078 05 05 23

ℹ️ De informatie op deze pagina werd geactualiseerd naar aanleiding van het nieuwe ministerieel besluit van 21 mei 2026 rond IBR bij afmestbeslagen (meer info hierover in dit document (pdf)).

Het IBR-programma, dat loopt sinds 2007 en verplicht is sinds 2012, is er gekomen op vraag van de landbouwsector. Het wordt gecoördineerd door de FOD Volksgezondheid en financieel ondersteund door het sanitair fonds Runderen. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) controleert de naleving van de maatregelen. De verenigingen DGZ en ARSIA zorgen voor de praktische uitrol op het bedrijf.

Sinds 2014 is het Belgische IBR-programma erkend door Europa. Hierdoor kan België verhinderen dat IBR-besmette runderen uit niet-vrije lidstaten worden binnengebracht. Een nieuwe belangrijke stap volgde in april 2021 toen de nieuwe Europese dierengezondsheidswet ‘Animal Health Law’ (AHL) in voege trad. Naar aanleiding van deze wet kreeg elk Belgisch rundveebeslag een IBR-statuut.

Hieronder vind je een overzicht van de IBR-statuten en hun onderverdelingen:

- IBR-VRIJ
- IBR gE negatief
- IBR-besmet
- Meer vragen over IBR
- Meer over de ziekte IBR

Binnen deze statuten wordt een onderscheid gemaakt tussen conventionele beslagen en afmestbeslagen. Een samenvatting van de belangrijkste verschillen tussen die twee types vind je hieronder.

  AFMESTBESLAG CONVENTIONEEL BESLAG
VERBLIJFSDUUR DIEREN Max. 24 maanden Geen maximale verblijfsduur
GEBOORTES TOEGELATEN Nee Ja
WEIDEGANG TOEGELATEN Nee Ja
AFVOER VAN RUNDEREN Enkel rechtstreeks naar slachthuis Handel naar andere bedrijven mogelijk
DOORGROEI NAAR NIEUW STATUUT Tussenoplossing: op korte termijn is verdere doorgroei verplicht Enkel naar een nieuw statuut (I3 of I4)

IBR-VRIJ

Dit is het hoogste statuut. Een bedrijf met een IBR-vrij statuut is officieel vrij van IBR. Dit betekent dat alle runderen van het beslag seronegatief zijn voor het wildvirus, en er dus geen dragers meer aanwezig zijn.

Vaccinatie van de runderen is niet toegestaan. Toch kunnen er op sommige van deze bedrijven nog gevaccineerde runderen aanwezig zijn. Daarom maken we bij de IBR-VRIJ statuten van conventionele beslagen nog een onderscheid tussen:

- I4-6-bedrijven, waar geen gevaccineerde runderen aanwezig zijn, en

- I4-5-bedrijven, waar mogelijk nog gevaccineerde runderen aanwezig zijn.

Dieren van een conventioneel IBR-VRIJ beslag kunnen deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

- IBR-vrije afmestbeslagen krijgen het statuut I4-8.

Ik heb een conventioneel beslag met statuut IBR-VRIJ (zonder gevaccineerde runderen) (I4-6)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-6?

Opvolging via bloedbemonstering:

Beslagen die al langer voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen, jaarlijks een opdracht voor een steekproef. Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het totaal aantal dieren op jouw bedrijf. Grotere bedrijven zullen iets meer runderen moeten bemonsteren zodat ze voldoende zekerheid hebben over hun vrij statuut. Als echter minder dan de helft van de dieren ouder zijn dan 24 maanden, worden ook de dieren tussen 12 en 24 maanden opgenomen op de lijst van te bemonsteren dieren.

We hebben op een aparte pagina een overzicht van de aantallen verzameld.

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen ouder dan 24 maanden op het bedrijf zijn van het type melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Kies je voor opvolging via tankmelkonderzoek, dan wordt automatisch om de 7 à 9 weken een tankmelkstaal onderzocht op de aanwezigheid van IBR. Zo kan je het hele jaar door de gezondheidsstatus van jouw bedrijf monitoren.

Opvolging via de combinatie van bloedbemonstering en periodieke tankmelkonderzoeken:

Melkleverende bedrijven die een opvolging via tankmelkonderzoek wensen, maar niet voldoen aan de criteria van een overwegend melkleverend bedrijf, kunnen kiezen voor een combinatie van tankmelkonderzoek en bloedbemonstering:

  • Je neemt deel aan de periodieke tankmelkonderzoeken.
  • Daarnaast ontvang je jaarlijks een opdracht voor een steekproef bij de niet-melkleverende runderen.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ statuut I4-6 kan je runderen verkopen aan alle andere beslagen.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of IBR gE NEG. Let wel: de dieren mogen nog nooit gevaccineerd zijn (gB-negatief).

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Ik heb een conventioneel beslag met statuut IBR-VRIJ (met mogelijk aanwezigheid van gevaccineerde runderen) (I4-5)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-5?

