Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

  
Beslagen die deelnemen aan het paratuberculoseprogramma worden gescreend. Dit betekent dat minstens de lacterende runderen van meer dan 30 maanden oud onderzocht worden op de aanwezigheid van antistoffen voor paratuberculose.

Dieren die een positief resultaat hebben, worden vervolgens bijkomend onderzocht of afgevoerd voor slacht of destructie.


Opvolgingsniveaus A - B - C

 
Op basis van de resultaten van de screening krijgt het beslag een opvolgingsniveau toegekend A, B of C:

  • Niveau A: bedrijf met een laag risico op aanwezigheid van ziektekiemen in de melk.
    Op deze bedrijven zijn er geen, of slechts een beperkt aantal, positieve dieren vastgesteld. Deze dieren zijn binnen de opgelegde opruimingstermijn rechtstreeks voor de slacht (of destructie) afgevoerd, tenzij ze bijkomend een PCR-test ondergingen met een negatief resultaat (zie reglement).
  • Niveau B: bedrijf met een gematigd risico op aanwezigheid van ziektekiemen in de melk.
    Op deze bedrijven zijn er positieve dieren vastgesteld; deze dieren zijn binnen de opgelegde termijn rechtstreeks voor de slacht (of destructie) afgevoerd tenzij ze bijkomend een PCR-test ondergingen met een negatief resultaat (zie reglement).
  • Niveau C: bedrijf met een risico op aanwezigheid van ziektekiemen in de melk.
    Op deze bedrijven zijn er positieve dieren gedetecteerd die niet binnen de vooropgestelde termijn zijn geruimd.

De frequentie van bemonstering is afhankelijk van het opvolgingsniveau:

  • tweejaarlijks voor niveau A
  • jaarlijks voor niveau B & C.

Voor bedrijven die voldoen aan de voorwaarden van het programma, voorziet het Sanitair Fonds een financiële tussenkomst in de analysekosten van de screening.


Meer weten: