alle runderen van het beslag zijn seronegatief voor het wildvirus en er wordt dus nog steeds gevaccineerd. Een bedrijf krijgt dit statuut enkel na verklaring van vaccinatie, dus op vraag van de veehouder.

Ik heb een statuut IBR gE negatief (in transitie, geen vaccinatie) (I3-6)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief I3-6

Opvolging via bloedbemonstering:

Als je beroep doet op bloedbemonstering, ontvang je een opdracht voor een screening, waarbij je een volledige screening uitvoert van alle dieren ouder dan 12 maanden. DGZ bezorgt je hier een bemonsteringslijst voor.

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Overwegend melkleverende bedrijven kunnen in plaats van bloedbemonstering opteren voor periodieke tankmelkonderzoeken. Je moet dan wel minimum nog 1 volledige screening van alle runderen ouder dan 12 maanden uitvoeren.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Als bedrijf met een IBR gE negatief statuut I3-6 kan je runderen verkopen: zie handelsregels.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of IBR gE negatief.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-gE negatief (in transitie) bedrijf wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen gerust nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd. Doorgroeien naar het statuut “IBR-VRIJ” kan ten vroegste 2 jaar nadat je gestopt bent met vaccineren.

Op bedrijven met een risico op IBR-insleep kan IBR-vaccinatie een bijkomende tool zijn naast bioveiligheid. Je bedrijfsdierenarts kan je helpen bij de keuze om wel of niet te vaccineren. Tot april 2024 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR.

Kies jij ervoor om te vaccineren? Bezorg ons dan het formulier ‘Aanvraag IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie’ ingevuld terug. In dit geval ontvang je het statuut “IBR gE negatief" (met behoud van vaccinatie). Voor de wijze van opvolging en herwinnen van het IBR-VRIJ statuut verwijzen we naar het formulier.

Ik heb een statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief I3-5?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt een opdracht voor een jaarlijkse steekproef, waarbij je een volledige screening uitvoert van alle dieren ouder dan 12 maanden. DGZ bezorgt je hier een bemonsteringslijst voor.

Opvolging via periodiek tankmelkonderzoek:

Hier kun je blijvend op rekenen.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Het beslag is IBR-VRIJ met mogelijke aanwezigheid van gevaccineerde runderen (I4-5) of IBR-VRIJ zonder gevaccineerde runderen (I4-6).
  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen op het bedrijf zijn ouder dan 24 maanden en zijn van het rastype melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Welke handelsregels gelden er?

Bedrijven met het statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5) kunnen runderen verkopen: zie handelsregels.

Je kan enkel dieren aankopen van andere IBR gE negatieve beslagen of IBR-VRIJ beslagen.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Voor bedrijven met het statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5) is voorzien dat vaccinatie toegelaten is tot april 2024.

Als je vroeger wilt stoppen met vaccineren laat je dit schriftelijk weten aan DGZ en kan je doorgroeien naar het statuut “IBR gE negatief" (in transitie) (I3-6). Daarna kan je na 2 jaar en twee screenings van alle runderen ouder dan 12 maanden doorgroeien naar “IBR-VRIJ” (I4-5).

IBR-BESMET

Alle overige bedrijven, waar IBR wel nog aanwezig is, krijgen dit statuut.

Ik heb een statuut IBR-besmet (I2)

Wat moet ik weten over het statuut IBR-besmet en welke maatregelen gelden voor mij?

Op bedrijven met een statuut IBR-besmet is er een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie. Alle runderen van het beslag worden overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd. Verder op onze website vind je meer info over het vaccinatieprotocol, de vaccinatiemelding en overige administratie voor dit type bedrijf.

Er moet ook jaarlijks vóór 1 juli een volledige screening uitgevoerd worden. Runderen die IBR-drager zijn, moeten niet opnieuw bemonsterd worden. 

IBR-dragers moeten in de nabije toekomst verplicht afgevoerd worden: DGZ brengt de betrokken bedrijven individueel op de hoogte.

Dieren van een besmet beslag kunnen niet deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Welke handelsregels gelden er?

