Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

De filmpjes op deze pagina zijn telkens stukjes uit het webinar dat DGZ op 7 maart 2022 organiseerde voor houders van kameelachtigen waarin we hen wegwijs maken in de identificatie en registratie. Verder vind je op deze pagina een lijst met antwoorden op de vele vragen die tijdens het webinar aan bod kwamen, volgens thema.

Waarom is identificatie en registratie nodig?
Overzicht van administratieve verplichtingen
Identificatie en registratie: principes en definities
Waar kan ik mijn registraties raadplegen?
Wat komt er kijken bij identificatie en registratie?
Hoe identificeer ik mijn dieren?

Veelgestelde vragen

De veelgestelde vragen zijn opgedeeld in thema's:

  • Registratie
  • Identificatie
  • Verplaatsing
  • 15-decembertelling
  • Allerlei

Registratie

1. Is er per inrichting een beslag nodig?

Een inrichting is steeds verbonden met een adres. Als er op verschillende adressen een inrichting is, dan zullen die ook een verschillend inrichtingsnummer en dus ook beslagnummer hebben. De weiden die je bij je beslag gebruikt op een andere locatie (mag ook in andere gemeente zijn) hoeven niet geregistreerd te worden.

2. Kan een beslag voor kameelachtigen toegevoegd worden aan een bestaande inrichting? En wanneer kan dit aangevraagd worden?

Ja, er kan een nieuw beslagnummer (eindigend op 0801) toegevoegd worden aan een reeds bestaande inrichting (waar er bv. schapen gehouden worden). Beslagen voor kameelachtigen kunnen vandaag al aangevraagd worden bij DGZ via het registratieformulier.

3. Welke datum vul je in als de begindatum van de activatie van een nieuw beslag?

De dag dat er gestart werd met het houden van alpaca’s, dit kan een datum in het verleden zijn.  

4. Als er op 1 inrichting alpaca’s verblijven die toebehoren aan verschillende eigenaars, moet er dan per eigenaar een beslag aangevraagd worden?

Een beslag is steeds verbonden aan 1 adres, 1 inrichting en 1 sanitair verantwoordelijke. Deze sanitair verantwoordelijke kan echter wel alpaca’s van verschillende eigenaars onder zijn hoede hebben. De registratie van de beslagen en de verantwoordelijke ervan staat volledig los van wiens eigendom de dieren zijn.

5. Wie is de sanitair verantwoordelijke?

De sanitair verantwoordelijke (= de exploitant) van een beslag is de persoon die voor de dieren zorgt. Per beslag kan er maar één sanitair verantwoordelijke worden geregistreerd in Sanitel. De sanitair verantwoordelijk is niet noodzakelijkerwijs de eigenaar van de dieren en kan dieren van verschillende eigenaars onder zijn hoede hebben.

6. Wie is er verantwoordelijk voor de activatie van een beslag?

De sanitair verantwoordelijke (de exploitant).

7. Kan een beslag geregistreerd worden als de dieren zich op een weide zonder adres bevinden?

Ja, het beslag wordt in dit geval geregistreerd op het woonadres van de houder. In dit geval wordt de weide wel in Sanitel geregistreerd als specifieke locatie aan de hand van de straatnaam (zonder huisnummer).

8. Wanneer moet een dier geregistreerd worden?

Er is een identificatieplicht voor kameelachtigen, uiterlijk op de leeftijd van 9 maanden. De dieren moeten pas in het beslagregister geregistreerd worden binnen de 7 dagen nadat de identificatie effectief wordt uitgevoerd. De Wetgeving betreffende de identificatie en registratie van kameelachtigen treedt in voege vanaf 13 juni 2022 (initieel voorzien 2 mei 2022).

9. Door wie dient de registratie van kameelachtigen jonger dan 9 maand te gebeuren?

Het is altijd de sanitair verantwoordelijke van het geboortebeslag die het initiatief moet nemen voor de eerste identificatie en registratie van de dieren. Dit ten laatste op de leeftijd van 9 maand of eerder indien het dier het beslag vóór die leeftijd verlaat. In dat geval moet het dier ten laatste op het moment van het vertrek worden geïdentificeerd en geregistreerd op het geboortebeslag.

