Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23
Kies je dier
Kies je dier

IBR staat voor ‘Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis’ en wordt ook wel ‘Canadese griep’ genoemd. IBR wordt veroorzaakt door een herpesvirus dat de bovenste luchtwegen van runderen aantast. Begin jaren 70 werd de ziekte geïmporteerd vanuit Canada. In België is het virus nog algemeen verspreid in onze rundveestapel. Ook in onze buurlanden komt IBR frequent voor. IBR is niet besmettelijk voor de mens.

IBR heeft economische gevolgen voor de rundveehouder, met name door de productiedaling bij de subklinische vorm en de verliezen bij een uitbraak. Daarnaast kunnen landen die vrij zijn, of een door de EU erkend bestrijdingsprogramma ingediend hebben of toepassen, invoerbeperkingen opleggen voor levend vee, sperma en producten van dierlijke oorsprong.

Klinische IBR is aangifteplichtig. Een veehouder die bij één of meerdere runderen van zijn beslag ziekteverschijnselen van IBR vaststelt (koorts, ademhalingsproblemen, verwerping, …) moet zo snel mogelijk een klinisch onderzoek laten uitvoeren door zijn bedrijfsdierenarts. Deze neemt de nodige monsters en maakt ze voor virologisch onderzoek over aan een erkend laboratorium voor dierziektebestrijding. De analysekosten worden gedragen door het Sanitair Fonds. Van zodra de onderzoeksresultaten de verdenking bevestigen, moet het FAVV geïnformeerd worden.

Besmetting

Een besmetting met IBR verloopt via neus, muil of oog. Besmette dieren ontwikkelen na enige tijd antistoffen waardoor ze een zekere vorm van bescherming krijgen. Kenmerkend voor het virus is dat het latent (of verborgen) aanwezig is bij het dier. Dit betekent dat in bepaalde gevallen (bv. bij stress als gevolg van een kalving of bij transport, of bij een behandeling met corticosteroïden), het dier het virus terug gaat uitscheiden en daardoor weer andere dieren besmet kunnen geraken. Men neemt aan dat een besmet rund levenslang drager blijft.

De besmetting verspreidt zich voornamelijk via aankoop van een besmet rund (de drager) of door contacten tussen de dieren op de weide, uitzonderlijk ook door menselijke contacten.

Symptomen

De symptomen zijn een verminderde eetlust, een waterige, slijmerige neusuitvloei, hoge koorts en verwerpingen. Voornamelijk de subklinische vorm is belangrijk omdat deze - naast een productiedaling - een immuniteitsdaling veroorzaakt, waardoor de dieren vatbaarder zijn voor andere infecties.

Meer over de symptomen ...

Diagnose

Vaststellen van een uitbraak
Bij een uitbraak kan de vermoedelijke diagnose van IBR aan de hand van de klinische symptomen gesteld worden. De definitieve diagnose zal echter door middel van bloedonderzoek of neusswabs moeten worden bevestigd. In het bloed worden bij een besmet dier antistoffen tegen het virus aangetoond. Bij het nemen van een neusswab wordt het virus zelf aangetoond. Vrij snel na een besmetting zijn antistoffen in het bloed aanwezig (na 2 à 3 weken). Voor een klinische uitbraak van IBR geldt de aangifteplicht.

Vaststellen van besmetting
Een bloedanalyse kan uitsluitsel geven of een bedrijf besmet is en er al dan niet dragers voorkomen van het wildvirus. Met behulp van de merkertechnologie (antistoffen-ELISA) is het mogelijk om het verschil te zien tussen een gevaccineerd dier, en een dier dat besmet is met het virus. Een gevaccineerd dier maakt enkel gB-antistoffen aan, een besmet dier gB- en gE-antistoffen (zie tabel). Een correcte diagnose vormt de basis van een goede vaccinatiestrategie.

Tabel: Interpretatie van bloedonderzoek IBR met behulp van gE- en gB-antistoffen.

gE-antistoffen gB-antistoffen Interpretatie
negatief negatief niet besmet
niet gevaccineerd
negatief positief niet besmet
wel gevaccineerd
positief positief dier is besmet (drager)

 

Behandeling

Er bestaat geen echte therapie voor IBR omdat het om een virusinfectie gaat. Een acute IBR-uitbraak kan alleen symptomatisch behandeld worden door het geven van bijvoorbeeld ontstekingsremmers. Contacteer je dierenarts hiervoor.

Preventie

IBR-bestrijding bestaat hoofdzakelijk uit het nemen van preventieve maatregelen. Men kan besmetting voorkomen door ervoor te zorgen dat runderen die besmet zijn geen virus meer uitscheiden naar gevoelige dieren toe. Dit wordt bereikt door het opruimen van besmette dieren, het afzonderen van dragers en/of correct vaccineren.

Om te voorkomen dat negatieve dieren besmet raken, zal men contact met positieve dieren (de dragers) moeten vermijden. In dit verband is het belangrijk om enkel negatieve dieren aan te kopen. Het aankopen van dieren vormt steeds een risico voor de insleep van IBR en andere ziekten. Beperkt daarom het aantal aankopen en voer steeds aankooponderzoek uit (bloedonderzoek en quarantaineperiode).

Negatieve dieren kan je met correcte vaccinatie extra weerstand geven tegen het virus. Vaccineren is vandaag enkel nog toegelaten met een markervaccin (waarmee je een onderscheid kunt maken tussen vaccinatieantistoffen en antistoffen voor het wildvirus). Vaccineren zorgt voor een verminderde virusuitscheiding bij dragers en voorkomt het uitbreken van de ziekte.

Vaccinatie geeft geen volledige bescherming bij gevoelige dieren, maar zorgt er wel voor dat grotere hoeveelheden virus nodig zijn om een gevoelig rund te besmetten. Op deze manier wordt de verspreiding verminderd.

Het IBR-bestrijdingsprogramma berust op deze algemene principes. 

IBR-programma

Het IBR-programma heeft als doel om het IBR-virus volledig uit te roeien in België en het vrij IBR-statuut te behalen binnen Europa. Zo gaat de gezondheid van de rundveestapel erop vooruit en wordt de intracommunautaire handel in levende runderen met andere vrije landen eenvoudiger.