Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

Besmettingsbron

De infectie slaat hoofdzakelijk aan bij jonge kalveren tot de leeftijd van zes maanden, hoewel volwassen dieren ook nog besmet kunnen raken. Hoe jonger het kalf, hoe gevoeliger het is om een infectie op te lopen. Ze nemen de bacterie op door het drinken van biest of melk van een besmette koe. Anderzijds kunnen ze besmet worden door opname van de bacterie uit de stalomgeving; mest, bedding, voederbakjes etc. De stalomgeving wordt besmet door mest van volwassen dieren die de bacterie in de mest kunnen uitscheiden.

Na opname door het kalf gaat de bacterie voor enkele jaren in een rustfase over. Ten vroegste op de leeftijd van twee jaar en meestal bij extra belasting van de darm (bv. overschakeling droogstand naar lactatierantsoen na kalving, omweiden …) kunnen de eerste ziektetekens zichtbaar worden. Niet elk besmet kalf zal de ziekte effectief doormaken.

Symptomen

Ziektetekens zijn onder meer een waterige diarree die kan komen en gaan en waarbij behandeling geen effect heeft op de diarree. De eetlust blijft goed, maar de melkproductie daalt en het dier vermagert. Door het voortdurende eiwitverlies langs de darm kan er oedeem onder de kin ontstaan. Daarnaast kunnen ook een verhoogd celgetal, een verhoogde incidentie van klinische mastitis, een verminderde vruchtbaarheid en een toegenomen gevoeligheid voor andere ziekten aan paratuberculose worden toegeschreven.

Diagnose

Met een ELISA-test kunnen zowel in bloed als in melk van individuele dieren de antistoffen tegen de bacterie aangetoond worden. Een positieve uitslag betekent dat het dier besmet is. Ook een ‘niet-interpreteerbare (NI)’ uitslag moet als verdacht voor MAP beoordeeld worden.

Een negatieve uitslag moet, afhankelijk van de bedrijfssituatie, met veel reserve beoordeeld worden. De ELISA-test is niet erg gevoelig. Dit betekent dat er heel wat vals-negatieve resultaten kunnen voorkomen. Bovendien duurt het gemiddeld 2 tot 3 jaar vooraleer een rund antistoffen gaat opbouwen. Zo kunnen aanvankelijk negatieve dieren later toch nog positief worden.

Naast antistoffen kan de kiem ook rechtstreeks aangetoond worden via bacteriologisch of PCR-onderzoek. Een positieve cultuur geeft aan dat het dier bacteriën uitscheidt in de mest. De volledige kweekperiode duurt 16 weken; een positief resultaat wordt meestal na 8 weken bekomen. Via PCR kan de kiem aangetoond worden in mest of organen.

De gevoeligheid van PCR en cultuur liggen dicht bij elkaar. PCR geeft een veel sneller resultaat, maar is duurder dan bacteriekweek. Beide methodes kunnen gebruikt worden in het opruimbeleid om uitscheiders vervroegd van het bedrijf te verwijderen en als aanvulling bij de serologische screening.

Preventie en behandeling

Er bestaat geen behandeling. De enige manier om paratuberculose te bestrijden is voorkomen dat jonge dieren besmet worden. Daarnaast zal men met behulp van laboratoriumonderzoek de aangetaste dieren proberen op te sporen vóór ze ziek worden. Dit helpt de infectiedruk te verminderen en laag te houden.

Om besmetting van jonge kalven te voorkomen, gelden volgende adviezen voor bedrijven waar de besmetting nog aanwezig is:

  • Afkalven in een aparte, proper ingestrooide box.
  • Het kalf snel na de geboorte naar een gereinigde kalverbox brengen.
  • Kalveren krijgen enkel biest van hun eigen moeder. Mengbiest kan MAP sterk verspreiden. Indien de moeder MAP-drager is, dan kan biest gegeven worden van een MAP-vrije moeder.
  • Nadien wordt het kalf opgefokt met kunstmelk. Koemelk van uitscheiders is een belangrijke bron van besmetting.
  • Kalveren mogen geen ruwvoer krijgen dat mogelijk met MAP-besmette mest bevuild is. Ook via weidebemesting kan MAP in de kuil terechtkomen.
  • Kalveren jonger dan 6 maanden worden apart gehuisvest. Alle contacten met mest van volwassen dieren moet vermeden worden; laarzen, werkgerief, emmers, enz.

Eens bekend is dat een koe drager is van MAP, dient dit dier zo snel mogelijk van het bedrijf verwijderd te worden om besmetting van de stalomgeving laag te houden. We gaan ervan uit dat het kalf van een drager ook veel kans maakt om zelf drager te worden. Zulke kalveren worden best niet aangehouden voor de fok.

Neem deel aan het paratuberculoseprogramma van de zuivelketen

Vooral melkveehouders kunnen stevige verliezen leiden ten gevolge van paratbc. Om te verhinderen dat hun jonge dieren besmet raken, kunnen de melkveehouders op vrijwillige basis  deelnemen aan het paratuberculoseprogramma, dat loopt met de financiële ondersteuning van het Sanitair Fonds.