Opvolging via bloedbemonstering:

Beslagen die al langer voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen jaarlijks een opdracht voor een steekproef. Grotere bedrijven zullen iets meer runderen moeten bemonsteren zodat ze voldoende zekerheid hebben over hun vrij statuut. 

Beslagen die recenter voldoen aan de voorwaarden voor een IBR-VRIJ statuut, ontvangen ook jaarlijks een opvolgingstest voor alle runderen ouder dan 24 maanden. Nadien wordt dit een jaarlijkse steekproef (zie hierboven). Als echter minder dan de helft van de dieren ouder zijn dan 24 maanden, zullen ook de dieren tussen 12 en 24 maanden worden opgenomen in de lijst van te bemonsteren dieren.

Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben op een aparte pagina een overzicht van de aantallen verzameld.

Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen ouder dan 24 maanden op het bedrijf zijn van het type melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.

Kies je voor opvolging via tankmelkonderzoek, dan wordt automatisch om de 7 à 9 weken een tankmelkstaal onderzocht op de aanwezigheid van IBR. Zo kan je het hele jaar door de gezondheidsstatus van jouw bedrijf monitoren.

Opvolging via de combinatie van bloedbemonstering en periodieke tankmelkonderzoeken:

Melkleverende bedrijven die een opvolging via tankmelkonderzoek wensen, maar niet voldoen aan de criteria van een overwegend melkleverend bedrijf, kunnen kiezen voor een combinatie van tankmelkonderzoek en bloedbemonstering:

  • Je neemt deel aan de periodieke tankmelkonderzoeken
  • Daarnaast ontvang je jaarlijks een opdracht voor een steekproef bij de niet-melkleverende runderen.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ statuut I4-5 kan je runderen verkopen aan alle andere beslagen.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of statuut IBR gE negatief.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een beslag met een IBR-VRIJ statuut wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen er nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd.

Wil je toch nog blijven vaccineren?

Op bedrijven met een risico op IBR-insleep kan IBR-vaccinatie een bijkomende tool zijn naast bioveiligheid. Je bedrijfsdierenarts kan je helpen bij de keuze om wel of niet te vaccineren. Tot november 2027 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR.

Als je ervoor kiest om te vaccineren:

  • Je ontvangt het statuut "IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie)".
  • Je dierenarts meldt de vaccinatie in Veeportaal.
  • Jij brengt DGZ op de hoogte door ons het formulier ‘IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie’ ingevuld te bezorgen. Op dit formulier vind je de info over de wijze van opvolging en hoe je op termijn het statuut IBR-VRIJ kunt herwinnen.

Ik heb een afmestbeslag met statuut IBR-VRIJ (I4-8)

Hoe behoud ik het statuut IBR-VRIJ I4-8?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt een opdracht voor een 6-maandelijkse steekproef. DGZ bezorgt je hiervoor een bemonsteringslijst.
Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben op een aparte pagina een overzicht van de aantallen verzameld.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-VRIJ afmeststatuut (I4-8) kan je runderen enkel rechtstreeks naar het slachthuis afvoeren.

Je kan aankopen van conventionele beslagen met statuut IBR-VRIJ. Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-VRIJ statuut wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen er nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd.

Wil je toch nog blijven vaccineren?

Tot november 2027 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR. 
Kies je hiervoor?

  • Breng dan DGZ schriftelijk op de hoogte.
  • Je ontvangt het statuut "IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie)".
  • Je dierenarts meldt de vaccinatie in Veeportaal.

IBR gE NEGATIEF

Binnen dit statuut wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijven die al dan niet vaccineren, en tussen conventionele beslagen en afmestbeslagen:

- Bedrijven met een IBR gE negatief statuut in transitie, zonder vaccinatie. Dit is een transitie-statuut voor bedrijven die ervoor kiezen om te stoppen met vaccineren. Twee jaar na het stoppen met vaccineren kan je doorgroeien naar het IBR-VRIJ-statuut. Binnen deze categorie zijn er twee types: 

  • Conventioneel beslag I3-6
  • Afmestbeslag I3-86

- Bedrijven met een IBR gE negatief statuut met behoud van vaccinatie. Alle runderen van dit type beslag zijn seronegatief voor het wildvirus, en er wordt nog steeds gevaccineerd. Ook binnen deze categorie zijn er twee types: 

  • Conventioneel beslag I3-5
  • Afmestbeslag I3-8

Ik heb een conventioneel beslag met statuut IBR gE negatief (in transitie, geen vaccinatie) (I3-6)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief (I3-6)

Dit statuut hou je voor minimum 2 jaar en er zijn 2 opties voor opvolging:

  • Opvolging via bloedonderzoek:

Als je beroep doet op bloedonderzoek, ontvang je een opdracht voor een bemonstering, waarbij je jaarlijks een volledige screening uitvoert van alle dieren ouder dan 12 maanden. Je krijgt hiervoor een bemonsteringslijst van DGZ.

