Werkjaar paratuberculosebestrijding 2025-2026: bijna 83% van de deelnemers behaalt A-niveau
In mei 2026 liep het twintigste werkjaar van het paratuberculoseprogramma af. Van alle screenings die dit werkjaar uitgevoerd moesten worden, werd 97,1% ook effectief gerealiseerd. Bijna 83% van de gescreende bedrijven het behaalde het A-niveau. We delen graag de resultaten van het afgelopen werkjaar in dit nieuwsitem.
Resultaten van dit werkjaar
Het paratuberculoseprogramma ondersteunt melkveehouders bij de bestrijding van paratuberculose. Hoewel deelname aan het programma niet verplicht is, blijft de deelnamegraad stabiel op ongeveer 94%. In totaal namen 3.006 melkveehouders deel aan het programma. Daarvan moest ongeveer de helft een screening uitvoeren.
- Standaardonderzoek: via bloed of melk
Met een onderzoek van serum of melk wordt nagegaan of een dier antistoffen tegen paratuberculose heeft, wat wijst op contact met de bacterie. In het afgelopen werkjaar koos iets meer dan de helft van de veehouders voor bemonstering via melk (IMA of MPR). Bij de overige veehouders gebeurde de bemonstering via de dierenarts (bloed of melk). Uit de resultaten bleek dat 98% van alle ingezonden bloed- en melkmonsters negatief was. Dat betekent dat bij deze dieren geen aanwijzingen werden gevonden voor paratuberculose. - Bijkomend onderzoek: via mest
Wanneer bloed- of melkonderzoek een positief resultaat oplevert, kan ervoor worden gekozen om na te gaan of het dier de bacterie actief uitscheidt (en dus een acuut gevaar vormt voor de andere aanwezige dieren). Dat gebeurt via een mestonderzoek. In het voorbije werkjaar werden 1.125 mestmonsters ingestuurd, afkomstig van 597 bedrijven. Van alle onderzochte monsters bleek 84% negatief.
Overzicht van opvolgingsniveaus
Onderstaand vind je een overzicht van opvolgingsniveaus voor alle bedrijven die vorig werkjaar een screening lieten uitvoeren:
| Aantal bedrijven | Percentage | |
| A-niveau | 1.182 | 82,6% |
| B-niveau | 112 | 7,8% |
| C-niveau | 138 | 9,6% |
Wat betekenen de niveaus?
Bedrijven met een A-niveau hebben een laag risico op de aanwezigheid van ziektekiemen in de melk. Er werden geen positieve dieren gevonden, of slechts een beperkt aantal dat binnen de korte opruimingsperiode werd afgevoerd. Deze bedrijven worden om de twee jaar serologisch gescreend en kunnen een financiële tussenkomst van het Sanitair Fonds krijgen.
Bedrijven met een B-niveau hebben eerder een gematigd risico op de aanwezigheid van ziektekiemen in de melk omdat de positieve dieren die werden teruggevonden binnen de algemene opruimingsperiode werden afgevoerd. Deze bedrijven worden jaarlijks serologisch gescreend. Net als de bedrijven met een A-niveau kunnen zij een financiële tussenkomst van het Sanitair Fonds krijgen.
Bedrijven met een C-niveau hebben een onbekend of verhoogd risico op de aanwezigheid van ziektekiemen in de melk. Op deze bedrijven werden onvoldoende onderzoeken uitgevoerd en/of werden positieve dieren niet of te laat van het bedrijf verwijderd. Deze bedrijven worden jaarlijks serologisch gescreend, maar kunnen geen aanspraak maken op de financiële steun van het Sanitair Fonds.
Wat bepaalt een succesvolle aanpak?
Aangepaste bioveiligheidsmaatregelen en een optimaal bedrijfsmanagement zijn cruciaal voor een succesvolle preventie en bestrijding van paratuberculose. Maak daarom optimaal gebruik van de paratuberculosescreenings en bespreek de onderzoeksresultaten altijd met jouw bedrijfsdierenarts. Samen bepaal je het beste plan van aanpak, met maatregelen die passen binnen jouw bedrijfsvoering.
Vragen of meer informatie?
Heb je vragen over het paratuberculoseprogramma? Neem contact op met jouw bedrijfsdierenarts of onze helpdesk via helpdesk@dgz.be of 078 05 05 23.