Bedrijven met het statuut IBR-besmet kunnen enkel verkopen aan andere besmette beslagen en gespecialiseerde afmestbedrijven.

Houd er rekening mee dat runderen van bedrijven met een statuut IBR-besmet tijdens de handel niet in contact mogen komen met runderen die afkomstig zijn van vrije bedrijven (IBR-VRIJ of IBR-gE negatief) of er naartoe gaan.

Je kunt runderen aankopen bij bedrijven met een gelijkwaardig of hoger statuut. Bij aankoop zijn primovaccinatie en serologisch onderzoek verplicht.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een beslag met een statuut  IBR-besmet of I2-afmeststatuut moet elk aangekocht rund altijd primo-gevaccineerd worden (één of twee toedieningen, afhankelijk van het gebruikte vaccin) ongeacht het statuut van het beslag van herkomst.

Een kalf aangekocht op de leeftijd van minder dan 3 maanden moet primo-gevaccineerd worden zoals een kalf geboren op het beslag.

Een rund aangekocht op de leeftijd van 3 maanden of ouder, dient onmiddellijk bij aankomst primo-gevaccineerd  te worden.

Serologisch onderzoek:

Bij elke aankoop zijn er twee bloednames verplicht:
- het eerste onderzoek gebeurt binnen de 5 dagen vanaf de aankomstdatum,
- het tweede onderzoek tussen 28 tot 50 dagen na aankomst.

Aan de hand van deze bloedonderzoeken kunnen de runderen serologisch onderzocht worden op aanwezigheid van antistoffen tegen IBR. Beide onderzoeken zijn nodig omdat de dieren tijdens de passage besmet kunnen raken en omdat het drie tot vier weken kan duren vooraleer de dieren aantoonbare antistoffen hebben opgebouwd. 

Weidegang voor bedrijven met een IBR-besmet statuut

Een nieuwe Belgische wetgeving over IBR (verwacht april-mei 2022) bepaalt een aantal extra voorwaarden voor weidebeloop op dit type bedrijven, naast de jaarlijks verplichte screening. Zo moet het jongvee tussen 6 en 12 maanden oud bemonsterd worden voor IBR gE en IBR gB. Pas als deze dieren vaccin-antistoffen hebben (gB-antistoffen) en er maximum 10% van het jongvee IBR-drager is (d.w.z. met gE-antistoffen), is het toegestaan om alle runderen, ongeacht de leeftijd, op de weide te plaatsen.

    

Hoe zorg je ervoor dat je dieren op de weide kunnen?
  • Vul het formulier ‘Verklaring weidebeloop op bedrijven met IBR-statuut besmet in en stuur dit naar DGZ vóór 31 maart 2022.
  • Heb je jongvee op jouw bedrijf (tussen 6 en 12 maand oud)? Laat je bedrijfsdierenarts deze dieren zo snel mogelijk bemonsteren en onderzoeken op antistoffen voor IBR gE (wildvirus) én IBR gB (vaccin).
  • Denk er ook aan om alle overige dieren boven de 12 maand jaarlijks vóór 1 juli te bemonsteren op IBR gE (wildvirus) om je statuut te kunnen behouden.
  • Op de weide moet het fysiek contact met runderen van andere beslagen vermeden worden: kijk de afsluiting na en voer indien nodig reparaties uit.

DGZ bezorgt jou een bemonsteringslijst zodat je weet welke dieren moeten onderzocht worden. Op basis van de resultaten laat DGZ je weten of je bedrijf al dan niet voldoet aan de nieuwe wettelijke bepalingen voor IBR, en of je dieren dus in aanmerking komen voor weidebeloop.

Ik heb een I2-afmestbeslag

Wat moet ik weten over het statuut I2-afmest?

I2 afmest kan toegekend worden aan een bedrijf waar geen enkel rund* wordt geboren en waar enkel en alleen runderen worden aangevoerd met het oog op hun vetmesting. Deze dieren verlaten het beslag alleen als slachtrund. Afvoer naar een ander bedrijf met het I2-afmeststatuut is toegelaten

Er is een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie bij aankomst.