  • Opvolging via periodieke tankmelkonderzoeken:

Om hun statuut te behouden kunnen overwegend melkleverende bedrijven opteren voor periodieke tankmelkonderzoeken. Hierbij wordt om de 7 à 9 weken automatisch een tankmelkstaal onderzocht op de aanwezigheid van IBR. Zo kan je het hele jaar door de gezondheidsstatus van jouw bedrijf monitoren. 

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

    • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen ouder dan 24 maanden op het bedrijf zijn van het type melk en/of gemengd.
    • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.
    • Daarnaast voer je 2 keer een screening uit van alle dieren die ouder zijn dan 12 maanden (met een interval van minimum 4 en maximum 12 maanden) om door te groeien naar een hoger statuut. 
  • Opvolging via de combinatie van bloedbemonstering en periodieke tankmelkonderzoeken:

Melkleverende bedrijven die een opvolging via tankmelkonderzoek wensen, maar niet voldoen aan de criteria van een overwegend melkleverend bedrijf, kunnen kiezen voor een combinatie van tankmelkonderzoek en bloedbemonstering:

    • Je neemt deel aan de periodieke tankmelkonderzoeken.
    • Daarnaast ontvang je jaarlijks een opdracht voor bloedonderzoek. Deze bemonstering kan gecombineerd worden met de twee screenings die nodig zijn om door te groeien naar een hoger statuut. Hierbij worden alle runderen ouder dan 12 maanden bemonsterd.

Welke handelsregels gelden er?

Als bedrijf met een IBR gE negatief statuut I3-6 kan je runderen verkopen: zie handelsregels.

Je kan runderen aankopen van een beslag met statuut IBR-VRIJ of IBR gE negatief.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-gE negatief (in transitie) bedrijf wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen gerust nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd. Doorgroeien naar het statuut “IBR-VRIJ” kan ten vroegste 2 jaar nadat je gestopt bent met vaccineren.

Op bedrijven met een risico op IBR-insleep kan IBR-vaccinatie een bijkomende tool zijn naast bioveiligheid. Je bedrijfsdierenarts kan je helpen bij de keuze om wel of niet te vaccineren. Tot november 2027 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR.

Kies jij ervoor om toch te vaccineren?

  • Je ontvangt het statuut "IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie)".
  • Je dierenarts meldt de vaccinatie in Veeportaal.
  • Jij brengt DGZ op de hoogte door ons het formulier ‘IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie’ ingevuld te bezorgen. Op dit formulier vind je de info over de wijze van opvolging en hoe je op termijn het statuut IBR-VRIJ kunt herwinnen.

Hou er in dit geval ook rekening mee dat je extra bloednames zult moeten uitvoeren en dat er een verkooponderzoek zal moeten gebeuren als je dieren wil verkopen aan bedrijven met een hoger statuut (zie handelsregels).

Ik heb een conventioneel beslag met statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief I3-5?

Opvolging via bloedbemonstering:

Alle runderen ouder dan 12 maanden worden jaarlijks onderzocht via individuele serumstalen. Ook runderen jonger dan 12 maanden worden onderzocht wanneer zij meer dan 50% van het beslag vertegenwoordigen. De stalen worden op hetzelfde moment afgenomen.

Opvolging via periodiek tankmelkonderzoek:

Hier kun je blijvend op rekenen. Kies je voor opvolging via tankmelkonderzoek, dan wordt automatisch om de 7 à 9 weken een tankmelkstaal onderzocht op de aanwezigheid van IBR. Zo kan je het hele jaar door de gezondheidsstatus van jouw bedrijf monitoren.

Opvolging via tankmelkonderzoek is mogelijk voor bedrijven met een overwegend melkleverend karakter, die voldoen aan volgende criteria:

  • Minimaal 95% van het aantal vrouwelijke runderen ouder dan 24 maanden op het bedrijf zijn van het type melk en/of gemengd.
  • Maximaal 5% van het totaal aantal runderen op het bedrijf is mannelijk.
Opvolging via de combinatie van bloedbemonstering en periodieke tankmelkonderzoeken:

Melkleverende bedrijven die een opvolging via tankmelkonderzoek wensen, maar niet voldoen aan de criteria van een overwegend melkleverend bedrijf, kunnen kiezen voor een combinatie van tankmelkonderzoek en bloedbemonstering:

    • Je neemt deel aan de periodieke tankmelkonderzoeken.
    • Daarnaast ontvang je jaarlijks een opdracht voor bloedonderzoek bij de niet-melkleverende runderen.

Welke handelsregels gelden er?

Bedrijven met het statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5) kunnen runderen verkopen: zie handelsregels.

Je kan enkel dieren aankopen van andere IBR gE negatieve beslagen of IBR-VRIJ beslagen.

Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Voor bedrijven met het statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-5) is voorzien dat vaccinatie toegelaten is tot november 2027.

Als je vroeger wilt stoppen met vaccineren laat je dit schriftelijk weten aan DGZ (mail naar: helpdesk@dgz.be) zodat je kunt doorgroeien naar het statuut “IBR gE negatief" (in transitie) (I3-6). Daarna kan je na 2 jaar en twee screenings van alle runderen ouder dan 12 maanden doorgroeien naar “IBR-VRIJ” (I4-5).

Ik heb een afmestbeslag met statuut IBR gE negatief (in transitie, geen vaccinatie) (I3-86)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief (I3-86)?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt een opdracht voor een 6-maandelijkse steekproef. DGZ bezorgt je hiervoor een bemonsteringslijst.
Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben op een aparte pagina een overzicht van de aantallen verzameld.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR gE negatief afmeststatuut (I3-86) kan je runderen enkel rechtstreeks naar het slachthuis afvoeren.

Je kan aankopen van conventionele beslagen met statuut IBR-vrij of gE negatief. Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Wat met vaccinatie?

Op een IBR-gE negatief (in transitie) (I3-86) bedrijf wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen er nog runderen aanwezig zijn op je bedrijf die in het verleden werden gevaccineerd. Doorgroeien naar het statuut “IBR-VRIJ” kan ten vroegste 2 jaar nadat je gestopt bent met vaccineren.

Wil je toch nog blijven vaccineren?

Tot november 2027 laat het IBR-programma nog toe dat er wordt gevaccineerd tegen IBR. Als je hiervoor kiest:

  • Breng DGZ schriftelijk op de hoogte.
  • Je ontvangt het statuut "IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie)".
  • Je dierenarts meldt de vaccinatie in Veeportaal.

Ik heb een afmestbeslag met statuut IBR gE negatief (met behoud van vaccinatie) (I3-8)

Hoe behoud ik het statuut IBR gE negatief (I3-8)?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt een opdracht voor een 6-maandelijkse steekproef. DGZ bezorgt je hiervoor een bemonsteringslijst.
Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben op aan aparte pagina een overzicht van de aantallen verzameld.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR gE negatief afmeststatuut (I3-8) kan je runderen enkel rechtstreeks naar het slachthuis afvoeren.

Je kan aankopen van conventionele beslagen met statuut IBR-vrij of gE negatief. Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken.

Wat met vaccinatie?

Op een beslag met een statuut IBR-gE negatief met behoud van vaccinatie (I3-8) is er een verplichte vaccinatie en vaccinatieregistratie bij aankomst.

Ieder rund moet steeds primo-gevaccineerd worden (één of twee toedieningen, afhankelijk van het gebruikte vaccin), waarbij de eerste toediening intranasaal en binnen 8 dagen na aankomst wordt toegediend.

De runderen worden 6-maandelijks gehyperimmuniseerd tot het moment van afvoer.

IBR-BESMET

Alle overige bedrijven, waar IBR wel nog aanwezig is, krijgen dit statuut. We maken ook hier een onderscheid tussen:

  • Conventioneel beslag: I2
  • Afmestbeslag: I2-8

Ik heb een conventioneel beslag met statuut IBR-besmet (I2)

Wat moet ik weten over het statuut IBR-besmet en welke maatregelen gelden voor mij?

Op bedrijven met een statuut IBR-besmet is er een verplichte vaccinatie én vaccinatieregistratie. Alle runderen van het beslag worden overeenkomstig het vaccinatieprotocol gevaccineerd. Verder op onze website vind je meer info over het vaccinatieprotocol, de vaccinatiemelding en overige administratie voor dit type bedrijf.

Er moet ook een volledige screening uitgevoerd worden. Runderen die IBR-drager zijn, hoef je niet opnieuw te bemonsteren. Het FAVV zal een slachtbevel opmaken voor de IBR-dragers.

Dieren van een besmet beslag kunnen niet deelnemen aan prijskampen of verzamelingen.

Welke handelsregels gelden er?

Conventionele bedrijven met het statuut IBR-besmet kunnen geen enkel dier meer aan- of verkopen, ook geen kalveren. Deze bedrijven ontvangen een slachtbevel wat opgevolgd wordt door het FAVV.

Meer info over de handelsregels.

Wat met vaccinatie?

Op een conventioneel beslag met een statuut IBR-besmet moet elk rund altijd primo-gevaccineerd worden (één of twee toedieningen, afhankelijk van het gebruikte vaccin).

Op een IBR-besmet beslag moet er ook halfjaarlijks een herhalingsvaccinatie uitgevoerd worden.

