Paratuberculoseprogramma: nog tot eind mei tijd om niveau A of B veilig te stellen
Binnen het paratuberculoseprogramma van de zuivelketen is het belangrijk om seropositieve dieren correct en tijdig op te volgen. Runderen die seropositief testen, kunnen immers besmettingen verspreiden, ook wanneer ze nog geen klinische symptomen vertonen. Wie niveau A of B wil behalen of behouden, moet daarom tijdig actie ondernemen.
Positieve dieren moeten uiterlijk tegen 31 mei van het betrokken werkjaar rechtstreeks afgevoerd worden naar een slachthuis of destructiebedrijf, wil je niveau A of B behalen. Tenzij bijkomend PCR-onderzoek op mest een negatief resultaat oplevert.
Welke mogelijkheden zijn er voor seropositieve dieren?
Seropositieve runderen kunnen:
- bijkomend onderzocht worden via PCR op een mestmonster;
- rechtstreeks afgevoerd worden naar een Belgisch slachthuis;
- geëxporteerd worden voor de slacht;
- afgevoerd worden naar het vilbeluik.
Een seropositief dier mag nooit toegevoegd worden aan een ander beslag. Gebeurt dit toch, dan krijgt het betrokken beslag een C-niveau en vervalt de financiële tussenkomst van het Sanitair Fonds voor de volgende screening. Die steun valt ook weg bij beslagen waarvan niet alle seropositieve dieren tijdig of niet rechtstreeks naar het slachthuis werden afgevoerd.
Denk er ook aan om het vertrek van een dier zo snel mogelijk te melden in Sanitel. Het correct opruimen van seropositieve dieren wordt immers aan de hand van deze informatie gecontroleerd.
Dieren met een niet-interpreteerbare (NI) uitslag in de screening worden binnen het programma als negatief beschouwd. Zij hoeven dus niet bijkomend onderzocht of van het bedrijf verwijderd te worden om een geldig opvolgingsniveau te behalen. Het is wel aangewezen om deze runderen na enkele weken of maanden opnieuw te bemonsteren om zo meer zekerheid te krijgen over de infectiestatus van het dier. Het valt immers niet uit te sluiten dat een aantal van deze dieren effectief besmet zijn met paratuberculose.
Uitstel mogelijk via PCR-onderzoek
Bedrijven kunnen uitstel aanvragen voor de afvoer van positieve runderen. Hiervoor moet de dierenarts een mestmonster nemen voor PCR-onderzoek.
- Bij een negatieve PCR mag het dier behouden blijven.
- Bij een positieve PCR moet het dier zo snel mogelijk geruimd worden voor niveau A of B.
- Een twijfelachtig resultaat wordt beschouwd als ongunstig, en moet het dier zo snel mogelijk geruimd worden voor niveau A of B.
![]() |
TIP: Hoe vroeger de monstername (bloed of mest) in het werkjaar gebeurt, hoe meer tijd er is om eventuele opruiming correct te plannen en zo niveau A of B te behalen. |
Let op bij verkoop van positieve dieren
Als veehouder blijf je verantwoordelijk voor het correct en tijdig ruimen van seropositieve dieren. Verkoop je een dier voor afvoer naar het slachthuis, maak dan duidelijke afspraken met de koper of handelaar.
Daarom raden we aan om gebruik te maken van het model verbintenis koper/handelaar (pdf). Hiermee bevestigt de koper dat het dier rechtstreeks en tijdig naar het slachthuis wordt vervoerd.
Meer weten?
Lees alle praktische informatie over het paratuberculoseprogramma van de zuivelketen op deze pagina op onze website.
Heb je vragen over de opvolging van seropositieve dieren of jouw bedrijfsniveau? Neem dan contact op met DGZ (helpdesk@dgz.be of 078 05 05 23) of bespreek dit met je bedrijfsdierenarts.