I2-bedrijven die aan deze definitie voldoen en die alle runderen geïntroduceerd in het beslag sinds 35 dagen primovaccineren**, kunnen het I2-afmeststatuut aanvragen. 

Runderen van een I2-afmestbeslag mogen niet op de weide geplaatst worden.
      

Formulier aanvraag I2-afmeststatuut

 


* De verhouding tussen het aantal geboortes en het aantal vrouwelijke dieren is kleiner dan 0,05.

** Een primo-gevaccineerd rund is een rund dat, volgens de aanbevelingen van de fabrikant, ofwel een enkele dosis ofwel een dubbele dosis vaccin tegen IBR heeft toegediend gekregen met een interval van minimum 21 en maximum 35 dagen. De leeftijd van het rund op het moment van de eerste injectie moet voldoen om, volgens de aanbevelingen van de fabrikant, geen herhalingsvaccinatie te moeten toedienen binnen de 6 maanden die volgen op de laatste injectie.

Handleidingen Veeportaal

Via onderstaande link ga je naar de pagina met handleidingen Veeportaal. Je vindt er een handleiding voor het opvragen van IBR-dierstatuten, van het IBR-vaccinatieregister en van een bemonsteringslijst voor  IBR-screening. Je komt ook te weten hoe je vaccinatiemeldingen kunt opzoeken.

Meer vragen

Ik ben gestart met een nieuw beslag. Hoe kan ik een IBR-statuut verwerven?

Voor beslagen die opstarten, is het belangrijk om zo snel mogelijk werk te maken van het bekomen van een geldig IBR-statuut. Volgens de huidige wetgeving moet elk beslag namelijk minstens een I2-statuut hebben.

Voor geheractiveerde beslagen of beslagen waar gedurende minstens 30 dagen geen runderen aanwezig waren, gelden dezelfde regels als voor nieuw opgestarte beslagen. Op al deze beslagen zijn de IBR-regels in verband met aankopen van toepassing. 

Eerst en vooral moet er een geldig contract zijn met een bedrijfsdierenarts. Enkel de bedrijfsdierenarts kan monsternames uitvoeren of vaccinaties melden in Veeportaal

Verwerven van een I2-statuut

Voor het verwerven van een I2-statuut op een pas opgestart bedrijf volstaat het om de aangekochte runderen te primovaccineren (één of twee toedieningen afhankelijk van het gebruikte vaccin en onafhankelijk van het beslag van herkomst), te starten met een vaccinatieregister op het bedrijf waarin deze vaccinaties geregistreerd worden en deze vaccinatie te melden in Veeportaal.

Een kalf dat wordt aangekocht op de leeftijd van minder dan drie maanden dient gevaccineerd te worden zoals een kalf geboren op het beslag. Een rund aangekocht op de leeftijd van drie maanden of ouder moet onmiddellijk bij aankomst gevaccineerd worden. Hetzelfde geldt voor geheractiveerde beslagen of beslagen waar na 30 dagen leegstand opnieuw runderen worden aangekocht.

Verwerven van een I3- of een I4-statuut

Voor het verwerven van een I3- of een I4-statuut moet, afhankelijk van het IBR-statuut van het bedrijf van herkomst, eenmaal of tweemaal een serologisch bloedonderzoek uitgevoerd worden van alle dieren ongeacht de leeftijd.

Een IBR-statuut dient steeds aangevraagd te worden via het daartoe voorziene aanvraagformulier. Duid op dit formulier steeds aan dat het om 'een nieuw beslag' gaat.

Hoe verwerf ik een IBR gE negatief of een IBR-VRIJ statuut?

Om een IBR gE-negatief of een IBR-vrij statuut te verwerven moet, afhankelijk van het IBR-statuut van het bedrijf van herkomst, een- of tweemaal een serologisch bloedonderzoek uitgevoerd worden van alle dieren ongeacht de leeftijd.

Wil je voor een nieuw beslag een IBR-statuut aanvragen of overgaan op een hoger statuut? Gebruik dan dit formulier.

