Voor Veeportaal en DGZ Online: klik op 'MIJN DGZ'

078 05 05 23

 

Het ideale tijdstip om een grondige reiniging en ontsmetting uit te voeren, is wanneer er geen dieren (meer) aanwezig zijn en vóór de stal of het hok opnieuw bezet wordt.

Vooral in ruimtes waar jonge en dus gevoelige dieren staan – zoals kalverhutjes en de jongveeafdeling – is reinigen en ontsmetten van groot belang. Dit geldt eveneens voor de afkalfbox en de ziekenboeg. Reinig en ontsmet deze plaatsen bij voorkeur na elk gebruik.

Reinig niet alleen de stallen of plaatsen waar de dieren verblijven, maar reinig ook:

  • Het materiaal na gebruik;
  • De kadaverplaats na elke ophaling;
  • Het erf na het verplaatsen van dieren en de passage van voertuigen;
  • De diertransportwagen na elk diervervoer.

Reinig en ontsmet volgens onderstaand protocol

  • Droog reinigen

Start met een droge reiniging (met schop en borstel) om het zaagsel en het meeste losliggend vuil te verwijderen. Een grondige uitvoering van deze eerste stap levert in de volgende stappen een besparing van tijd en water op.

  • Inweken

Pak het vastzittend vuil aan met behulp van een inweekmiddel. Zo wordt het vuil losgeweekt en zal de natte reiniging efficiënter verlopen.

  • Hoofdwas

Reinig met hoge druk om al het aanwezige vuil te verwijderen. Na deze reiniging moet alles visueel proper zijn.

  • Spoelen

Spoel na om alles volledig proper te krijgen en een optimaal effect te hebben van de ontsmetting.

  • Opdrogen

Laat de vloer na reiniging opdrogen zodat deze plasvrij is alvorens te worden ontsmet. Indien er nog te veel water aanwezig is, zal het ontsmettingsmiddel te veel verdund worden waardoor het zijn werking verliest.

  • Ontsmetten

Ontsmet met een erkend ontsmettingsmiddel en respecteer de gebruiksvoorschriften van het ontsmettingsmiddel. Belangrijk zijn onder andere de concentratie, de hoeveelheid, de contacttijd en de temperatuur.

  • Naspoelen

Spoel de resten van het ontsmettingsmiddel weg met water van drinkwaterkwaliteit.

  • Leegstand

Voorzie na reinigen en ontsmetten een periode van leegstand van 1 week. Tijdens deze periode kan alles volledig opdrogen en zal het aantal kiemen verder afnemen. Dit is misschien niet altijd mogelijk, maar probeer dit wel zo veel mogelijk toe te passen.

  • Controle

Controleer met behulp van afdrukplaatjes of hygiënogrammen hoeveel kiemen er achtergebleven zijn. Zo kom je te weten of het reinigen en ontsmetten effectief was.