10. Hoe kan een beslag geregistreerd worden?

Dat doe je met een registratieformulier dat beschikbaar is op de website van DGZ. Dit is een algemeen registratieformulier dat je chronologisch doorloopt. Bij de pagina’s van de verschillende diersoorten, dient enkel het luik voor kameelachtigen ingevuld te worden. Het ingevulde formulier bezorg je aan DGZ (via mail: helpdesk@dgz.be, post: Industrielaan 29 – 8820 Torhout of fax 078 05 23 23. Vervolgens zal DGZ de registratie vervolledigen in Sanitel en jou een beslagfiche bezorgen. Deze beslagfiche bevat alle gegevens van jouw beslag en kan je nadien ook gebruiken om wijzigingen over locatie, activiteit of sanitair verantwoordelijke te melden.

11. Wat is een beslagregister en wat moet hierin worden bijhouden?

Per beslag is het verplicht een beslagregister bij te houden. In een beslagregister dient men gegevens te noteren over geboorte (pas op moment van eerste merking), sterfte, aankoop, verkoop en (her)merking. Het beslagregister wordt bijgehouden op papier of op elektronische wijze en elke gebeurtenis dient aangevuld te worden binnen de 7 dagen. Een registermodel, goedgekeurd door het FAVV, is beschikbaar bij DGZ en wordt meegestuurd met de beslagfiche. Het beslagregister moet beschikbaar zijn bij controle en dient gedurende 3 jaar bewaard te worden.

12. Moet een beslagregister op papier bijgehouden worden of mag dit ook elektronisch?

Het beslagregister mag elektronisch worden bijgehouden op voorwaarde dat het voldoet aan het model dat door DGZ ter beschikking wordt gesteld. Bij controle moet het beslagregister beschikbaar zijn en net als de papieren versie moet ook de elektronische gedurende 3 jaar bewaard worden.

13. Worden er dierziekten geregistreerd bij kameelachtigen?

Op dit moment zijn er geen gereglementeerde dierziektebestrijdingsprogramma’s voor kameelachtigen. In Sanitel worden er geen statuten van dierziekten toegekend aan kameelachtigen. Ook bij het verhandelen van kameelachtigen is het niet verplicht om dieren te testen op bepaalde dierziekten.

Indien er een aangifteplichtige ziekte (bv. tuberculose) wordt vastgesteld bij een kameelachtige worden er wel maatregelen genomen door het FAVV.

14. Zijn er bepaalde ziekten of symptomen van vermoedelijke ziekten verplicht aan te geven bij FAVV?

De dierenarts is het eerste aanspreekpunt bij een ziek dier of een vermoeden van ziekte. Als de dierenarts een aangifteplichtige ziekte vaststelt, zal hij de aangifte doen.

15. Kunnen dieren van een beslag en een dierenpark samen geplaatst worden?

Ook een dierenpark heeft een eigen beslagnummer. Het is verboden om dieren van verschillende inrichtingen (en dus met een verschillend beslagnummer) samen te huisvesten op stal of op een weide. 

16. Wat is de kostprijs voor het registreren van kameelachtigen?

Momenteel ligt deze kostprijs nog niet vast. De jaarlijkse retributie voor schapen en geiten bedraagt op vandaag 13,78 €. Eenmaal vastgelegd in het KB zal er ook een jaarlijkse retributie voor de kameelachtigen geïnd worden. Daarboven komt nog de kost voor de aankoop van oormerken of het plaatsen van transponders, eventuele registraties die je door DGZ zou laten uitvoeren,… 

17. Zijn er kosten verbonden aan het registreren van de bewegingen van kameelachtigen?

De registratieplicht van het verplaatsingsdocument ligt bij diegene die het vervoer uitvoert. Indien de vervoerder dit registreert via Veeportaal is hier geen kost aan verbonden. Wanneer er beroep wordt gedaan op DGZ om dit voor de vervoerder in Sanitel te registreren wordt er wel een verwerkingskost aangerekend.   