Weidegang voor bedrijven met een IBR-besmet statuut

De Belgische wetgeving over IBR bepaalt een aantal extra voorwaarden voor weidebeloop op dit type bedrijven, naast de jaarlijks verplichte screening. Zo moet het jongvee tussen 6 en 12 maanden oud bemonsterd worden voor IBR gE en IBR gB. Pas als deze dieren vaccin-antistoffen hebben (gB-antistoffen) en er maximum 10% van het jongvee IBR-drager is (d.w.z. met gE-antistoffen), is het toegestaan om alle runderen, ongeacht de leeftijd, op de weide te plaatsen.

    

Hoe zorg je ervoor dat je dieren op de weide kunnen?
  • Vul het formulier ‘Verklaring weidebeloop op bedrijven met IBR-statuut besmet in en stuur dit tijdig naar DGZ.
  • Heb je jongvee op jouw bedrijf (tussen 6 en 12 maand oud)? Laat je bedrijfsdierenarts deze dieren zo snel mogelijk bemonsteren en onderzoeken op antistoffen voor IBR gE (wildvirus) én IBR gB (vaccin).
  • Denk er ook aan om alle overige dieren boven de 12 maand jaarlijks vóór 1 juli te bemonsteren op IBR gE (wildvirus) om je statuut te kunnen behouden.
  • Zorg ervoor dat op de weide fysiek contact met runderen van andere beslagen onmogelijk is: kijk de afsluiting na en voer indien nodig reparaties uit.

Je krijgt een bemonsteringslijst van DGZ zodat je weet welke dieren moeten onderzocht worden. Op basis van de resultaten laat DGZ je weten of je dieren in aanmerking komen voor weidebeloop.

Ik heb een afmestbeslag met statuut IBR-besmet (I2-8)

Hoe behoud ik het statuut IBR-besmet afmest (I2-8)?

Opvolging via bloedbemonstering:

Je ontvangt een opdracht voor een 6-maandelijkse steekproef. DGZ bezorgt je hier een bemonsteringslijst voor.
Hoeveel dieren je moet bemonsteren, hangt af van het aantal dieren op jouw bedrijf. We hebben op een aparte pagina een overzicht van de aantallen verzameld.

Welke handelsregels gelden er?

Als IBR-besmet afmeststatuut (I2-8) kan je runderen enkel rechtstreeks naar het slachthuis afvoeren. Vanaf 1 november 2026 dient deze afvoer naar het slachthuis te gebeuren door middel van verzegeld transport. Het verzegelen van het transportmiddel wordt uitgevoerd door het FAVV, meer informatie kan je terugvinden op de website van het FAVV, net als het FAVV-aanvraagformulier voor verzegeling

Afvoer naar een ander bedrijf met het I2-afmeststatuut is niet langer toegelaten.

Je kan aankopen van conventionele beslagen met statuut IBR-vrij of gE negatief. Hou rekening met quarantaine en serologische onderzoeken:

  • Runderen aangevoerd op een I2-afmest bedrijf moeten geïsoleerd worden en binnen de 5 dagen na aankomst moet de bedrijfsdierenarts bloed nemen bij deze dieren voor een eerste onderzoek op IBR-antistoffen (IBR gE of IBR gB naargelang de vaccinatiestatus van het rund),
  • Tussen dag 28 en dag 50 na aankomst neemt de bedrijfsdierenarts een bloedmonster bij deze dieren voor een tweede onderzoek op IBR-antistoffen (IBR gE).
    Is het aangekochte rund niet gevaccineerd tegen IBR? Dan kan je ook kiezen voor een onderzoek naar IBR gB-antistoffen. In dat geval mag de bemonstering al vanaf dag 18 na aankoop gebeuren.
  • Enkel bij twee gunstige aankooponderzoeken mogen de runderen uit isolatie worden gehaald en kunnen ze worden toegevoegd tot het beslag.
  • Alle aangevoerde runderen dienen binnen de 24 maand na opzet rechtstreeks afgevoerd te zijn naar het slachthuis.

Opgelet: bedrijven die het bloedonderzoek niet tijdig uitvoeren worden na een herinnering opgeschort; als ze na langere tijd nog steeds niet in orde zijn, wordt het I1-statuut toegekend. Het FAVV volgt deze bedrijven “in overtreding” verder op. Opgeschorte bedrijven of bedrijven in overtreding mogen niet aankopen.

Wat met vaccinatie?

Op een beslag met een IBR-besmet afmeststatuut (I2-8) is er een verplichte vaccinatie en vaccinatieregistratie bij aankomst.

Ieder rund moet steeds primo-gevaccineerd worden (één of twee toedieningen, afhankelijk van het gebruikte vaccin), waarbij de eerste toediening intranasaal en binnen 8 dagen na aankomst toegediend wordt. Enkel vaccins die geregistreerd zijn voor intranasaal gebruik mogen worden aangewend.

De runderen worden 6-maandelijks gehyperimmuniseerd tot het moment van afvoer.

Plan je vaccinatie zo dat je hierin te allen tijde voor elk dier kan aan voldoen, ongeacht nakende afvoer of moeilijke manipulatie.

