Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

  
Het Porcien Reproductief en Respiratoir Syndroom Virus (PRRSV) komt wereldwijd voor en kan onderverdeeld worden in twee genotypes: het Noord-Amerikaans (NA) type en het Europees (EU) type. Oorspronkelijk kwam het Noord-Amerikaans type enkel voor in Noord-Amerika en het Europees type enkel op het Europees continent. Tegenwoordig circuleren beide types in Europa, Amerika en Azië. Binnen elk type (Europees of Noord-Amerikaans) worden verschillende stammen gedetecteerd. Deze stammen kunnen verschillen in agressiviteit.  

Ziektetekenen

Bij zeugen treden vruchtbaarheidsproblemen op. Late verwerpingen en vroeggeboortes zijn de meeste voorkomende tekenen van een PRRS-infectie bij zeugen. In de nesten wordt een mix gezien van doodgeboren biggen en zwakke biggen. Deze zwakke biggen zijn vaak al besmet met PRRSV bij de geboorte en de meeste biggen sterven tijdens de zoogperiode. De overlevende biggen doen het later in de kraamstal en de biggenafdeling vaak niet goed. Er treden bij deze dieren heel wat problemen op, zoals streptokokkenuitbraken, ademhalingsproblemen en er zijn beduidend meer achterblijvers of wegkwijners.

Een uitbraak van PRRSV kan bij zeugen die geen bescherming hebben tegen de ziekte een ware abortusstorm veroorzaken. Bij zeugen die gedeeltelijk beschermd zijn, bijvoorbeeld door vaccinatie of door eerder contact met het virus, zijn de symptomen soms niet zo opvallend. Bij deze dieren zien we een verhoging van het aantal verwerpingen, een groter aantal zwakke of doodgeboren biggen en meer problemen bij de biggen in de biggenafdeling.

Bij beren worden vaak geen symptomen gezien. Soms is er een verminderde eetlust gedurende één of enkele dagen met een licht verhoogde lichaamstemperatuur. Enkel bij een ernstige besmetting met een zeer virulente stam is er sprake van afwijkende spermakwaliteit en -hoeveelheid.

Bij biggen en (jonge) vleesvarkens veroorzaakt PRRSV voornamelijk ademhalingsproblemen. Deze kunnen al gezien worden rond het spenen, hetgeen sowieso een moeilijke periode is voor biggen. Verder heeft PRRSV een negatieve invloed op de technische prestaties van de besmette biggen, zoals groei en voederconversie, ook al lijken de biggen op het eerste zicht misschien niet ziek te zijn.

Besmettingsbron

PRRSV kan op verschillende manieren op een bedrijf geïntroduceerd worden: via lucht, mest, sperma of materialen. Echter, de meest voorkomende manier om een nieuwe stam op het bedrijf te krijgen, is door het aankopen van besmette dieren.

Zodra het virus aanwezig is op het bedrijf, bevordert het sociale karakter van de dieren de verdere spreiding (neus-neus-contact tijdens spelen, vechten …). Ook de mens zelf (via handen en kledij) en menselijke handelingen (zoals castratie, couperen van de staarten en een intramusculaire injectie) kunnen de verspreiding in de hand werken.

Diagnose

Wanneer een dier geïnfecteerd is met het virus, spreidt het virus naar verschillende organen in het lichaam. Naast bloed, zijn er daardoor veel organen, die in aanmerking komen voor onderzoek. Omdat het virus, zeker bij biggen en (jonge) vleesvarkens, de voorkeur heeft om te vermeerderen in de longen, zijn de longen uitermate geschikt.

Om een besmetting aan te tonen, kan men op zoek gaan naar het genetisch materiaal van het virus aan de hand van PCR. Dit is een gevoelige analysetechniek die het onderscheid maakt tussen de Noord-Amerikaanse en Europese stammen. Om meer details te verkrijgen over het gedetecteerde virus, kan er nog verdere sequenering uitgevoerd worden.

Aantonen van genetisch materiaal heeft als nadeel dat men niet weet of het virus besmettelijk is. Om dit te weten te komen, kan overgeschakeld worden naar virusisolatie (of kweek). Dit is echter complex en tijdrovend en kent een lage gevoeligheid.  

Antistoffen worden aangemaakt na contact met het virus (via besmetting of vaccinatie). Het duurt een tweetal weken voordat deze teruggevonden worden in het bloed of speeksel. Antistoffen kunnen worden aangetoond met een serologische test, zoals een ELISA. Het aantonen van antistoffen duidt enkel op het aanwezige contact en geeft geen indicatie over de mate van bescherming.  

Behandeling en preventie

Het medicatieverbruik op een besmet bedrijf ligt vaak te hoog, onder andere ten gevolge van de streptokokken- en ademhalingsproblematiek bij biggen en (jonge) vleesvarkens. Een antibioticumbehandeling heeft echter geen effect op het virus zelf, wel op de bacteriële infectie die er vaak op volgt. Een afdoende behandeling tegen PRRSV is niet voorhanden.

De aanpak en de bestrijding van PRRS bestaan dus uit een aangepaste bedrijfsvoering met een optimalisatie van de bioveiligheid. Een goede externe bioveiligheid verhindert dat een nieuwe PRRSV-stam het bedrijf binnenkomt en een doorgedreven interne bioveiligheid beperkt de verdere spreiding van het virus binnen het bedrijf.

Om de symptomen tegen te gaan of te verminderen en de uitscheiding van het virus te beperken, kan vaccinatie een bijkomend hulpmiddel zijn in de PRRS-bestrijding. De vaccins die vandaag commercieel beschikbaar zijn, bieden een gedeeltelijke bescherming tegen de meeste PRRSV-stammen.

KI-centra die screenen op PRRSV

DGZ publiceert regelmatig een overzicht van KI-centra die maandelijks 10% van hun berenstapel onderzoeken op antistoffen tegen PRRSV en hier uitsluitend gunstige resultaten voor behalen.

PRRS-programma

Om het PRRS-virus onder controle te krijgen, lanceerde de sector een ambitieus PRRS-programma. Dit meerjarenplan richt zich met een specifieke aanpak naar de verschillende schakels van de varkenshouderij.