Salmonella in de omgeving van veehouderijen (SALMENVI)
Hoewel de prevalentie van Salmonella in de pluimveesector sterk is gedaald, blijven sporadische besmettingen optreden zonder duidelijke bron. Het SALMENVI-project onderzoekt in welke mate de omgeving van veehouderijen – zoals erf, materialen, ongedierte en wilde dieren – een rol speelt bij de introductie van Salmonella. Door gerichte bemonstering en analyse wil het project bijdragen aan gerichtere bioveiligheidsmaatregelen en verdere reductie van besmettingen.
Achtergrond
Salmonellose blijft een belangrijke zoönotische aandoening en is op Europees niveau één van de meest voorkomende voedseltoxi-infecties. In België heeft een langdurig controle- en vaccinatieprogramma geleid tot een sterke daling van Salmonella bij pluimvee. Toch stagneert deze daling de laatste jaren en worden nog sporadisch besmettingen vastgesteld bij vermeerderingspluimvee, legkippen en braadkippen.

Opvallend is dat deze introducties soms plaatsvinden op bedrijven met een hoge bioveiligheid. Dit wijst erop dat de bron niet altijd binnen het bedrijf zelf ligt. De omgeving van het bedrijf – zoals het erf, schoeisel, materialen, transportmiddelen, ongedierte, wilde dieren en strooisel – wordt daarom als mogelijke besmettingsbron beschouwd. Over de aanwezigheid en rol van Salmonella in deze omgeving zijn echter weinig recente gegevens beschikbaar.
Doelstellingen
Het SALMENVI-project heeft als doel om meer inzicht te krijgen in de rol van de omgeving bij de verspreiding van Salmonella. Concreet richt het project zich op:
- Het verzamelen van gegevens over de aanwezigheid van Salmonella in de omgeving van veehouderijen én in natuurlijke milieus, in heel België,
- Het uitvoeren van voldoende, zo representatief mogelijke bemonstering van zowel dierlijke bronnen (zoals knaagdieren, vogels, insecten en gezelschapsdieren) als omgevingsmaterialen (zoals het erf van veehouderijen of banden van voertuigen voor vervoer van dieren en veevoeder),
- Het bepalen van het serotype en het profiel van antimicrobiële resistentie van de geïsoleerde Salmonellastammen, onder andere via Whole Genome Sequencing (WGS), om vergelijking met isolaten uit mensen, pluimvee, varkens, voeding en veevoeder mogelijk te maken,
- Het onderzoeken of Salmonella via de lucht (aërogeen) in stallen kan worden binnengebracht,
- Het formuleren van gerichte aanbevelingen om introductie van Salmonella vanuit de omgeving te voorkomen.
Aanpak
Binnen het project worden stalen verzameld verspreid over het volledige Belgische grondgebied. Zowel dierlijke als niet-dierlijke bronnen worden onderzocht om een zo representatief mogelijk beeld te krijgen van de aanwezigheid van Salmonella in de omgeving.
De geïsoleerde stammen worden verder geanalyseerd op serotype en antimicrobiële resistentie. Door gebruik te maken van geavanceerde technieken zoals Whole Genome Sequencing kan een gedetailleerde vergelijking gemaakt worden met andere relevante isolaten.
Relevantie voor de sector
Door beter te begrijpen hoe Salmonella zich buiten de stal verspreidt en mogelijk opnieuw wordt geïntroduceerd, kan het SALMENVI-project bijdragen aan:
- verfijning van bestaande bioveiligheidsmaatregelen
- gerichtere preventiestrategieën
- verdere reductie van Salmonella in de pluimvee- en varkenssector
Dit is essentieel om de vooruitgang van de afgelopen jaren te bestendigen en verdere daling van besmettingen mogelijk te maken.
De projectpartners