Algemeen:

Volgens de wetgeving is het de verantwoordelijkheid van de veehouder om voorzieningen te treffen zodat de bedrijfsdierenarts te allen tijde op een veilige manier de runderen kan benaderen voor een vaccinatie of bloedname. Er worden geen uitzonderingen toegelaten, wel kan je in functie van haalbaarheid de activiteiten inplannen zodat de manipulaties kunnen gebeuren of jongere (“meer veilige”) leeftijd. De intervallen van bloedname of vaccinatie kunnen op vraag verkort worden, maar niet overschreden. In geval van een steekproef en indien aanwezig zal DGZ op de bemonsteringlijst enkele reservedieren plaatsen, wat het mogelijk maakt om gevaarlijke runderen te vermijden. De sector heeft gevraagd om specifiek controles uit te voeren op de correcte identiteit van de bemonsterde dieren.

Enkele praktische tips voor I2-afmestbeslagen

  • Alles begint met een veilige aankoop en vervoer
  • De huidige IBR-wetgeving bepaalt dat de aangekochte dieren moeten worden geïsoleerd tot wanneer de twee aankooponderzoeken uitgevoerd zijn. De isolatie wordt beschreven als: “gebeurt in gebouwen of bedrijfsruimten die volledig gescheiden zijn van andere gebouwen of bedrijfsruimten op de inrichting. De runderen zijn op zodanige wijze afgezonderd dat er geen direct contact mogelijk is met andere runderen op de inrichting, noch met dieren van naburige inrichtingen.” 
  • Verwittig binnen de 2 werkdagen volgend op de aankomst je bedrijfsdierenarts, waarna deze drie dagen de tijd heeft om een bloedname uit te voeren, dus uiterlijk 5 dagen na aankomst. 
  • Het is sterk aanbevolen om de eerste bloedname uit te voeren vóór de verplichte vaccinatie. Op niet gevaccineerde runderen kan een IBR gB test uitgevoerd worden, om zo ook bepaalde aspecifieke reacties uit te sluiten. 
  • Als uit het aankooponderzoek blijkt dat 1 rund niet-negatief is, wordt het volledige lot aangevoerde runderen beschouwd als ‘verdacht geïnfecteerd’. In dit geval blijft het volledige lot in isolatie en zal DGZ de veehouder contacteren in verband met de te nemen stappen, gebaseerd op de situatie van het bedrijf. DGZ kan ook een verhoogd risico toekennen aan de bedrijven van afkomst en een epidemiologisch onderzoek uitvoeren. 
  • Volgens de wetgeving is het de verantwoordelijkheid van de veehouder om voorzieningen te treffen zodat de bedrijfsdierenarts te allen tijde op een veilige manier de runderen kan benaderen voor een vaccinatie of bloedname. Er worden geen uitzonderingen toegelaten, wel kan je in functie van haalbaarheid de activiteiten inplannen zodat de manipulaties kunnen gebeuren op jongere (“meer veilige”) leeftijd. De intervallen van bloedname of vaccinatie kunnen op vraag verkort worden, maar niet overschreden. In geval van een steekproef en indien aanwezig, zal DGZ enkele reservedieren op de bemonsteringlijst plaatsen, wat het mogelijk maakt om gevaarlijke runderen te vermijden. De sector heeft gevraagd om specifiek controles uit te voeren op de correcte identiteit van de bemonsterde dieren.

Handleidingen Veeportaal

Via onderstaande link ga je naar de pagina met handleidingen Veeportaal. Je vindt er een handleiding voor het opvragen van IBR-dierstatuten, van het IBR-vaccinatieregister en van een bemonsteringslijst voor  IBR-screening. Je komt ook te weten hoe je vaccinatiemeldingen kunt opzoeken.

Meer vragen over IBR

Ik ben gestart met een nieuw beslag. Hoe kan ik een IBR-statuut verwerven?

Elk beslag dat opstart, krijgt standaard een IBR-VRIJ statuut (met mogelijk gevaccineerde runderen aanwezig) (I4-5.) Op deze bedrijven wordt er niet meer gevaccineerd tegen IBR, wel kunnen er runderen aanwezig zijn die in het verleden gevaccineerd werden.

Voor geheractiveerde beslagen die voldoen aan de voorwaarden van leegstand*, gelden dezelfde regels als voor nieuw opgestarte beslagen. Het beslag kan het (laagste) IBR-statuut overnemen van de runderen die gelijktijdig aangekocht worden. Op deze beslagen zijn de IBR-regels in verband met aankopen van toepassing. 

Daarnaast moet er een geldig contract zijn met een bedrijfsdierenarts. De (vervangende) bedrijfsdierenarts kan monsternames uitvoeren. Op onze pagina Overeenkomst bedrijfsdierenarts en plaatsvervanger (alle diersoorten) vind je de link naar de modelovereenkomsten. Vergeet niet dat contract aan de Lokale Controle Eenheden (LCE) te bezorgen. 