Waarom is de bemonsteringsgrootte voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ veranderd?

Het aantal te bemonsteren dieren werd verhoogd in het kader van de toepassing van de nieuwe Europese diergezondheidswet (Animal Health Law of AHL) om de steekproef gevoeliger te maken. Dit is zeer belangrijk om een eventueel sluimerende aanwezigheid van IBR te kunnen detecteren.  

  • Situatie VOOR de toepassing van de AHL:
    de steekproef kon met 95% zekerheid minimaal 15% IBR-dragers aantonen.
  • Situatie NA toepassing van de AHL: 
    de grotere steekproef is in staat om met 95% zekerheid minimaal 10% IBR-dragers aan te tonen.

Waarom wordt de steekproefgrootte voor het behoud van het statuut in grote bedrijven per schijf van 500 dieren bepaald?

Op grotere bedrijven zijn er dikwijls compartimenten. Het is noodzakelijk om per eenheid voldoende dieren te bemonsteren, anders bestaat de mogelijkheid dat IBR niet gedetecteerd wordt. Vandaar de schijven van 500.

Kan ik IBR-tankmelkanalyses blijven gebruiken om IBR op mijn bedrijf op te volgen?

Het antwoord is volmondig ‘Ja’. Een dergelijke opvolging is zeker aangewezen op bedrijven die recent een vrije status hebben behaald.

Ook bedrijven met minstens 30% melkproducerende runderen kunnen gebruik maken van tankmelkanalyses, mits ze aangevuld worden met een bloedonderzoek bij alle fokdieren ouder dan 12 maanden en een steekproef bij mannelijke mestrunderen ouder dan 12 maanden. DGZ informeert de melkveehouders die hiervoor in aanmerking komen persoonlijk.

Voor de IBR-opvolging op mijn vrij bedrijf maak ik gebruik van tankmelkonderzoek. Hoe verloopt de bevestigingsprocedure in geval van een niet-negatieve tankuitslag?

In geval van een ongunstig tankmelkonderzoek wordt zo snel mogelijk een bevestigingsprocedure gestart. Dit gebeurt automatisch, en als er gevolgen zijn voor het statuut of extra stappen noodzakelijk zijn, brengt DGZ de veehouder en de bedrijfsdierenarts op de hoogte.

Wanneer een IBR-tankmelkonderzoek een niet-negatief onderzoeksresultaat heeft, wordt onmiddellijk op hetzelfde monster een bijkomende analyse uitgevoerd: voor I3-bedrijven een gE-test, en voor I4- bedrijven een gB; dit is een snelle bevestigingstest. Echter, op veel I3-bedrijven is de gB-test ook positief vanwege de aanwezigheid van gevaccineerde runderen. In die gevallen neemt MCC na zeven dagen automatisch een nieuw monster. Dit monster wordt doorgestuurd naar het referentielaboratorium van Sciensano, dat een concentratiestap toepast voor IBR gE en een totale antistoffentest uitvoert.

Pas wanneer deze test ook ongunstig is, zal men aan de hand van bloedmonsters van de individuele dieren nagaan of er IBR-dragers aanwezig zijn op het bedrijf. De bevestigingprocedure en de analysekosten in geval van bloedname worden gedragen door het sanitair fonds. DGZ houdt de veehouder en de dierenarts  op de hoogte van het verloop van de bevestigingsprocedure.

Welke steekproefgrootte wordt er opgelegd bij een verhoogd risico op IBR?

Als er een verhoogd risico op IBR is, worden er ook een aantal steekproeven georganiseerd. Hiervoor worden dezelfde tabellen gebruikt als deze voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ (zie verder op onze website voor de aantallen te bemonsteren dieren).

Wat te doen bij een uitbraak van IBR?

