Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

  
Het is dus heel belangrijk een aantal preventieve maatregelen te nemen om diarree te voorkomen.

Als de dieren toch diarree krijgen, is het essentieel om snel na te gaan welke ziektekiemen de diarree veroorzaken en vervolgens de juiste behandeling te starten.

Besmettingsbron

Naargelang de leeftijd van het dier, zijn er verschillende ziektekiemen die diarree kunnen veroorzaken.

In de eerste levensweken spelen volgende kiemen een rol:

  • Escherichia coli:
    Deze bacterie kan voorkomen in het darmstelsel van gezonde runderen. Bepaalde stammen, zoals ETEC F5 (K99), kunnen echter diarree veroorzaken. Enkel pasgeboren kalveren (jonger dan 3 dagen) zijn gevoelig voor deze stam. De diarree kan al optreden binnen de eerste 24 uur na de geboorte. E. coli kan ook bloedvergiftiging (sepsis) veroorzaken, waaraan de dieren kunnen sterven.
  • Rotavirus:
    Dit virus kan problemen geven van de 1ste tot de 3de levensweek, en wordt vaak gezien samen met Cryptosporidium parvum.
  • Coronavirus:
    In de eerste 2 levensweken kan ook het coronavirus diarree veroorzaken.
  • Cryptosporidium parvum:
    Deze eencellige parasiet is de laatste jaren uitgegroeid tot een van de meest voorkomende verwekkers van diarree bij kalveren, en dit vanaf de 2de levensweek.
  • Salmonella:
    Ook deze bacterie kan bij kalveren ernstige problemen veroorzaken. Problemen zijn zichtbaar ongeacht de leeftijd. Naast diarree kan Salmonella ook aanleiding geven tot bloedvergiftiging of aantasting van de longen.

Vanaf de leeftijd van 6 weken zijn er een reeks andere ziektekiemen betrokken bij diarree: 

  • Tot de leeftijd van 6 maanden is bacterieel voornamelijk Salmonella.
  • Daarnaast is er Clostridium perfringens die een bloederige enterotoxemie kan veroorzaken. Bij deze enterotoxemie produceert de kiem onder bepaalde omstandigheden toxines die de darm aantasten. Meestal treedt er acute sterfte op, vaak nog voor de diarree wordt opgemerkt.
  • Parasitair komen bij deze leeftijd vooral coccidiose en giardiose voor.
  • Bij ouder jongvee en volwassen dieren kunnen ook maag- en darmwormen een rol spelen bij het ontstaan van diarree.
  • Bij ouder vee kan de diarree het gevolg zijn van paratuberculose.
  • Verder is er het BVD-virus dat diarree kan veroorzaken bij runderen, ongeacht de leeftijd van het dier. Dankzij het BVD-bestrijdingsprogramma is de circulatie van BVD sterk teruggelopen. Niettemin moet er blijvend aandacht zijn voor BVD.

Diagnose

Om de juiste behandeling in te stellen, is het essentieel om na te gaan welke ziektekiemen de diarree veroorzaken, en hierbij rekening te houden met de leeftijd van het dier. Laat steeds de diagnose stellen door de bedrijfsdierenarts.

Bij kalverdiarree in de eerste weken kan men best zo snel mogelijk een mestonderzoek uitvoeren bij verschillende kalveren. Via een ELISA-antigentest (tetrakit) kan men dan de aanwezigheid van E. coli, rota, corona en Cryptosporidium opsporen.

Ook een bacteriekweek van de mest is mogelijk voor onderzoek naar Salmonella.

Via mestonderzoek kan men verder coccidiose en giardiose diagnosticeren, en – voor grotere runderen – nagaan of er maagdarmwormeieren aanwezig zijn.

Bij oudere runderen met klinische symptomen kan het nuttig zijn om paratuberculoseonderzoek uit te voeren, aan de hand van PCR-onderzoek op mest. (meer info over paratuberculose en het paratuberculoseprogramma voor de melkveesector).

Preventie

Diarree is één van de belangrijkste economische verliesposten op een rundveebedrijf. Het is dus heel belangrijk een aantal preventieve maatregelen te nemen:

  • Zorg voor een optimaal biestbeleid: geef het kalf zo snel mogelijk na de geboorte voldoende biest van uitstekende kwaliteit. Zo is het jonge kalf goed voorzien van specifieke, beschermende, moederlijke antistoffen en daardoor beter gewapend wanneer er een verhoogde infectiedruk is.
  • Zorg voor een optimale hygiëne bij de afkalving.
  • Huisvest de jonge kalveren tot de leeftijd van minstens 6 weken in propere individuele boxen/hutten.
  • Geef de kalveren strikt individuele en propere drinkrecipiënten.
  • Isoleer de zieke dieren van de gezonde.
  • Verzorg de dieren steeds van jong naar oud en van gezond naar ziek.

Meer tips over bioveiligheid

Aanpak

Wanneer een kalf of meerdere kalveren diarree krijgen, is het aangewezen om snel en correct te reageren. Laat de mest van het zieke kalf zo snel mogelijk onderzoeken om de onderliggende ziektekiem op te sporen. Laat steeds de diagnose stellen door de bedrijfsdierenarts. Vervolgens kan je een gepaste behandeling starten en/of maatregelen nemen.

Het is heel belangrijk om een diarreekalf te isoleren van de gezonde dieren en dit dier als laatste te verzorgen. Houd het warm (eventueel met een warmtelamp) en probeer dehydratatie te voorkomen. Het kan verstandig zijn het kalf 1 dag van de melk te halen en een elektrolytenmix te geven. Daarna moet het kalf weer melk krijgen (om zich te kunnen voorzien van de nodige energie), weliswaar afgewisseld met elektrolytenmix.