 

* Voorwaarden leegstand: Art.11. Wanneer op een inrichting een beslag runderen wordt gecreëerd of wanneer runderen worden aangevoerd op een inrichting waar na reiniging en ontsmetting en gedurende 24 uur geen runderen meer aanwezig waren in het beslag, verwerft het beslag een statuut op basis van het laagste individueel statuut van de aangevoerde runderen.

Hoe verwerf ik een IBR gE negatief statuut (in transitie, geen vaccinatie) (I3-6)?

Een beslag met een I2-statuut dat het IBR gE-negatief statuut wil verwerven, dient een serologisch bloedonderzoek uit te voeren van alle dieren die ouder zijn dan 12 maanden. Echter, als meer dan 50% van de dieren jonger is dan 12 maanden, moet je bij alle dieren een serologisch bloedonderzoek laten uitvoeren.

Aangezien antistoffen pas 3 à 4 weken na een infectie kunnen aangetoond worden, is het raadzaam om dat bloedonderzoek ten vroegste 3 weken na afvoer van de laatste IBR-drager uit te voeren. Als de resultaten van dit onderzoek gunstig zijn voor IBR gE, kan het IBR gE negatief statuut (I3-6) aangevraagd worden. 

Wil je voor een nieuw beslag een IBR-statuut aanvragen of overgaan op een hoger statuut? Gebruik dan dit formulier.

Hoe verwerf ik een IBR-VRIJ statuut?

Doorgroeien naar het IBR-VRIJ statuut kan ten vroegste 2 jaar nadat je bedrijf het IBR gE negatief statuut kreeg. Tijdens die periode mag er niet meer gevaccineerd worden.

Waarom is de bemonsteringsgrootte voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ veranderd?

Het aantal te bemonsteren dieren werd verhoogd in het kader van de toepassing van de nieuwe Europese diergezondheidswet (Animal Health Law of AHL) om de steekproef gevoeliger te maken. Dit is zeer belangrijk om een eventueel sluimerende aanwezigheid van IBR te kunnen detecteren.  

  • Situatie VOOR de toepassing van de AHL:
    de steekproef kon met 95% zekerheid minimaal 15% IBR-dragers aantonen.
  • Situatie NA toepassing van de AHL: 
    de grotere steekproef is in staat om met 95% zekerheid minimaal 10% IBR-dragers aan te tonen.

Waarom wordt de steekproefgrootte voor het behoud van het statuut in grote bedrijven per schijf van 500 dieren bepaald?

Op grotere bedrijven zijn er dikwijls compartimenten. Het is noodzakelijk om per eenheid voldoende dieren te bemonsteren, anders bestaat de mogelijkheid dat IBR niet gedetecteerd wordt. Vandaar de schijven van 500.

Kan ik IBR-tankmelkanalyses gebruiken om IBR op mijn bedrijf op te volgen?

Het antwoord is volmondig ‘Ja’. Een dergelijke opvolging is zeker aangewezen op bedrijven die recent een vrije status hebben behaald. Maar ook bedrijven met een IBR gE NEG-status kunnen IBR op deze manier opvolgen, weliswaar in combinatie met screenings.

Ook bedrijven met minstens 30% melkproducerende runderen kunnen gebruik maken van tankmelkanalyses, op voorwaarde dat ze aangevuld worden met bloedonderzoeken.

Wil je hier meer info over of weten of jouw bedrijf in aanmerking komt voor opvolging via IBR-tankmelkanalyses? Vraag het gerust na bij onze helpdeskmedewerkers (helpdesk@dgz.be of 078 05 05 23).

Voor de IBR-opvolging op mijn vrij bedrijf maak ik gebruik van tankmelkonderzoek. Hoe verloopt de bevestigingsprocedure in geval van een niet-negatieve tankuitslag?

In geval van een ongunstig tankmelkonderzoek wordt zo snel mogelijk een bevestigingsprocedure gestart. Dit gebeurt automatisch. Als er extra stappen nodig zijn of als er gevolgen zijn voor het statuut, brengt DGZ de veehouder en de bedrijfsdierenarts op de hoogte.

Wanneer een IBR-tankmelkonderzoek een positief onderzoeksresultaat heeft, wordt onmiddellijk op hetzelfde monster een bijkomende analyse uitgevoerd. Het betrokken labo zal hiervoor het nodige doen, zelf hoef je hier dus niets voor te ondernemen.

Pas als ook deze test ongunstig is, zal men aan de hand van bloedmonsters van de individuele dieren nagaan of er IBR-dragers aanwezig zijn op het bedrijf. De bevestigingsprocedure en de analysekosten in geval van bloedname worden gedragen door het sanitair fonds. DGZ houdt de veehouder en de dierenarts op de hoogte van het verloop van de bevestigingsprocedure.

