Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Symptomen

De voornaamste symptomen zijn vermageren, diarree (die in erge gevallen bloederig kan zijn) en soms sterfte.

Diarree (al dan niet bloederig), gewichtsverlies, slecht haarkleed bij kalveren vanaf de leeftijd van 5-6 weken zijn een sterke indicatie voor coccidiose. Bij oudere (mest)runderen is persen (soms met prolaps van de aars) een frequent beeld, waarbij het onderscheid gemaakt dient te worden met een BVD-infectie.

Kenmerkend bij oudere runderen in de afmestfase is ook de uitscheiding van quasi normale mest met klonters bloed.

Ziekteverwekker

Coccidiose is een parasitaire aandoening die veroorzaakt wordt door eencellige parasieten van het geslacht Eimeria. Niet alle soorten zijn ziekteverwekkend. Eimeria bovis en Eimeria zuernii zijn bij runderen veruit de belangrijkste. Eimeria alabamensis kan eveneens diarree veroorzaken. Deze laatste wordt ook wel weidecoccidiose genoemd, omdat hij dikwijls voorkomt bij iets ouder jongvee dat reeds uitgeweid is.

De cyclus duurt een tweetal weken en verloopt zonder tussengastheer. De oöcysten of eieren kunnen geruime tijd in de omgeving overleven en er zijn slechts weinig chemische desinfectantia tegen actief.

Diagnose

Een vermoedelijke diagnose kan gesteld worden aan de hand van de klinische symptomen. Wil men echter een zekere diagnose, dan dient er eerst en vooral een microscopisch onderzoek van de mest te gebeuren. Bij dit onderzoek bekijkt men of er eieren of oöcysten aanwezig zijn in de mest en van welke soort deze zijn.

Daarnaast kan men een telling uitvoeren van het aantal oöcysten per gram mest. Het resultaat van deze telling is echter niet altijd gecorreleerd met de ernst van het klinisch beeld. Oöcystenuitscheiding gebeurt namelijk intermitterend. Daarom is het belangrijk om meerdere dieren te bemonsteren.

Preventie en behandeling

Er zijn verschillende anti-coccidiosemiddelen voorhanden voor de behandeling van runderen. Bij een vermoeden van coccidiose is het echter belangrijk om contact op te nemen met je bedrijfsdierenarts en monsters te laten nemen. Na het stellen van de diagnose kunnen er verschillende maatregelen genomen worden.

Bij de preventieve maatregelen voor coccidiose zijn ook deze ter preventie van kalverdiarree in het algemeen toepasbaar (zie diarreeproblemen).

Daarnaast is het belangrijk om weten dat oöcysten heel resistent zijn in de omgeving en dat er slechts weinig desinfectantia tegen actief zijn. Vooral desinfectantia die ammoniumverbindingen bevatten, zijn hiervoor wel geschikt.