078 05 05 23

In een nieuw onderzoeksproject willen we de Belgische pluimveesector helpen om een zo efficiënt mogelijke vaccinatiestrategie toe te passen tegen de ziekte van Newcastle (Newcastle Disease of NCD). De informatie die we zullen verzamelen binnen het project zal gebundeld worden tot een praktische handleiding. Deze handleiding zal de pluimveeveehouder helpen om zijn vaccinatiemanagement te optimaliseren. Zo willen we de pluimveehouderij behoeden voor uitbraken of onopgemerkte circulatie van NCD. Dit project is een samenwerking tussen Sciensano, DGZ, Arsia en CER Groupe en wordt gefinancierd door FOD volksgezondheid.

> Meer informatie over de ziekte van Newcastle (NCD)

 
Uitbraken ondanks vaccinatie: hoe kunnen we dit voorkomen?
 

De ziekte van Newcastle (NCD) is een zeer besmettelijke aandoening bij pluimvee die grote economische schade kan aanrichten. Niet alleen door sterfte van de dieren en legdaling, maar ook door handelsbeperkingen. België was meer dan 20 jaar vrij van deze aangifteplichtige ziekte. Ondanks de verplichte vaccinatie werden we echter in 2018 geconfronteerd met een uitbraak van NCD en dit zowel bij hobbydieren als in de professionele pluimveehouderij. Verder onderzoek naar aanleiding van deze uitbraak bracht een meer uitgebreide circulatie van het virus binnen de pluimveehouderij aan het licht. Hoe kon dit onopgemerkt gebeuren in een volledige gevaccineerde populatie en wat kunnen we doen om dit in de toekomst te vermijden? In dit nieuw onderzoeksproject proberen we antwoorden en oplossingen te vinden. 

De oorzaak voor de onopgemerkte spreiding van NCD in de Belgische pluimveehouderij wordt geweten aan een onvoldoende effect van vaccinatie. Dit zorgt ervoor dat de dieren wel beschermd zijn tegen het ontwikkelen van symptomen, maar dat ze het virus toch nog kunnen verspreiden. Zo kan het virus onopgemerkt circuleren op de bedrijven. Verschillende factoren kunnen de oorzaak zijn van deze suboptimale vaccinatie. Elk van die oorzaken willen we in het project onder de loep nemen en een oplossing voor aanbieden.

 

Aanpak van het project
 

Er zijn een aantal praktische factoren die het vaccineren bemoeilijken. Vaccineren van zeer grote groepen dieren zoals in de pluimveesector het geval is, is niet altijd makkelijk te organiseren. Bovendien wordt de werkzaamheid van het vaccin bepaald door een groot aantal secundaire factoren zoals bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur, de aanwezigheid van andere besmettingen en menselijke handelingen. Deze zaken kunnen ervoor zorgen dat niet alle dieren correct gevaccineerd worden waardoor de graad van bescherming tegen NCD binnen een toom kan variëren.

> Het project wil hier verandering in brengen en de pluimveehouders helpen om een zo optimaal en uniform mogelijke bescherming te bekomen. Om inzicht te krijgen in de belangrijkste praktische obstakels waar men in de praktijk mee te maken krijgt, zullen we luisteren naar de ervaringen van pluimveehouders zelf en hun bedrijfsdierenarts. Op die manier willen we kritische punten identificeren en tot praktisch haalbare oplossingen komen die zullen leiden tot een meer efficiënt vaccinatiemanagement. Deze info wordt een eerste onderdeel van de praktische handleiding.

Welk vaccinatieschema gebruik jij? Vertel het ons in deze korte bevraging.

 

Een tweede factor die mede de oorzaak kan zijn van onvoldoende bescherming na vaccinatie is de interferentie met maternale antistoffen. Tussen het wegvallen van de maternale immuniteit en de opbouw van de actieve immuniteit als gevolg van vaccinatie ligt een periode waarin de dieren onvoldoende beschermd zijn.

> In het project gaan we op zoek naar het meest geschikte vaccinatieprotocol om deze periode van onvoldoende bescherming zo kort mogelijk te houden. Hiervoor zal het project enerzijds het effect van de huidige protocollen nagaan en anderzijds alternatieve vaccinatieprotocollen uittesten. Deze alternatieve protocollen zullen onder andere worden gebaseerd op vaccinatieschema’s die reeds succesvol worden toegepast in andere Europese landen. Ook deze info zal worden opgenomen in de handleiding. Hiermee wil het project de pluimveehouder helpen om naast een goed vaccinatiemanagement ook een zo optimaal mogelijk vaccinatieschema toe te kunnen passen.

 

Tot slot: de virusstammen die gebruikt worden in de vaccins dateren al van de jaren ‘60. En dat terwijl de virusstammen in het veld wél geëvolueerd zijn. Hierdoor biedt vaccinatie mogelijk onvoldoende bescherming tegen de huidige circulerende veldstammen.

> Het project zal uitzoeken of het gebruik van vaccinstammen die sterker lijken op de huidige veldstammen een betere bescherming kunnen bieden tegen infectie en circulatie van het virus. Bijkomend zal ook getracht worden om vaccins te generen die snel en eenvoudig aanpasbaar zijn. We kunnen namelijk niet voorspellen met welke stammen we in de toekomst te maken zullen krijgen. Indien er dan een nieuwe stam opduikt die voor uitbraken zorgt, kan het vaccin snel aangepast worden en als noodvaccin ingezet worden om de uitbraak in te dijken.