Lammerseizoen gestart: aandacht voor het abortusprotocol!
Tijdens het lammerseizoen is een beperkt aantal abortussen bij schapen en geiten normaal en helaas niet altijd te vermijden. In veel gevallen gaat het om een toevallige, niet besmettelijke oorzaak. Toch kan een abortus ook het gevolg zijn van een infectie. Krijg je te maken met één of meerdere abortussen? Vergeet dan niet het abortusprotocol te volgen. Het insturen van de juiste monsters is niet alleen verplicht, maar levert ook cruciale informatie op om verdere verspreiding te voorkomen en zowel je kudde als jezelf te beschermen.
Abortus: mogelijke infectieuze oorzaken
Wanneer een infectie aan de basis ligt van een abortus, gaat het vaak om één van de volgende kiemen: Chlamydia abortus, Coxiella burnetii (Q-koorts), Toxoplasma gondii, Listeria of Campylobacter. Verschillende van deze ziekteverwekkers zijn niet alleen besmettelijk voor andere dieren, maar vormen ook een risico voor de mens (in het bijzonder voor zwangere vrouwen).
Daarnaast is het voor België van groot belang om de brucellosevrije status te behouden. Daarom zijn schapen- en geitenhouders wettelijk verplicht om iedere abortus te laten onderzoeken en de nodige maatregelen te nemen om verdere verspreiding te voorkomen.

Wat houdt het abortusprotocol in?
Het abortusprotocol heeft als doel de infectieuze oorzaak van een abortus op te sporen. Naast de verplichte onderzoeken op brucellose, omvat het protocol bijkomende onderzoeken die de meest voorkomende infectieuze oorzaken van abortus bij schapen en geiten opsporen. Zo kan een gerichte diagnose worden gesteld, gerichte maatregelen worden genomen om verdere verspreiding te beperken, en wordt het risico voor mensen op en rond het bedrijf verkleind.
Abortus op je bedrijf? Volg deze stappen
- Bescherm jezelf en beperk toegang tot de stal
Draag steeds handschoenen bij het hanteren van het moederdier, de foetus of de nageboorte.
Houd bezoekers zoveel mogelijk weg uit de stal om het risico op besmetting te beperken.
- Isoleer het moederdier.
Zonder het moederdier onmiddellijk af van de rest van de kudde. Zo verklein je het risico dat een eventuele infectie zich verder verspreidt naar andere dieren.
- Contacteer je dierenarts.
Je dierenarts neemt een bloedmonster van het moederdier en verstuurt deze naar DGZ Labo. - Bewaar de foetus, placenta en navelstreng.
Bewaar de foetus, placenta en navelstreng zo volledig mogelijk in een afgesloten zak op een koele plaats. Kan je de foetus, placenta en/of navelstreng niet vinden? Dan neemt je dierenarts een vaginale swab van het moederdier.
- Zorg voor de juiste identificatie.
Alle monsters die je dierenarts heeft genomen moeten voorzien zijn van de volledige identificatie van het dier: landcode + alle cijfers. - Stuur de foetus, placenta en navelstreng op naar DGZ Labo of laat deze ophalen.
De foetus (incl. placenta en navelstreng) kan opgehaald worden door onze ophaaldienst of gratis afgeleverd worden bij DGZ. Na ontvangst van de foetus bemonsteren onze autopsiedierenartsen de foetus, waarna de onderzoeken in ons labo worden uitgevoerd.
Vraag het abortusprotocol aan
Heb je interesse in het abortusprotocol? Vul dan het aanvraagformulier in en vraag indien nodig de ophaling aan.
Wie financiert het abortusprotocol?
Het FAVV draagt de onderzoekskosten, evenals de kosten voor de ophaling en het transport van de foetussen en bijbehorende monsters. De monstername door de dierenarts wordt sinds 1 januari 2024 vergoed door het Sanitair Fonds.
Vragen of meer informatie?
Heb je vragen of wens je meer informatie over het abortusprotocol? Contacteer onze helpdeskmedewerkers via helpdesk@dgz.be of het nummer 078 05 05 23.