18. Is de databank van AAB (Alpaca Association Benelux) vergelijkbaar met Sanitel?

AAB is een vereniging die de houders van Alpaca’s vertegenwoordigd en een databank bijhoudt van de dieren van zijn leden. Echter, alle dieren dienen ook verplicht geregistreerd te worden in Sanitel. Elke houder van kameelachtigen dient dus een beslag te laten registreren in de Saniteldatabank, maar is daarom niet noodzakelijk lid van AAB.

19. Moet er voor kameelachtigen een geneesmiddelenregister worden bijgehouden?

Neen, tot op vandaag is dit niet wettelijk verplicht.

20. Mogen schapen en kameelachtigen van éénzelfde inrichting op dezelfde weide worden gehouden?

Binnen één inrichting (eenzelfde beslagadres) mogen dieren van verschillende beslagen (bv. de schapen en de kameelachtigen van diezelfde inrichting) bij elkaar geplaatst worden. Van zodra het dieren van verschillende inrichtingen (dus verschillend beslagadres) zijn, mogen deze niet samen gehuisvest worden op stal of op een weide. 

Identificatie

1. Hoe kunnen kameelachtigen worden geïdentificeerd?

Erkende identificatiemiddelen bij kameelachtigen zijn injecteerbare transponders (te plaatsen door een dierenarts) of een visueel oormerk in beide oren. Oormerken zullen kunnen besteld worden bij DGZ (momenteel zijn deze nog niet bestelbaar voor kameelachtigen) en geplaatst worden door de veehouder. Let wel: als het dier zowel transponders als oormerken draagt, dienen beide identificatiemiddelen hetzelfde identificatienummer te hebben. 

2. Waarom dient de identificatie van kameelachtigen pas op 9 maanden te gebeuren en niet op 7 dagen?

Dat heeft te maken met de Europese diergezondheidswetgeving (Animal Health Law) die de uiterlijke leeftijdsgrens voor identificatie van kameelachtigen vastgelegd heeft op 9 maanden. Elke houder van kameelachtigen is vrij om zijn dieren op jongere leeftijd te identificeren en registreren. 

3. Moeten kameelachtigen die reeds aanwezig zijn ook geïdentificeerd worden? Hoe wordt hun leeftijd bepaald?

Ja, alle kameelachtigen moeten geïdentificeerd worden. Voor oudere dieren zal een inschatting van de leeftijd dienen te gebeuren, de dierenarts kan jou hier eventueel bij helpen.

5. Zijn alle identificatiemethoden toegelaten voor export naar het buitenland?

Ja, kameelachtigen geïdentificeerd met een transponder of met oormerken zijn allen waardig voor zowel de Belgische als Europese wetgeving en kunnen dus geëxporteerd worden.

6. Wat is het verschil tussen een conventioneel en een elektronisch oormerk?

Oormerken zijn steeds visuele identificatiemiddelen. Oormerken dragen een uniek identificatienummer dat kan afgelezen worden op het oormerk zelf. Een elektronisch oormerk bevat een transponder en kan bijkomend ook uitgelezen worden met een elektronische lezer.

7. Mogen oormerken voor schapen en geiten ook gebruikt worden voor kameelachtigen?

De beschikbare erkende types oormerken voor schapen en geiten zijn dezelfde als voor de kameelachtigen. Let wel: bestel de oormerken voor de kameelachtigen op het beslagnummer van de kameelachtigen.

8. Wat is het prijsverschil tussen oormerken en transponders?

Een transponder zal sowieso duurder zijn dan een oormerk aangezien een transponder door een dierenarts dient geplaatst te worden. Er is hiervoor geen wettelijk vastgelegd tarief voor dierenartsen. Een oormerk kan geplaatst worden door de veehouder. De tarieven van de oormerken zijn terug te vinden op de tarievenpagina op de website van DGZ

9. Hoe registreert de dierenarts de transponders?

Kameelachtigen moeten niet individueel worden opgenomen in Sanitel. De transpondernummer moet dus niet individueel worden geregistreerd. Over het beheer van het gebruik van transponders door dierenartsen en het leggen van de link tussen het transpondernummer en het beslag, wordt nog overlegd met de dierenartsen. Dit is geen bezorgdheid voor de houders van kameelachtigen.

