Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

  
Om te kunnen deelnemen, is het een basisvoorwaarde dat alle dieren van het beslag correct geïdentificeerd en geregistreerd zijn (zie identificatie & registratie).
  

Stap 1: Opmaak verbintenis
 

Als eerste stap maakt de verantwoordelijke schapen- of geitenhouder een schriftelijke verbintenis op. In deze verbintenis duid je een dierenarts aan die belast is met de bloedstaalnamen voor het serologisch onderzoek en de controle van de inventaris, zolang je aan het bestrijdingsprogramma deelneemt.

De dierenarts plaatst zijn stempel en handtekening voor akkoord op de verbintenis.

Dit document dien je, samen met een kopie van het Sanitelregister, in bij het LCE van het FAVV.

Vanaf het moment dat de verbintenis is ondertekend, geldt het volgende:

  • De beslagverantwoordelijke houdt een inventaris bij met alle sanitaire informatie over de dieren van het beslag en past dit aan telkens als er een dier toegevoegd of verwijderd wordt. In de praktijk kan je hiervoor het register van het beslag gebruiken.
  • Er mogen enkel nog dieren afkomstig van een geattesteerd vrij beslag aan het beslag toegevoegd worden. 
  • Geen enkel dier uit het beslag mag deelnemen aan verzamelingen (prijskamp, tentoonstelling…) zolang het attest niet verworven is. Dieren van een geattesteerd vrij beslag mogen enkel deelnemen aan verzamelingen waar uitsluitend dieren van geattesteerd vrije beslagen aan deelnemen. De schapen- of geitenhouder van een geattesteerd vrij beslag houdt ook een tabel bij van alle verzamelingen waaraan hij met één of meer van de dieren heeft deelgenomen.
      

Stap 2: Laboratoriumonderzoek
 

Nadat je de verbintenis hebt ingediend, laat je op het beslag tweemaal een laboratoriumonderzoek uitvoeren:

  • 1ste onderzoek:
    Je laat bloedmonsters nemen bij alle dieren ouder dan 12 maanden* en die worden naar het laboratorium gestuurd voor een ELISA-test op antistoffen**.
  • 2de onderzoek:
    Minstens 6 maanden en maximaal 12 maanden na de eerste monstername worden alle dieren ouder dan 12 maanden* nog eens bemonsterd en onderzocht**. Dit geldt ook voor de ondertussen aangekochte dieren.
    Uitzondering:
    Heb je een nieuw beslag met enkel geattesteerd vrije dieren? Dan volstaat een eenmalig onderzoek van alle dieren ouder dan 12 maanden om het attest te behalen.
      

Stap 3: Attest aanvragen
 

Als alle dieren in deze twee onderzoeken een negatief testresultaat hebben, dan kan je bij de het LCE een attest CAE-/Zwoegervrij aanvragen.

Je verstuurt de aanvraag binnen de 4 weken na ontvangst van de (laatste) onderzoeksresultaten en voegt volgende stukken toe:

  • een kopie van alle laboratoriumuitslagen
  • een kopie van de volledig bijgewerkte inventaris, ondertekend en afgestempeld door de dierenarts.

Vervolgens ontvang je een attest dat 1 jaar geldig is. 


* Alle dieren die ouder zijn dan 12 maanden op het moment van de monstername. De nodige bloedstalen dienen steeds genomen te worden door de dierenarts die mee de schriftelijke verbintenis heeft ondertekend.

** Opmerking aanvraagformulier:
Vermeld op het analyse-aanvraagformulier duidelijk de reden van het onderzoek.
Dit kan als volgt:

  • Op pagina 1 kruis je bij ‘Reden onderzoek’ ‘Certificering’
  • Bij ‘(2) Specificeer’ noteer je één van volgende motieven:
    >  Verwerving bilan 1
    >  Verwerving bilan 2
    >  Hercontrole positieve ELISA-test