Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

 

Hoe jonger de dieren hoe gevoeliger voor infecties, pasgeboren biggen in de kraamstal zijn dus de meest gevoelige diergroep op een varkensbedrijf. Om spreiding van infecties van zeug naar big en tussen tomen biggen onderling te beperken, kun je volgende maatregelen nemen:

  • Was zeugen vooraleer ze te verhuizen naar de kraamstal. Op die manier wordt het risico op overdracht van ziektekiemen via de huid en uier van de zeug naar haar biggen beperkt.
  • Zorg dat elke big voldoende biest kan opnemen bij voorkeur bij de eigen moederzeug, verleg daarom ten vroegste 12 uur na werpen.
  • Verleg zo weinig mogelijk, enkel indien dit strikt noodzakelijk is en binnen de 48 uur na werpen.
  • Beperk het aantal behandelingen/manipulaties bij de biggen in het kraamhok.
  • Manipuleer eerst de gezonde tomen en dan pas eventuele zieke tomen.
  • Gebruik per toom een nieuwe naald.
  • Maak bij chirurgische castratie gebruik van twee mesjes waarbij telkens één mesje in de ontsmetting wordt geplaatst.
  • Speen de biggen niet te vroeg. Alhoewel het onder bepaalde voorwaarden wettelijk is toegelaten, is het niet optimaal om biggen op 21 dagen leeftijd te spenen. Door ze op latere leeftijd te spenen, krijg je gezondere en meer weerbare dieren die minder geneesmiddelen nodig hebben.
  • Werk strikt all-in/all-out per kraamafdeling.
  • Reinig en ontsmet de kraamstal na elke ronde (zie pagina Reinigen en ontsmetten).