10. Is er een norm voor de transponders?

De transponders die vandaag al in de handel zijn en worden gebruikt door de dierenartsen zijn ISO-genormeerd. Op korte termijn zal de Minister al de transponders die ISO-genormeerd zijn ook daadwerkelijk erkennen. Bron = ICAR ( https://www.icar.org/index.php/rfid-injectable/ )

11. Wat is de norm voor het plaatsen van een transponders?

De precieze plaats wordt niet vastgelegd in de wetgeving. Algemeen wordt bij dieren een transponder aan de linkerzijde van het dier geplaatst. Bij alpaca’s wordt de transponder meestal in de linker oorbasis geplaatst.

12. Hoelang gaan transponders mee?

Uit ervaring door het identificeren van paarden met transponders, is geweten dat transponders zelden vervangen moeten worden tijdens de levensloop van het paard.

13. Is in de code van de transponders een landcode noodzakelijk of is de fabrikantencode voldoende als uniek identificatienummer?

De ISO-norm verplicht de fabrikantencode. Vanaf dat de Minister de transponders voor België zal erkennen, wordt de landencode verplicht. Dieren die gemerkt werden voor deze erkenning mogen hun transponders en identificatiecode behouden. Voorlopig kunnen dieren nog gemerkt worden met de transponders die nu in omloop zijn.

14. Wat is de deadline voor het identificeren en registreren van kameelachtigen?

De Wetgeving betreffende de identificatie en registratie van kameelachtigen treedt in voege vanaf 13 juni 2022. Het jaar 2022 zal beschouwd worden als een overgangsperiode waarin houders van kameelachtigen zullen gesensibiliseerd worden om hun dieren te identificeren en te registreren.

15. Krijgen kameelachtigen met een transponder een paspoort?

Neen, dit is niet het geval. Alleen paarden, honden en katten hebben een paspoort.

16. Hoe kan de aanwezigheid van een transponder gecontroleerd worden bij het verhandelen van kameelachtigen?

De aanwezigheid van een transponder kan enkel gecontroleerd worden met een lezer. Als er geen lezer beschikbaar is, kan de verkoper de aanwezigheid aantonen aan de hand van het registratiedocument of met een identificatie-attest van de dierenarts die het dier heeft geïdentificeerd. Ook heel wat dierenartsen beschikken al over een lezer. 

Verplaatsing

1. Is er een standaard verplaatsingsdocument beschikbaar?

Ja, een standaard verplaatsingsdocument (voor schapen, geiten en herten maar ook bruikbaar voor kameelachtigen) is beschikbaar op de DGZ-website. Dit document is goedgekeurd door FAVV.

2. Wanneer moet er een verplaatsingsdocument worden opgemaakt?

Bij elke verplaatsing van kameelachtigen dient een verplaatsingsdocument opgemaakt te worden, met uitzondering van verplaatsingen in kader van de bedrijfsvoering (bv. verplaatsen naar een weide, therapiebezoek in instelling,...). De bedoeling van het verplaatsingsdocument is om de herkomst en bestemming van dieren te registreren zodat de contacten tussen de inrichtingen gekend zijn.

Volgende voorbeelden van verplaatsingen vereisen wél de opmaak en registratie van een verplaatsingsdocument:

  • Verplaatsing van alpaca’s tussen verschillende inrichtingen/beslagen
  • Verblijf in een dierenkliniek, niet bij visite.
  • Bij elke deelname aan een verzameling (commercieel of niet-commercieel). Een verzameling (bv. jaarmarkt) is een gekende inrichting in Sanitel en heeft een inrichtingsnummer van bestemming. Voor een niet-commerciële verzameling (bv. show, prijskamp) is het voldoende dat de verantwoordelijke van de verzameling het verplaatsingsdocument als retour afstempelt.
  • Verplaatsing van een hengst naar een ander beslag voor dekking en meteen terug mee naar het eigen beslag. De hengst hoeft in dit geval niet ingeschreven worden in het beslagregister van het ander beslag.