Klinische IBR is aangifteplichtig. Een veehouder die bij één of meerdere runderen van zijn beslag ziekteverschijnselen van IBR vaststelt (koorts, ademhalingsproblemen, verwerping, …) moet zo snel mogelijk een klinisch onderzoek laten uitvoeren door zijn bedrijfsdierenarts. Deze neemt de nodige monsters en maakt ze voor virologisch onderzoek over aan een erkend laboratorium voor dierziektebestrijding.  De analysekosten worden gedragen door het Sanitair Fonds. Van zodra de onderzoeksresultaten de verdenking bevestigen, moet het FAVV geïnformeerd worden.

Wat is het verschil tussen een IBR gE-test en een IBR gB-test, en wanneer worden ze toegepast?

Een IBR gE ELISA spoort de aanwezigheid van antistoffen ten gevolge van infectie (contact met wildvirus) op. Dieren zonder antistoffen of met uitsluitend antistoffen ten gevolge van vaccinatie (contact met vaccinvirus) hebben een ‘negatief’ resultaat (dus gunstig) voor dit onderzoek.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd bij aankopen op een IBR-besmet of een IBR gE negatief beslag.

 

Een IBR gB ELISA spoort de aanwezigheid van antistoffen ten gevolge van infectie en/of vaccinatie (geen onderscheid mogelijk). Dieren zonder antistoffen (noch tegen wildvirus noch tegen vaccinvirus) hebben een ‘negatief’ resultaat (gunstig) voor dit onderzoek.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd bij aankopen op een IBR-VRIJ beslag.

Blijft een correct gevaccineerd rund levenslang gB+?

Ja.

Wat te doen als je een aangekocht dier wil doorverkopen voordat het tweede aankooponderzoek uitgevoerd kan worden?

Aangekochte dieren kunnen niet verhandeld worden vóór ALLE resultaten van de verplichte aankooponderzoeken (en dus ook het tweede aankooponderzoek IBR) gekend zijn.
Enkel rechtstreekse afvoer naar een slachthuis is mogelijk.
Voor IBR kan er dan wel een verhoogd risico toegekend worden aan het bedrijf waarvan het dier vertrok (volgens het nieuw KB 13 juni 2022)

Als een verhoogd risico op IBR niet kan worden uitgesloten, is het vereist dat er een steekproef wordt uitgevoerd voor IBR-onderzoek op de aanwezige dieren. Het aantal te bemonsteren dieren wordt bepaald volgens dezelfde tabellen als deze voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ (zie verder op onze website voor de aantallen te bemonsteren dieren).

Welke voorzorgen neem ik bij weidegang?

Beperk bij weidebeloop het risico op insleep of verspreiding van het IBR-virus. Neem onderstaande voorzorgen om contact tussen eigen runderen en deze van aangrenzende weiden te vermijden:

  • Zorg ervoor dat de dieren niet kunnen ontsnappen uit de weide en ga regelmatig na of de afsluiting nog stevig en volledig intact is.
  • Plaats bij gemeenschappelijke delen van de omheining een extra afsluiting zodat geen fysiek contact meer mogelijk is met de runderen van de aangrenzende weide.
  • Vermijd het gemeenschappelijk gebruik van koepaden.
  • Maak dat de dieren niet kunnen drinken uit sloten of plassen die ook door andere weiden gaan.

Bedrijven met een verhoogd risico of contactbedrijven kunnen extra aanbevelingen krijgen van de verenigingen.

Op 21 april 2021 trad de nieuwe Europese diergezondsheidswet in voege. Wat moet ik hierover weten?

De Europese wetgeving bepaalt dat elk land met een bestrijdingsprogramma ten laatste op 21 april 2027 officieel vrij moet zijn van IBR. Om dit doel te bereiken, heeft de technische werkgroep IBR voor België een langetermijnplanning uitgestippeld met een aantal mijlpalen. Verder komt er ook een nieuwe naamgeving voor de statuten. 

Meer hierover ...

Over de ziekte IBR

IBR is een virale ziekte van de bovenste ademhalingswegen. Besmetting gebeurt vooral door ‘neus-aan-neus’ contacten. Aankopen van subklinisch besmette dieren vormt het voornaamste risico. Eenmaal besmet is een rund levenslang drager. IBR veroorzaakt schade door economisch verlies en handelsbeperkingen.