Welke steekproefgrootte wordt er opgelegd bij een verhoogd risico op IBR?

Als er een verhoogd risico op IBR is, worden er ook een aantal steekproeven georganiseerd. Hiervoor worden dezelfde tabellen gebruikt als deze voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ (zie verder op onze website voor de aantallen te bemonsteren dieren).

Wat te doen bij een uitbraak van IBR?

Klinische IBR is aangifteplichtig. Een veehouder die bij één of meerdere runderen van zijn beslag ziekteverschijnselen van IBR vaststelt (koorts, ademhalingsproblemen, verwerping, …) moet zo snel mogelijk een klinisch onderzoek laten uitvoeren door zijn bedrijfsdierenarts. Deze neemt de nodige monsters en maakt ze voor virologisch onderzoek over aan een erkend laboratorium voor dierziektebestrijding.  De analysekosten worden gedragen door het Sanitair Fonds. Van zodra de onderzoeksresultaten de verdenking bevestigen, moet het FAVV geïnformeerd worden.

Wat is het verschil tussen een IBR gE-test en een IBR gB-test, en wanneer worden ze toegepast?

  • Een IBR gE ELISA spoort de aanwezigheid van antistoffen op die het dier aanmaakt na een infectie (contact met wildvirus). Dieren zonder antistoffen of met uitsluitend antistoffen ten gevolge van vaccinatie (contact met vaccinvirus) hebben een ‘negatief’ resultaat (dus gunstig) voor dit onderzoek.

    Deze test wordt uitgevoerd bij de meeste aankooponderzoeken.

 

  • Een IBR gB ELISA spoort de aanwezigheid op van antistoffen die een dier aanmaakt na een infectie en/of vaccinatie (geen onderscheid mogelijk). Dieren zonder antistoffen (noch tegen wildvirus noch tegen vaccinvirus) hebben een ‘negatief’ resultaat (gunstig) voor dit onderzoek.

    Deze test wordt uitgevoerd bij aankopen en screenings op een IBR-VRIJ beslag waar geen gevaccineerde dieren meer aanwezig zijn.

Blijft een correct gevaccineerd rund levenslang gB+?

Ja.

Wat te doen als je een aangekocht dier wil doorverkopen voordat het tweede aankooponderzoek uitgevoerd kan worden?

Aangekochte dieren kunnen niet verhandeld worden vóór ALLE resultaten van de verplichte aankooponderzoeken (en dus ook het tweede aankooponderzoek IBR) gekend zijn.
Enkel rechtstreekse afvoer naar een slachthuis is mogelijk.
Voor IBR kan er dan wel een verhoogd risico toegekend worden aan het bedrijf waarvan het dier vertrok (volgens het nieuw KB 13 juni 2022)

Als een verhoogd risico op IBR niet kan worden uitgesloten, is het vereist dat er een steekproef wordt uitgevoerd voor IBR-onderzoek op de aanwezige dieren. Het aantal te bemonsteren dieren wordt bepaald volgens dezelfde tabellen als deze voor het behoud van het statuut IBR-VRIJ (zie verder op onze website voor de aantallen te bemonsteren dieren).

Welke voorzorgen neem ik bij weidegang?

Beperk bij weidebeloop het risico op insleep of verspreiding van het IBR-virus. Neem onderstaande voorzorgen om contact tussen eigen runderen en deze van aangrenzende weiden te vermijden:

  • Zorg ervoor dat de dieren niet kunnen ontsnappen uit de weide en ga regelmatig na of de afsluiting nog stevig en volledig intact is.
  • Plaats bij gemeenschappelijke delen van de omheining een extra afsluiting zodat geen fysiek contact meer mogelijk is met de runderen van de aangrenzende weide.
  • Vermijd het gemeenschappelijk gebruik van koepaden.
  • Maak dat de dieren niet kunnen drinken uit sloten of plassen die ook door andere weiden gaan.

Bedrijven met een verhoogd risico of contactbedrijven kunnen extra aanbevelingen krijgen van de verenigingen.

Op 21 april 2021 trad de nieuwe Europese diergezondsheidswet in voege. Wat moet ik hierover weten?

De Europese wetgeving bepaalt dat elk land met een bestrijdingsprogramma ten laatste op 21 april 2027 officieel vrij moet zijn van IBR. Om dit doel te bereiken, heeft de technische werkgroep IBR voor België een langetermijnplanning uitgestippeld met een aantal mijlpalen. Verder komt er ook een nieuwe naamgeving voor de statuten. 

Meer hierover ...

Over de ziekte IBR

IBR is een virale ziekte van de bovenste ademhalingswegen. Besmetting gebeurt vooral door ‘neus-aan-neus’ contacten. Aankopen van subklinisch besmette dieren vormt het voornaamste risico. Eenmaal besmet is een rund levenslang drager. IBR veroorzaakt schade door economisch verlies en handelsbeperkingen.