3. Wie is verantwoordelijk voor de opmaak van het verplaatsingsdocument?

De vervoerder (kan de houder of een professioneel vervoerder zijn) maakt een verplaatsingsdocument (opgesteld voor schapen, geiten en herten maar ook bruikbaar voor kameelachtigen) op en bezorgt een kopie van dit document aan zowel de verantwoordelijke van de laad- als de losplaats binnen de 7 dagen na het transport. Dit document dient door de laad- en losplaats bewaard te worden bij het beslagregister. De vervoerder zelf is er verantwoordelijk voor dat de data geregistreerd wordt in Sanitel. Hij kan dit zelf elektronisch registreren in Veeportaal of hij kan het document aan DGZ bezorgen, die dan tegen een vergoeding de registratie in orde brengt. Ook de houder van de laad- of losplaats dient dit document op fouten na te zien en eventuele fouten te melden aan DGZ. Niettegenstaande de vervoerder het document dient op te maken, is de houder van de laad- of losplaats ook medeverantwoordelijk door het opeisen van het document.

Let wel: op dit moment kun je zelf nog geen registraties uitvoeren via Veeportaal en kun je hiervoor terecht bij DGZ die dit voor jou in orde brengt.

4. Kan een dier verplaatst worden naar een koper zonder beslagnummer?

Neen,  er dient eerst een beslagnummer te worden aangevraagd voor een dier kan worden aangekocht.

5. Kunnen kameelachtigen verplaatst worden tussen verschillende weides?

Ja, het beslag is geregistreerd op het adres van de inrichting, wat beschouwd wordt als de uitvalsbasis voor de activiteiten met de dieren. En bij een inrichting kunnen verschillende weides horen. De verplaatsing naar en tussen weiden die behoren tot dezelfde inrichting kan gebeuren zonder administratieve verplichtingen.

6. Welke documenten zijn nodig bij export van dieren naar het buitenland?

Bij het vervoeren van dieren naar het buitenland is er een dierengezondheidscertificaat vereist. Dit document vervangt het verplaatsingsdocument en kan enkel bekomen worden na een dierengezondheidsonderzoek door een dierenarts van het FAVV. Bij het opstellen van het certificaat wordt de export geregistreerd in TRACES (= databank voor de certificatie).

Bij elke grensoverschrijdende verplaatsing moet de vervoerder over een dierengezondheidscertificaat beschikken. De aanvraag daarvoor gebeurt bij de Lokale controleeenheden van het FAVV (LCE).

7. Kan openbare dekdienst in het buitenland? En zo ja, welke documenten zijn hiervoor nodig?

De regels voor grensoverschrijdende verplaatsingen met hoefdieren zijn zeer strikt en worden bepaald door de Europese diergezondheidswet. Deze regels maken het onmogelijk om grensoverschrijdend de openbare dekdienst aan te bieden. 

8. Bestaat er een lijst van vervoerders van kameelachtigen?

Er is bij het FAVV geen lijst van toegelaten vervoerders beschikbaar. Heel wat regels inzake het vervoer van dieren behoren ook tot de bevoegdheid van de gewesten. Voor Vlaanderen, zie: https://www.vlaanderen.be/dieren-transporteren

9. Kunnen kameelachtigen worden ingevoerd vanuit buitenland?

De regels voor invoer van hoefdieren uit derde landen is heel strikt geregeld door de Europese diergezondheidswet. Indien je plannen zou hebben om dieren in te voeren, dien je eerst grondig te informeren bij het FAVV. 

15-decembertelling

1. Wat is de 15-decembertelling?

Dit is een jaarlijkse telling van het aantal kameelachtigen die in een beslag aanwezig zijn, meer bepaald: het totaal aantal geïdentificeerde dieren en daarvan het aantal vrouwelijke dieren van 9 maand of ouder. Deze telling dient dus jaarlijks te gebeuren, tussen 15 en 31 december. Deze tellingsgegevens kun je zelf registreren via Veeportaal of via DGZ (er wordt dan wel een registratiekost aangerekend). DGZ houdt al haar klanten op de hoogte van de 15-decembertelling door tijdig een herinnering te sturen via mail herinnerd aan.

2. Welke dieren moeten geteld worden bij de 15-decembertelling?

Het totaal aantal geïdentificeerde dieren en daarvan het aantal vrouwelijke dieren van 9 maand of ouder. 

3. Moeten de transponders worden gecheckt bij de 15-decembertelling?

Er is geen verplichting om de transponders uit te lezen voor de telling, maar de aantallen van de geïdentificeerde dieren moeten wel geregistreerd worden.

Allerlei

1. Worden er NERDS (nutriënten) toegekend aan alpaca’s?

DGZ vroeg dit na bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en op vandaag is er geen mestwetgeving voor de kameelachtigen. Het kan natuurlijk altijd dat er in de toekomst bij een volgend mestactieplan wel meer diersoorten meegenomen worden, maar verwacht de VLM dit niet meteen.

2. Hoeveel alpaca’s mogen gehouden worden per hectare in kader van de Mestbank?

DGZ vroeg dit na bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en op vandaag is dit niet bepaald omdat er geen mestwetgeving bestaat voor de kameelachtigen. Het kan natuurlijk altijd dat deze diersoort bij een volgend mestactieplan wel meegenomen wordt, maar de VLM verwacht dit niet meteen.

3. Kunnen kameelachtigen die in Sanitel geregistreerd zijn ook in de voedselketen terecht komen?

Tot op heden kent het FAVV geen activiteit met kameelachtigen in de voedselketen. Echter, wie dit doet of zou willen doen, is gehouden aan al de wetgeving en normen met betrekking tot de voedselketen en ook de diergeneesmiddelenwetgeving. De Identificatie en registratie in Sanitel heeft als grootste doel de traceerbaarheid van dieren voor de opvolging, bewaking en bestrijding van dierziekten. Veehouders die activiteiten in de voedselketen met kameelachtigen wensen op te starten, dienen eerst grondig te informeren bij het FAVV.

4. Worden alpaca's beschouwd als gezelschapsdier? Ook als ze gehouden worden voor de wolproductie?

Kameelachtigen waaronder alpaca's zijn hoefdieren. Volgens de Europese diergezondheidswet kunnen hoefdieren nooit aanzien worden als gezelschapsdier, maar ze kunnen wel gehouden worden voor recreatieve doeleinden. Daaronder vallen de pure hobbyhouderij, maar ook de wolproductie. Dit zijn op zich geen activiteiten in de voedselketen. 

5. Wordt een dood dier gratis opgehaald door Rendac?

DGZ vroeg dit na bij Rendac. Kameelachtigen worden door Rendac en OVAM beschouwd als landbouwhuisdier, de ophaling is bijgevolg kosteloos voor de aanvrager.

6. Moet een dood dier verplicht worden opgehaald door DGZ?

Neen, de ophaler voor dode dieren is Rendac (erkend ophaler). Enkel wanneer de houder in overleg met zijn dierenarts een autopsie wenst, kan DGZ gecontacteerd worden om het dier op te halen.

7. Waar kan men terecht met vragen rond kameelachtigen?

Met al je vragen voor ondersteuning en begeleiding bij identificatie en registratie kun je bij DGZ terecht. Met vragen rond de wetgeving, kan je bij de Lokale controleeenheden (LCE) van FAVV terecht.

8. Wat zijn de maatregelen als een houder niet in orde is met de wetgeving?

Het FAVV is bevoegd voor de controle op het houden van dieren. Indien wordt vastgesteld dat een houder in overtreding is met de regelgeving inzake de identificatie en registratie van dieren, dan kan het FAVV een aantal maatregelen uitvoeren of sancties opleggen die afhankelijk zijn van de aard van de overtreding. 

9. Hoe gebruik je Veeportaal voor je registraties?

De handleidingen voor het gebruik van Veeportaal staan op de DGZ-website.

Let wel: op dit moment kun je zelf nog geen registraties uitvoeren en kun je hiervoor terecht bij DGZ die dit voor jou in orde brengt.

10. Zijn er specifieke eisen voor een schuur/schuilplaats (bv. dicht langs drie kanten of anders)?

Specifieke wettelijke eisen op vlak van huisvesting valt onder de bevoegdheid van dierenwelzijn. Op www.huisdierinfo.be kan je wel nalezen wat de behoeften zijn qua huisvesting voor alpaca’s, lama’s,…